Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

zitting van de 4e maart 1843.


Extract uit het Register der Notulen van den Raad van Tucht voor Bedelaarskolonisten gehouden te Veenhuizen, 2e Gesticht.


Tegenwoordig zijn:
C.W. Rensing, Adjunct-Directeur en President
G.J. Hendriks en W. Heidema, Onderdirecteurs
Schilder en Menes, zaalopzieners
Ente, boekhouder en secretaris.

Wordt ter tafel gebragt

- Proces-verbaal van den zaalopziener Menes tegen den Bedelaarskolonist A.H. ter Horst N4940 wegens desertie voor de eerste maal.
 
- Proces-verbaal van den zaalopziener Jansen tegen den Bedelaarskolonist M. Beelo N406 wegens het verkoopen van twee voerlakensche broeken, twee manshemden en twee doeken.

- Proces-Verbaal van den zaalopziener Visser tegen den Bedelaarskolonist J.H.van Leeuwen wegens beledigingen aan mede Kolonisten met onbetaamelijke uitdrukkingen.

    Proces-Verbaal van den zaalopziener Lammerink tegen den Bedelaarskoloniste  M. Flora N1647 wegens ongeregeldheden op het werk.


De beschuldigden worden een voor een binnengelaten en de tegen hun ingebragte bezwaren voorgelezen waartegen zij niets ter hunner verschooning hebben in te brengen. Men laat hun vervolgens buiten gaan om over de strafbepalingen te kunnen handelen.

In overweging nemende dat Artikel 9 van het Tuchtreglement op de Koloniste M. Flora, Artikel 11 op den Kolonist Horst, Artikel 13 op den Kolonist M. Beelo en Artikel 17 op den Kolonist Van Leeuwen behoorden te worden toegepast en luidende als volgt:

“Artikel 9. Alle ongehoorzaamheden jegens de Koloniale Ambtenaren zal met de plaatsing in de disciplinezaal voor drie tot acht dagen worden gestraft, indien dezelve met brutaliteit gepaard gegaan is met opsluiting voor den zelfden tijd in de Provoost.

“Artikel 11. Hij die voor de eerste maal ontvlugten wil en daarin wordt verhindert of ontvlugt en weder teruggebragt is, zal met opsluiting in boeijen tot tien dagen toe, de twee eerste te water en brood, worden gestraft. Met medeneming van goederen buiten de aanhebbende kleeding of andere verzwarende omstandigheden als ook ontvlugting voor de tweede maal met opsluiting in boeijen gedurende veertien dagen, waarvan de drie eerste en de drie laatste te water en brood en met verzwarende omstandigheden voor de tweede of volgende malen met vijftien tot veertig rietjes slagen en opsluiting als voren zullende al de ontvlugt geweest zijnde of die dit kennelijk hebben willen doen na de ondergane straf tenminsten vier maanden lang te eene onderscheidene kleeding moeten dragen en in de disciplinezaal worden geplaatst.

“Artikel 13. Ontvreemding, verwaarloozing, beschadiging of verpanding van goed, aan de Maatschappij, aan Ambtenaren, aan Medekolonisten of aan iemand anders behoorende zal worden gestraft met dubbelde vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde, beschadigde of verpande uit het tegoed bij de Maatschappij benevens opsluiting in boeijen van drie tot veertien dagen, naar gelang der omstandigheden, desnoods te water en brood om den anderen dag en bij herhaling van een dier misdrijven altijd met veertien dagen opsluiting in boeijen, de drie eerste en de drie laatste te water en brood.

“Artikel 17. Belediging van mede Kolonisten door woorden zal met verplaatsing in de disciplinezaal en bij verzwarende omstandigheden met opsluiting van drie tot veertien dagen worden gestraft, en met daden met opsluiting van drie tot veertien dagen desnoods in boeijen.

In overweging nemende, dat op de hierin bedoelde Kolonisten, onder deze omstandigheden, geene verschooning kan worden toegepast, maar ingevolge het Reglement vervat in opgemelde Artikelen behoorden te worden gecorrigeert.

Zoo veroordeelt de Raad den Kolonist ter Horst met acht dagen Provoost in boeijen, de twee eerste te water en brood en vier maanden lang te dragen eene onderscheidene kleeding, den Kolonist Van Leeuwen met vier dagen Provoost, den Kolonist M. Beelo met acht dagen in Boeijen en dubbele vergoeding van het verkochte en den Koloniste Flora met drie dagen Provoost.

Andermaal worden de hierin vermelde Kolonisten binnengelaten en de tegen hun bepaalde straffen voorgelezen, waarna aan de zaalopzieners wordt gelast, onder wiens onmiddellijk toezigt zij zijn gesteld, de straffen op hun toegepast ter executie te brengen.

Geene der leden iets meet ter behandeling hebbende voor te dragen wordt de vergadering gesloten.

Was getekend, Rensing, Hendriks, Heidema, Schilder ,Menes en Ente

Voor extract conform, de sevretaris Ente

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1621


Notities bij het zittingsverslag