Veteranen bij het tweede gesticht Veenhuizen

Op heden den 23 September 1829 word bij het 2e Etablissement te veenhuizen door den Adjunkt Direkteur S: B: Drijber de Raad van Dezipliene belegd


, bestaande uit den voorzitter voornoemd, den Kapitein kommandant der veteranen, den Onder Direkteur van het 2e & 3e Etablissement Buiten, benevens de Sergeanten Müller en Rosenthal om te onderzoeken en te vonnissen over zaken betrekkelijk de ingekomen Missieve van den Kapitein Thonhauser ingebragt ten laste de zoon en dogter van den fuselier Keiner zich hebbende schuldig gemaakt met beledigingen den Korporaal Nikopskij te hebben aangedaan –


De beschuldigde zoon en dogter van den fuselier Steiner benevens de Korporaal Nikopskij en getuigen met namen den Sergeant Steemink en den vrouw van den fuselier Boon worden voor den Raad gebragt –

De Missieve word de beschuldigden en getuigen voorgelezen –

De voorzitter onderhoort de Getuigen welke eenparig verklaren dat den zoon van den fuselier Keiner den Korporaal Nikopskij bij het inkomen in de agter Poort had gestoten met de Elleboog in de Borst, hier op vroeg gemelde Nikopskij op (moet zijn of) hij dispuut tegen hem zogt waarop hij niet antwoorde; doch willende vertrekken komt de dogter van den fuselier Keiner en gooit hem met de klomp in zijn nek –

Den voorzitter ondervraagt de waarheid der getuigenissen aan de beschuldigde zoon en dogter van Keiner, welke verklaren dat de Korporaal Nikopskij dronken was, en den zoon van voornoemde Keiner tegen het lijf viel, het welk door de getuigen voor onwaarheid erkend word–

De raad doet de beschuldigden en getuigen buiten gaan.

De voorzitter steld voor op grond van art: 2&3 van het Reglement van tucht, ten gevolge bewezen gepleegde misdaad aan den zoon van den fuselier Steiner de straf te laten volgen van een dag Prevoost arrest , hebbende in aanmerking genomen dat genoemde zoon van Steiner er voor het overige van een onberispelijk gedrag is, en aan de dogter van genoemde Steiner de straf van drie dagen Prevoost arrest door dien zij meer schuldig is aan de gepleegde misdaad dan eerst genoemde, en deze straf te beginnen op heden den 23 September 1829.

De overige leden stemmen in de strafbepaling van den voorzitter over een, waarop de beschuldigden en getuigen weder worden binnen gelaten en hun het opgelegde vonnis word voorgelezen.

Aldus opgemaakt door de Raad van Dezipliene ten jare en dage voorschreven –
S: B: Drijber, President
J: Thonhäuser, Kapitein
L:N: Bandering, Onder Direkteur
J: Müller, Sergeant
A: Rosenthal, Sergeant
Van Marle, secretaris

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620