Bedelaars bij het eerste gesticht Veenhuizen

Extract uit de Notulen van het verhandelde in den Raad van Tucht voor Bedelaars Kolonisten bij het 1e Gesticht Veenhuizen

Zitting van den 8 November 1849


Present
C. W. Rensing, Pr
Leden: A. Textor, G. Kuipers, J. van de Ven, B. Nijman
J. F. Morriën, secretaris

De raad bijeengeroepen zijnde waren alle leden tegenwoordig.

Wordt voorgenomen:

Johannes van der Bijlaard N. 1600 Bed. Kol (desertie voor de 3e maal)

De raad gebood hij binnen zoude staan om gehoord te worden.

Hij had geene aanneembare redenen ter zijner verontschuldiging in te brengen.

Men liet hem buiten staan om over zijn misdrijf te raadplegen.

Gezien Art 11 van het reglement van Tucht voor bedelaars Kolonisten
Gehoord het gevoelen van den raad

Besluit

Den Bedelaars Kolonist J. van der Bijlaard N. 1600 te straffen met opsluiting in de strafkamer gedurende den tijd van 14 dagen, de 3 eerste en de 3 laatste te water en brood, benevens met 20 rietslagen en om gedurende ten minsten vier maanden eene onderscheidene kleeding te moeten dragen, zoo mede zijne rekening oververdiensten te belasten met f 4.60 wegens betaalde premie en transport kosten.

De Raad gebood hij binnen zoude staan, men las hem dit vonnis voor, waarna hij aftrad.

De president sluit de vergadering.

Aldus opgemaakt op datum als in het hoofd dezes vermeld, en onderteekend door
(wgt) C. W. Rensing, President
Leden van den Raad: A. Textor, G. Kuipers, J. v d Ven, B. Nijman
J. F. Morriën, Secretaris
   
voor Copij Conform
de Secretaris
J. F. Morriën

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1619

Notities bij het zittingsverslag