Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

Zitting van 4e November 1854.


Extract uit de notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht voor Beds Kolonisten gehouden te Veenhuizen 2e Gesticht

Tegenwoordig zijn:
J.F. Krieger, Adjunct-directeur en President
G.W. van Lemel, Onderdirecteur
Kuipers, Onderdirecteur
Schilder en Geerds, zaalopzieners
Ente, boekhouder en secretaris.

Wordt ter tafel gebragt eene klagte tegen de navolgende Bedelaarskolonisten:

1. W. Dulfer, N3623 wegens dronkenschap voor de eerste maal;

2. G. de Blaauw N2316 wegens onzedelijken omgang, volgens hare verklaring met den Bedelaarskolonist P. de Haan die destijds aan het 3e Gesticht was, doch thans ontslagen, waardoor zij zich in eenen zwangeren toestand bevindt;

3. P.J. Dams, N3921 wegens het verkoopen van een paar kousen 2e taille voor de eerste maal

en de navolgende wegens het verkoopen van kleeding bij herhaling en hierdoor in schulden geraken, als:

J. Nas N6199, 1 hemd en 1 doek;
J. van Roon N5519, 1 hemd, 2 doeken, 2 paar kousen en 1 gedragen broek, hebbende eene gezamentlijke waarde van drie gulden vijftien cents;

4. De navolgende wegens bij herhaling ontvreemden,als:
J. Koning, N1507, twee kop aardappelen;
A. Scholder N260 drie kop aardappelen;
P. Heijkens N1009, B. Hoijes, N3758 ieder vier kop aardappelen en eindelijk H.G. Hopma N838 vier kop aardappelen en een half pond brood.

De beschuldigden worden een voor een binnengelaten en de tegen hun ingebragte bezwaren kennelijk gemaakt, waartegen geen hunner iets ter verschooning heeft in te brengen.

Men laat hun vervolgens buitengaan om over de strafbepalingen te kunnen handelen.

Gezien Artikelen 10, 13 en 16 van het Reglement van Tucht voor Bedelaarskolonisten op hun toepasselijk als Artikel 10 op Dulfer, Artikel 16 op De Blaauw en Artikel 13 op de overige hierin vermelde Kolonisten en is mede op J. Nas en Van Roon toegepast, het Besluit van de Permanente Commissie dd. 18 October 1844 luidende als volgt:
Artikel 10, 13 en 16.

Gehoord de leden van den Raad, ieder in het bijzonder,

wordt besloten:

Den navolgende bedelaarskolonisten te straffen als Dulfer en De Blaauw ieder voor 8 dagen provoost en de overige hierin vermelde Kolonisten te straffen met opsluiting in de provoost, als Dams voor 8 dagen en de overigen ieder voor 14 dagen, benevens dubbelde vergoeding van het ontvreemde voor zooveel ieder aangaat.

Boven en behalve deze straffen zullen de Kolonisten J. Nas en Van Roon ten laste hunner kleeding rekening ontvangen een onderscheidingsbovenpak om hetzelve gedurende 3 achtereenvolgende maanden te dragen.

Men laat hun andermaal binnenkomen en maakt hun met de opgelegde straffen bekend, waarna aan de zaalopzieners onder wiens onmiddellijk toezigt zij zijn gesteld, wordt gelast de straffen op hun toegepast te executeren.

Geener der leden iets meerder ter behandeling hebbende voor te dragen wordt de vergadering gesloten.

Aldus gedaan op dag, maand en jaar als in het hoofd dezes vermeld en door de gezamentlijke leden ondertekend.
Was getekend, J.F. Krieger; G.W. van Lemel; Kuipers; Schilder; Geerts; Ente,

voor copie conform, de secretaris.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 19 december 1854 N3, invnr 794

Notities bij het zittingsverslag