Raad van Policie en Tucht voor Bedelaarskolonisten bij het 3e Gesticht te Veenhuizen

op den 11e November 1854


Alle leden zijn tegenwoordig.

Wordt voorgeroepen:

1. S.J. Stevens, N4457, J.W. de Mooij N3892, H. Veldman, N1063 en J.H.A. Nieuwenhuizen, N2747 alle vier zich schuldig gemaakt hebbende aan desertie voor de 1e maal.

De President brengt hen het strafbare van hun gedrag onder het oog, kunnende zij geen reden van verschooning inbrengen.

De Raad, gezien hebbende het Reglement van Policie en Tucht, Artikel 11, houdende bepaling van straf op het misdrijf: desertie voor de 1e maal, besluit met eenparige stemmen om:

Stevens, De Mooij, Veldman en Nieuwenhuizen, voornoemd, ieder de straf op teleggen van 10 dagen opsluiting in de strafkamer, met boeijen, te water en brood om den anderen dag en 4 maanden lang eene onderscheidene kleeding te dragen.

Zij, binnengeroepen zijnde, deelt de President aan hen hun verkregen vonnis mede.


2. J. Huijer, N4150 en W.A. Schuring, N3060, beide zich schuldig gemaakt hebbende aan ontvreemding van olie van de katoenspinnerij.

De President doet hen het misdadige van hun gedrag kennen, waartegen zij geene verschoonende reden kunnen inbrengen.

De Raad, gezien hebbende het Reglement van Policie en Tucht, Artikel 13 , houdende strafbepaling op het misdrijf: ontvreemding van goederen, besluit met eenparige stemmen om:

Huijers en Schuuring, voornoemd, de straf op teleggen van ieder 3 dagen opsluiting in de strafkamer met boeijen en dubbele vergoeding der waarde van het ontvreemde; op hunne rekening bij de Maatschappij, ten bedrage van 21 cent door eerstgemelde en 7 cent door laatstgenoemde.

Zij, binnengeroepen zijnde, deelt de President aan hen hun verkregen vonnis mede.


3. O. Tierks N3177 en H.G. Oost N3798 beide zich schuldig gemaakt hebbende aan verkoop van een hemd van hunne Koloniale kleeding.

De President doet hen het strafbare van hun gedrag inzien, waartegen zij geene verschoonende reden kunnen inbrengen.

De Raad, gezien hebbende het Reglement van Policie en Tucht, Artikel 13, houdende bepaling van straf op het misdrijf: verkoop van Koloniale kleeding, besluit met eenparige stemmen om:

Tierks en Oost, voornoemd, ieder den straf op te leggen van 10 dagen opsluiting in de strafkamer met boeijen en dubbele vergoeding der waarde van het verpande, op hunne rekening bij de Maatschappij, ten bedrage van f 1, 25.

Zij, binnengeroepen zijnde, deelt de President aan hen het verkregen vonnis mede.


4. J.J. Roterman, N3 PK en J. Seijffers N5868, beide zich schuldig gemaakt hebben aan poging tot ontvreemding van aardappelen.

De President doet hen het misdadige van hun gedrag kennen, waartegen zij geene verschoonende reden kunnen inbrengen.

De Raad, gezien hebbende het Reglement van Tucht en Policie, Artikel 13, houdende bepaling van straf op het misdrijf: ontvreemding van goederen, besluit met eenparige stemmen om:

Roterman en Seijffers, voornoemd, ieder de straf op te leggen van 14 dagen opsluiting in de Provoost, hetwelk hen, zij daartoe binnengeroepen zijnde door den President wordt kenbaar gemaakt.


5. H. Haak no. 4559, die zich schuldig heeft gemaakt aan desertie, zijnde hij 16 Augustus jl. door den Raad voor gemeld vonnis verkeerdelijk gevonnisd, wegens dronkenschap.

De President doet hem zulks kennen.

De Raad, in overweging nemende het Reglement van Policie en Tucht, Artikel 11, houdende bepaling van straf op het misdrijf: desertie voor de 1e maal, besluit met eenparige stemmen om:

Haak, voornoemd, den straf op te leggen van 5 dagen opsluiting in de strafkamer met boeijen, te water en brood om den anderen dag en 4 maanden eene onderscheidene kleeding te dragen.

De Raad daarna gezien hebbende het Besluit der Permanente Commissie dd 17 October 1854 no.6, waarbij Haak voormeld van de hem opgelegde Provooststraf wordt vrijgesproken en hij, binnengeroepen zijnde, wordt hem door den President zijn verkregen vonnis en vrijspraak van Provoost-arrest mede gedeeld.


De President laste gevende tot de uitvoering der voorzegde straffen, gaat de vergadering daarna uiteen.

De President, B.Drijber;
de Leden: Bosma;
L. Bandring;
H. Rut;
W. Meinen;
H. Ent;
J. Visser, de secretaris.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186,  bij post van 19 december 1854 N3, invnr 794

Notities bij het zittingsverslag