Extract uit de Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht voor Bed. Kolonisten te Veenhuizen 1e Gesticht

Zitting van den 12 Julij 1859


Tegenwoordig
C. W. Rensing, Presid.
Leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman
J. F. Morriën, Secret.

De Raad wordt door den voorzitter geopent.

De Bedelaars kolonisten Thomas Dendaas N5250 en Hermanus Esseboom N1101 verschijnen om gehoord te worden.-

Beide deze kolonisten behooren tot de bokschuit-vaarders die dagelijks de turf uit het nieuwe Veen, op de grenzen van de Smilde halen.-

Ze zijn terugkomende uit het veen weg geloopen, de vaart door gegaan en hebben te Westervelde sterke drank gedronken, ten gevolge waarvan Dendaas door onze Politie in eenen beschonken toestand in het Norgerbosch is opgespoord, en des avonds ten 10 ½ uur in het gesticht is terug gebragt, terwijl Esseboom, uit zich zelven, reeds vroeger is huis waards gekeerd.

Deze bedelaars kolonisten zijn voorlopig in onze strafkamer voor Weezen in gebruik, moeten opgesloten worden, doch alvorens dit te doen, hebben wij de zich daarin bevindende kinderen, in vrijheid moeten stellen.

Gezien art: 10 van het Reglement van Tucht voor bedelaars kolonisten

wordt besloten te straffen:

De bedelaars kolonisten T. Dendaas N 5250 en H. Esseboom N 1101, met opsluiting in de provoost gedurende 10 dagen voor eerstgenoemde, en 5 dagen voor Esseboom.

De gevonnisde bedelaars kolonisten zullen worden overgeplaatst, de eerste naar N 2, en de laatste naar het 3e Gesticht, en zal aan de respective plaatselijke Directie aldaar verzocht worden, deze straffen ten hunnent te willen laten ten uitvoer brengen.

De Raad wordt gesloten.

Aldus gedaan op dato als in het hoofd dezes vermeld.
De President en Leden
(was getekend) C. W. Rensing, President
Leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman

Voor Copij Conform
De Secretaris
J. F. Morriën


Naschrift:
Nog tot opheldering is dienende, dat bij de turfbakken altijd één opziener is, doch dat met meer dan één bokschuit de turf wordt aangevoerd, welke vaartuigen niet altijd onmidlijk bij elkander zijn, en er dus wel eens een persoon kan ontsnappen zonder dat de opziener dit verhinderen kan, thans wordt er echter zoo veel doenlijk voor gewaakt
De Adjunct Directeur
Rensing

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 23 augustus 1859 N9, invnr 923

Notities bij het zittingsverslag