Veteranen bij het tweede gesticht Veenhuizen

De Raad van Tucht belegd op heden den 8 October 1800 twee en dertig door den heer Onderdirecteur A. de Geus als President


Zijn gecompareerd des avonds te zes en een half uren de navolgende Leden:
De President voornoemd
De kapitein Thonhauser
De Onderdirecteur L.Nijenbandering
De sergeant Elbers
De Fourier van Es

De President verklaart de vergadering voor geopend.

Wordt aan den Raad voorgelegd een Proces-verbaal van de Direktie van het 2e Gesticht inhoudende aanklagt tegen den korporaal de Liefde als hebbende een flesje genever verkogt ter somma van vijftien cents aan den vrouw van den zaalopziener Unverzagt en daar dit strijdig is tegen de bestaande Reglementen der Kolonie zoo wordt voornoemde korporaal de Liefde voor den Raad geroepen.

Bovengemeld Proces-Verbaal hem zijnde voorgelezen heeft hij hierop geantwoord dat zulks alles overeenkomstig de waarheid is, doch niet bij herhaling, hierop heeft men tot getuigen almede ingeroepen de zaalopziener D. Klaver welke gecompareerd zijnde, almede de getuigenis afgelegd van eenmaal voor een stuiver genever bij hem gekogt te hebben, hetwelk voornoemd korporaal almede bekend, derhalve is het stellig bewezen dat hij zich bij herhaling aan het verkoopen van genever heeft schuldig gemaakt.

Gezien het Reglement van Tucht voor de Arbeiders- en Veteranen-huisgezinnen en nader besluit van de Permanente Kommissie dd 24 September 1829.

Gezien Artikel 1 als boven volgens welk de Veteraan  de Liefde zich heeft schuldig gemaakt aan wanbedrijf en

gezien Artikel 2 van het Reglement van Tucht onder deel Litt.A en diens volgens Artikel 3 inhoudende de straffen op de in het vorige Artikel uitgedrukte verkeerdheden en misdrijven gesteld zijn.

1. Opsluiting van drie tot acht dagen in de strafkamer naar gelang de omstandigheden van hem die zich voor de eerste maal aan misdrijven onder Litt.A tot C vermeld heeft schuldig gemaakt.

Heeft de Raad geoordeeld de Veteraan Liefde als voor de eerste maal bovenvermeld wanbedrijf te hebben gepleegd voor drie dagen in de strafkamer.

Aldus opgemaakt ten dage en jare voorschreven
Ads de Geus
J. Thonhäuser
L. NBandering
A.T. Elbers
Van Es fourier


Bijlage: Proces verbaal door adjunct-directeur De Geus en onderdirecteur Kluvers


PROCES-VERBAAL

De Direktie van het 2e Gesticht van de Kolonie Veenhuizen, reeds lange tijd vermoedende dat enige der Veteranen genever verkoopt en mitsdien op dit misbruik dat ernstig verboden is wakende, heeft ten gevolge gehad dat de vrouw van den zaalopziener Unverzagt door den eerst ondergetekende is aangehouden op den weg om binnen het Gesticht te gaan met een flesje genever;

haar het voornemen, daarmede afvragende, antwoorde zij dat die genever voor haar man was, en dat zij die bij de Veteraan van Diggelen had overgenomen,

doch nadat zij naar huis is gegaan, heeft zij haar zoontje gezonden om te zeggen dat vrouw van Diggelen maar zonder getuigen bedoelde genever bij haar gehaald te hebben.

Vrouw van Diggelen daarmede niet willende beschuldigd zijn, heeft daarvan dadelijk Rapport aan de Direktie gemaakt,

hierop het onderzoek nader voortgezet, heeft vrouw Unverzagt bekend bedoelde genever niet van de vrouw van Veteraan van Diggelen, maar bij de Veteraan de Liefde te hebben gehaald en op de vraag wat zij daarvoor betaald heeft, verklaart daarvoor drie stuivers te hebben gegeven, en op de vraag of zulks wel meer gebeurd was antwoorde zij van ja, nu en dan.

Zoo dat daaruit opgemaakt kan worden dat de Veteraan de Liefde of deszelfs huisvrouw doorgaande zich ophouden met de verkoop van genever hetzij aan Kolonisten of Geemployeerden.

En is daarvan opgemaakt dit Proces-Verbaal op heden den vijfden October 1800 twee en dertig.
De Adjunktdirecteur
A. de Geus
De OnderDirekteur
J. Kluvers

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620

Notities bij het zittingsverslag