Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

Zitting van den 18 November 1854


Extract uit de notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht voor Beds Kolonisten gehouden te Veenhuizen 2e Gesticht

Tegenwoordig zijn:
J.F. Krieger, Adjunct-Directeur en President
G.W. van Lemel, Onderdirecteur
Kuipers, Onderdirecteur
Van Woerden en Gustavus, zaalopzieners
Ente, boekhouder en secretaris.

Wordt ter tafel gebragt eene klagte tegen de navolgende Bedelaarskolonisten als:

1. A. Schuit, N2337 en J.G. Noijons N4020 wegens desertie voor de eerste maal met verzwarende omstandigheden, bestaande in het medeneemen van meerdere kleeding dan de aanhebbende;

2. De navolgende Bedelaarskolonisten wegens het verkoopen van kleding voor de eerste maal als:
- H. Aarden N968, 1 broek, 1 hemd en 2 paar kousen;
- J.L van der Saar N972, 1 broek, 1 hemd, 1 halsdoek en 2 paar kousen;
- P.T. van Koerk N3577, 1 broek, 1 hemd en 2 paar kousen,2e taille en 1 doek 1e taille en een keteltje, verklaarde de kleeding verkocht of ter verkoop gegeven hebben aan den Kolonist Van Aarden, hierboven genoemde, die zulks alhier bevestigde aan door hem onbekende personen;
- J. Meinders N2565, 1 hemd aan of ter verkoop gegeven, aan den Kolonist Van Druten N2089  die zulks dan ook heeft verkogt.
- G. de Fontenille N3893, 1 hemd dat hij mede verklaard door tusschenkost van bovengenoemde Van Druten te hebben verkogt;
- D. Romijn N9002, 1 broek, 1 hemd en 3 paar kousen.

De navolgende Bedelaarskolonisten wegens het verkoopen van kleeding bij herhaling als:
- J. Nas N6199, 1 gedragene broek hebbende eene waarde van vijf en twintig cents;
- S. Pothuis N5801 eene gedragene broek, 1 hemd en 2 paar kousen, hebbende een gezamentlijke waarde van eene gulden;
- H. van Guck N1126, 1 broek, 1 borstrok, 1 hemd en 1 halsdoek en verklaart de borstrok aan Van Aarden te hebben verkogt en de broek en het hemd aan M. Bismeijer, die zulks ontkende in waarheid te bestaan, en waarvan geen de minste bewijzen bestaan, zoodat men genoemde Bismeijer als niet schuldig moet beschouwen.

De navolgenden wegens het ontvreemden bij herhaling als
- D. Ruthee N2612, vier kop aardappelen;
- M. Hazing N2409 drie kop aardappelen;
- en E. Haverkamp N266 vijf Nederlandsche ponden brood.

De navolgende wegens ontvreemding voor de eerste maal als
- M. Dassing N343 wegens ontvreemding van een halven kan olij en aan den Bedelaarskolonist M.E. Kunstenaar N423 afgegeven, welke olie tot verlichting strekke op de ziekenzaal;
- L. Rousseau N5560 wegens ontvreemding van een kwart mud rogge, volgens zijne verklaring;

3. K. Vrijdag N667 wegens brutaliteit tegen den zaalopziener Ermers in de kerk;

4. J. Molst N4751 wegens dronkenschap voor de tweede maal.

De beschuldigden worden een voor een binnengelaten en de tegen hun ingbragte bezwaren kennelijk gemaakt, waartegen geen hunner iets ter voldoende verschooning heeft in te brengen.

Men laat hun vervolgens weer buiten gaan om over de strafbepalingen te kunnen handelen.

Gezien Artikelen 9, 10, 11 en 13 van het Reglement van Tucht voor Bdelaarskolonisten op hun toepasselijk, als Artikel 9 op Vrijdag, Artikel 10 op Molet, Artikel 11 op Noijons en Schuit en Artikel 13 op de overige hierin voorkomende strafschuldigen Bedelaarskolonisten en luidende als volgt:
Artikelen 9, 10, 11 en 13,

gehoord de leden van de Raad, ieder in het bijzonder,

wordt besloten:

De navolgende bedelaarskolonisten te straffen als:

Schuit en Noijons ieder voor 14 dagen provoost, waarvan de drie eerste en de drie laatste te water en brood en na die ondergane straf te dragen een onderscheidingsbovenpak gedurende 4 achtereenvolgende maanden.

Aarden, Van de Saar, Van Koert, Meijnders, Van Druten, Fontenielje, Romijn, Dassing, Kunstenaar en Rousseau ieder voor 8 dagen provoost en dubbelde vergoeding van het verkocht of ontvreemde voor zooveel het ieder aangaat;

Nas, Pothuis, Van Goch, Ruthee, Haring en Haverkamp ieder voor 14 dagen provoost, benevens dubbelde vergoeding van het verkochte of ontvreemde voor zooveel ieder aangaat. Vrijdag voor 4 en Molst voor 10 dagen provoost.

Men laat hun andermaal binnenkomen en maakt hun met de opgelegde straffen bekend, waarna aan de zaalopzieners onder wiens onmiddellijk toezigt zij zijn gesteld, wordt gelast de straffen op hun toegepast te executeren.

Geene de  leden iets meer ter behandeling hebbende voor te dragen wordt de vergadering gesloten.

Aldus gedaan op dag, maand en jaar als boven gemeld en door de gezamentlijke leden getekend.

Was getekend: J.F. Krieger; G.W. van Lemel; Kuipers; Van Waarden; Gustavus; Ente.

Voor copie conform, Ente, secretaris.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 19 december 1854 N3, invnr 794

Notities bij het zittingsverslag