Raad van Policie en Tucht voor Bedelaarskolonisten bij het 3e Gesticht te Veenhuizen

op den 29e November 1854


Alle Leeden zijn tegenwoordig.

Worden voorgeroepen:

1. J. van Dijk N4528, zich schuldig gemaakt hebben aan het verkoopen van 6 paar handschoenen, zijnde Koloniale kleeding.

De president doet hem het strafbare van zijn gedrag inzien, waartegen hij geene  verschoonende reden kan inbrengen.

De Raad.
Gezien hebbende het Reglement van Policie en Tucht, Artikel 13, houdende bepaling van straf op het misdrijf: verpanding van Koloniale kleeding, besluit met eenparige stemmen om:

Jan Dijk, voornoemd, de straf op teleggen van 8 dagen opsluiting in de strafkamer met boeijen en dubbele vergoeding van de waarde van het verpande op zijn rekening bij de Maatschappij ten bedrage van f 1,20.

Hij, binnnengeroepen zijnde, deelt den President aan hem zijn verkregen vonnis mede.


2. C. Museler N5845, die zich heeft schuldig gemaakt aan ontvreemding van een kannetje met olie van de katoenspinnerij.

De President brengt hem het misdadige van zijn gedrag onder het oog, kunnende hij geene reden van verschooning inbrengen.

De Raad,
Gezien hebbende het Reglement van Tucht en Policie, Artikel 13, houdende bepaling van straf op het misdrijf: ontvreemding van goederen, besluit met eenparige stemmen om:

Museler, voornoemd, de straf op te leggen van 14 dagen opsluiting in de Provoost met boeijen en dubbele vergoeding der waarde van het ontvreemde op zijne rekening bij de Maatschappij ten bedrage van 90 cents.

Hij, binnengeroepen zijnde, deelt de President aan hem zijn verkregen vonnis mede.


3. H. Paalman, N369, H.J. Leenen N400 en L. van der Vecht N5096, de twee eerstgenoemden zich schuldig gemaakt hebbende aan desertie voor de 1e maal en laatstgenoemde aan poging daartoe.

De President brengt hen het strafbare van hun gedrag onder het oog, kunnende zij geene reden van verschooning inbrengen.

De Raad,
Gezien hebbende het Reglement van Policie en Tucht, Artikel 11, houdende bepaling van de straf op het misdrijf: desertie vaar de 1e maal of poging daartoe , besluit met eenparige stemmen om:

Paalman, Leenen en van der Vegt, voornoemd, ieder de straf op teleggen van 6 dagen opsluiting in de strafkamer, met boeijen te water en brood om den anderen dag en 4 maanden eene  onderscheidene kleeding te dragen.

Zij, binnengeropen zijnde, deelt de President aan hen het verkregen vonnis mede.


4. N. Nederpelt, N249, F. Belie N3043, T. Wenmakers N4246, H. Weer N5561, J. Stiggerda N448, alle vijf zich schuldig gemaakt hebben de aan verkoop van Koloniale Kleeding, de vier eerstgenoemde ieder een broek en laatstgenoemde een hemd.

De President doet hen het strafbare van hun gedrag inzien, kunnende zij geene verschoonende reden inbrengen.

De Raad,
Gezien hebbende het Reglement van Policie en Tucht, Artikel 13, houdende bepaling van straf op het misdrijf: verkopen van Koloniale kleeding, besluit met eenparige stemmen om:

Nederpelt, Belie, Wenmakers en Wever, voornoemd, ieder den straf op te leggen van 14 dagen opsluiting in de strafkamer, met boeijen en Steggerda, voornoemd, 8 dagen opsluiting alsvoren, benevens dubbele vergoeding er waarde van het verkochte op hunne rekening  bij de Maatschappij ten bedrage van f 2,30 door de vier eerstgenoemde en f 1,25 door laatstgenoemde.

Zij, binnengeroepen zijnde, wordt hen door den President hun verkregen vonnis kenbaar gemaakt.


5. J. Bokhoven N5096, zich schuldig gemaakt hebbende aan poging tot ontvreemding van aardappelen.

De president doet hem het strafbare van zijn gedrag kennen waartegen hij geene verschoonende reden kan inbrengen.

De Raad,

Gezien hebbende het Reglement van Policie en Tucht, Artikel 13, houdende bepaling van straf op het misdrijf: ontvreemding van goederen, besluit met eenparige stemmen om:

Van Bokhoven, voornoemd, de straf op te leggen van 10 dagen opsluiting in de strafkamer met boeijen, hetwelk hem, hij daartoe binnengeroepen zijnde, door den President wordt kenbaar gemaakt.


De President, lastgevende tot de uitvoering de voorzegde straffen, gaat de vergadering daarna uiteen.

De President, B. Drijber;
B. Postma;
L. Bandring;
De secretaris, J. Visser.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186,  bij post van 19 december 1854 N3, invnr 794

Notities bij het zittingsverslag