Bedelaars bij het eerste gesticht Veenhuizen

Extract uit het Register der Notulen van het verhandelde in den Raad van Tucht voor Bedelaars Kolonisten te Veeenhuizen N. 1

Zitting van den 14 Junij 1848


Present
C. W. Rensing, Presidt
Leden van den Raad: A. Textor, G. Kuipers, B. W. Dikland, S. R. Hunia
J. F. Morriën, Secrt

De Raad te zamen gekomen zijnde, wordt door den voorzitter geopend.

Wordt voorgenomen het plaats gehad hebbende met den bedelaars Kolonist Ouke Stuurman, N. 1774 op den 12 Junij jl, waarvan de toedragt hier op neder komt.

De beschuldigde heeft zich op Pinkster maandag zonder permissie van het Gesticht verwijdert en is buiten de Kolonie gegaan.

Hij is omtrent middernacht in een beschonken staat huiswaards gekeerd en heeft onderweg de woning van de Wed Morriën bij de R.K. gelegen aangedaan, is met geweld in dezelve gedrongen, en heeft die vrouw op eene hoogst onzedelijke wijze aangegrepen en mishandeld.

De beschuldigde die eerst alles ontkende, is later tot bekentenis gekomen, voorgevende, in eene beschonken staat niet te hebben geweten wat hij deed.

Gezien Art: 10 van het reglement van Tucht luidende: Dronkenschap voor de 1 maal zal gestraft worden tot 5 dagen opsluiting toe.-
Art 11 kan hier, op het heimelijk de Koloniën te verlaten worden toegepast, en beschouwd worden als desertie met verzwarende omstandigheden waarop het reglement bepaald de straf van 14 dagen opsluiting in boeijen, de drie laatste te water en brood.
Voorts Art 16. Onzedelijk gedrag in woorden zal met verplaatsing in de discipline Zaal van 1-8 dagen gestraft worden.

Gehoord het gevoelen van den Raad wordt met eenparige stemmen besloten:
De Bedelaars Kolonist O. Stuurman onmiddellijk terug te plaatsen naar het 3e Gesticht van welk Gesticht, hij is overgenomen geworden. –
en hem vervolgens te straffen, door zamenvoeging van de bovenstaande bepalingen bij Art 10, 11 & 16 van het Reglement met opsluiting in de strafkamer voor den tijd van 26 dagen, waarvan 14 dagen in boeijen en daar van de drie eerste en de drie laatste te water en brood.

De Heer Adjunct Directeur bij het 3e Gesticht uit te nodigen, die straf dáár ten uitvoer te willen leggen, aangezien onze strafkamer voor Kinderen, doch niet voor volwassene personen is ingerigt.

Het tegenwoordig Vonnis wordt den schuldigen bekend gemaakt.

De Raad wordt gesloten –
Aldus gedaan op dato als boven
De President en Leden
(get) C. W. Rensing, A. Textor, G. Kuipers, B. W. Dikland, S. R. Hunia
J. F. Morriën, Secretaris

voor Copie Conform
de Secretaris
J. F. Morriën

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1619

Notities bij het zittingsverslag