Bedelaars bij het eerste gesticht Veenhuizen

Extract uit de Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht bij het 1 Gesticht

Zitting van den 22 Januarij 1859


Tegenwoordig zijn:
C. W. Rensing, president
leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman
J. F. Morriën, secrt

De Raad wordt door den voorzitter geöpend, alle de leden zijn tegenwoordig.

Den bedelaars kolonist Abraham Saalberg N3324 opzigter bij de bokschuiten, die dagelijks de turf uit het veen naar het Gesticht brengt, heeft gerapporteerd, dat den Israëliet Mozes Achtseribbe N545 van het stamboek der weezen (doch voor straf onder de bedelaars kolonisten, tijdelijk overgeplaatst, en door de brand van het 2e Gesticht naar hier overgekomen) zich niet ontzien heeft van de achterste bokschuit weg te loopen, vóór dat hij Saalberg van de voorste, waarop hij zich bevond, Achtseribbe konde achterhalen, aangezien drie bokschuiten, op eenigen afstand van elkander varende, nog al eene lengte bevat.

Aan onze policie daar van berigt gezonden hebbende, gelukte het dezen, den Israëlitischen bedelaars kolonist Emanuël Swaab N4489 een fleschje met sterke drank af te nemen, hetwelk M. Achtseribbe van de buurschap Westervelde had gehaald, en behendig Swaab had weten in handen te werken.- Beiden worden in de provoost gebragt.

In de Raad van Tucht hadden zijl: niets tot hunner defentie in te brengen.

Gezien art: 11 van het Reglement van Tucht voor bedelaars kolonisten, daar dit artikel hier zal moeten toegepast worden, om dat Achtseribbe over de grenzen van de kolonie geweest is.

In aanmerking nemende dat Mozes Achtseribbe vroeger reeds 3 malen als wees is gedeserteerd geweest.

Wordt besloten

De bedelaars kolonisten Mozes Achtseribbe N545 en Emanuel Swaab N4489 te straffen de eerste met opsluiting in boeijen gedurende den tijd van 10 dagen, de twee eerste te water en brood en Swaab overeenkomstig art 10 tot 5 dagen opsluiting.

Niets meer te behandelen zijnde, wordt de Raad gesloten.

Aldus gedaan op dato als in het hoofd dezes vermeld.

De president en leden
C. W. Rensing, president
leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman
&  J. F. Morriën, secretaris

Voor Copie Conform
De Secretaris
J. F. Morriën

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 19 februari 1859 N4, invnr 907

Notities bij het zittingsverslag