Veteranen bij het tweede gesticht Veenhuizen

Ingevolge door den Adjunct-Directeur begelgden Raad van Tucht op heden den 20 Maart 1832


Zijnde nademiddags vijf uren gecompareerd de navolgende personen:

De Adjunct-Directeur A. de Geus, President
De Kapitein Thonhauser
De Onderdirecteur L. Nijenbandering
De sergeant-majoor Muller en
De sergeant Rosenthal.

De President verklaart de vergadering voor geopend:

Wordt ter tafel gebragt een Proces-Verbaal van den wijkmeester Hagendoorn opgemaakt ten bezwaren van de sergeant de Klerk, inhoudende voornoemde wijkmeester te hebben beledigd, door ongepaste uitdrukkingen, schelden en bedreigingen.

Voornoemden sergeant wordt binnengelaten, hem het Proces-Verbaal doorgelezen en ondervraagd of zulks overeenkomstig de waarheid is, waarop hij zulks heeft bekend.

De aanklager en aangeklaagde worden gelast buiten de Raad te gaan, waarop dezelve na eenige tijd hiervoor te hebben geraadpleegd besloten wordt de sergeant de Klerk overeenkomstig het Reglement van Tucht, door de Permanente Commissie vastgesteld naar aanleiding van Artikel ? de straf op te leggen van 3 dagen Provoost arrest.

De sergeant de Klerk wordt wederom binnengelaten en hem deze straf opgelegd.

Door de President wordt in omvraag gebragt of een der Leden nog iets had voor te stellen dat met neen beantwoord zijnde zoo wordt de Raad gehouden voor geëindigd.

Aldus opgemaakt ten dage en Jare voorschreven. De President en Leden
Ads de Geus
J. Thonhäuser
L. NBandering
Müller
A. Rosenthal
Krieger

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620


Notities bij het zittingsverslag