Maatregelen door de directeur der koloniën tegen de toenemende onzedelijkheid onder met name bedelaarskolonisten, als vervolg op de discussie bij de zitting van 26 november 1858b


Frederiksoord 4 Januarij 1859
N. 18

De Directeur der Kolonien:

Ontvangen hebbende eene Resolutie van den Heer Gecommitteerde van den 14e December JL. N 1, om, door eenige meerdere maatregelen van bestraffing, den in den laatsten tijd toegenomen onzedelijken omgang van vrouwen met mannen in de gestichten, zoo veel mogelijk te keer te gaan.

Besluit:

Art: 1
Voortaan zal elke kolonisten vrouw die bevonden wordt zich in de gestichten aan onzedelijkheid te hebben schuldig gemaakt, naar het 2e Gesticht te Veenhuizen worden overgeplaatst, zoo zij daar niet reeds gevestigd is, alwaar dezulken in ééne zaal, van den opziener Gustavus, onder een streng opzigt, zullen worden geplaatst,- aan ééne afzonderlijke tafel het middagmaal zullen gebruiken,- aan het einde der zaal bij elkander hare slaapplaatsen hebben,- aan het Jak eene mouw van groen voerlaken tot onderscheidingsteeken dragen en van alle voorregten verstoken blijven,- het minst aangename werk verrigten en onder een bepaald toezigt naar en van de werk-plaats worden gebragt en gehaald.-

Art: 2
Het werk dier vrouwen zal bestaan uit wol-pluizen en dergelijke bezigheid, terwijl het onderscheidingsteeken zal worden gedragen zoo lang zij, later, als zogende vrouw worden verpleegd.-

Art: 3
Bij de gewone straf, door den Raad van tucht naar het bestaande of nader te wijzigen Reglement over zoodanige vrouw uit te spreken, behoort alzoo de verwijzing van haar naar het 2e Gesticht te Veenhuizen en naar de bedoelde zaal, waarheen zij onmiddellijk zal worden overgebragt, met medegeving van een afschrift van het besluit, wanneer het eene overplaatsing is van een ander gesticht.-

Art: 4
Van al zoodanige verwijzingen wordt gelijke kennisgeving gedaan aan den Godsdienst-leeraar of Geestelijke van het kerk genootschap, waartoe zij behoort, te Ommerschans nog vóór hare overbrenging.-

Art: 5
Het wordt aan de Chefs nadrukkelijk opgedragen te zorgen, dat de mannen en vrouwen een quartier uurs tusschen beiden zich naar het werk buiten het gesticht begeven en de beide sexen aldaar overal onder vertrouwd opzigt van elkander worden gehouden en om de opzieners die hierin niet aan hunne verpligting voldoen, door anderen te vervangen.-

En zullen hiervan afschriften aan de Adjunct-directeuren van de gestichten worden uitgereikt, ter uitvoering.-

De Directeur voornoemd
J. van Konijnenburg


Bijlage: Besluit van de gecommitteerde der regering


No. 24
’s Gravenhage, den 18 Januarij 1859

De Gecommitteerde der Regering bij de M v W enz:

Gelezen den brief van den Directeur der kolonien van den 11 dezer N 115 en de daarbij ingezonden Processenverbaal van de Raden van Tucht aan de Gestichten over December jl

Besluit

1e te bekrachtigen de verwijzing voor een onbepaalden tijd naar de strafkolonie te Ommerschans van de weezen P. Bruneel N76 & C. P. de Rijk N679

2e den Directeur te kennen te geven dat het Beheer heeft goed gekeurd de voorgeschreven bepalingen vervat in het Besluit des Directeurs van den 4 dezer N 18 zullende alsnu in verband tot art: 1 dezer resolutie de bedelaars kolonisten G. de Vries N52, J. N. de Harder N1975 & E. Hogendoorn N4982 die zich te Ommerschans aan onzedelijkheid hebben schuldig gemaakt, naar het 2e Gesticht te Veenhuizen behooren te worden overgeplaatst.

Afschrift dezes zal worden gezonden aan den Directeur der Kolonien ter uitvoering

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 18 januari 1859 N24, invnr 905

Notities bij het zittingsverslag