Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

Zitting van den 22 July 1844


(Bevond zich in het mapje tuchtzittingen 1843)

Extract uit het Register der Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht voor Bedelaarskolonisten, gehouden te Veenhuizen, 2e Gesticht.


Tegenwoordig zijn:
C.W. Rensing, Adjunct-Directeur
G.J. Hendriks en W. Heidema, Onderdirecteurs
Van den Berg en Lammerink, zaalopzieners
Ente, boekhouder en secretaris.

Wordt ter tafel gebragt

- eene klagte van den zaalopziener Jansen tegen den Bedelaarskolonist J.M. Bontekoe, N2298, wegens ongehoorde uitdrukkingen tegen den bouwboer Zwiers, namelijk toen deze bezig was met eene ander Kolonist in het werk teregt te wijzen waarin zich genoemde beschuldigde mede mengde, waarop Zwiers hem zeide dat hij zich met een anders zaak niet hoefde in te laten, daarop ten antwoord van Bontekoe kwam, dat wanneer hij buiten de Kolonie was, hij hem alsdan den nek zoude breken, maat dit nu zo niet zijnde verwacht hij dat er een bliksemstraal kwam die beide in tweeen sloeg, hiermede bedoelende den wijkmeester Oost en de bouwbaas Zwiers.

- eene klagte van den zaalopziener Nijman tegen den Bedelaarskolonist J. van Haren, N2352 wegens dronkenschap.

Men laat de beschuldigden binnenkomen en de tegen hen ingebragte bezwaren kennelijk gemaakt, waartegen zij geene voldoende redenen tot hunner verschooning hebben in te brengen.

Men laat hun vervolgens buitengaan om over de strafbepalingen te kunnen handelen.

Gezien dat Artikel 9 van het Tuchtreglement voor den Bedelaarskolonisten op den Kolonist Bontekoe en Artikel 10 van evengemeld Reglement op den Kolonist Van Haaren behoort te worden toegepast en luidende als volgt:
Artikel 9:
”Alle ongehoorzaamheid jegens de Kolniale Ambtenaren zal met verplaatsing in de disciplinezaal voor drie tot acht dagen worden gestraft en indien dezelve met brutaliteit gepaard gegaan is, met opsluiting voor denzelfden tijd in de Provoost.”
Artikel 10:
“Dronkenschap voor de eerste maal zal met opsluiting tot vijf dagen en voor de 2e maal met opsluiting in boeijen tot tien dagen worden gestraft; en indien dezelve gepaard gegaan is met verzwaarende omstandigheden, alsook eenvoudige dronkenschap voor de derde maal en volgende, met opsluiting in boeijen tot tien dagen toe te water en brood om den anderen dag.”

Gehoord de Leeden van den Raad, ieder in het bijzonder, wordt besloten:beide hierin betrokkene Kolonisten te straffen met opsluiting in de strafkamer, als den Kolonist Bontekoe voor den tijd van 8 dagen en den Kolonist van Haren voor den tijd van vijf dagen.

Men laat andermaal de beklaagden binnenkomen, maakt hun met de opgelegde straffen bekend, waarna aan de zaalopzieners onder wiens onmiddellijke toezigt zij gesteld zijn, wordt gelast de straffen op hun toegepast te executeren.

Geene der Leeden iets meer ter behandeling hebbende voor te dragen wordt de vergadering gesloten.

Aldus gedaan op dag, maand en jaar als in het hoofd dezes vermeld en door de gezamentlijke Leeden ondertekend.

Was getekend: Rensing; Hendriks; Heidema; Van den Berg; Lammerink; Ente.

Voor extract conform, de secretaris Ente.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1621


Notities bij het zittingsverslag