Veteranen bij het tweede gesticht Veenhuizen

De Raad van Tucht belegd voor Militaire Huisgezinnen op heden den 22e Januarij 1834 door den Heer Adjunkt Direkteur A. de Geus als President


Zoo zijn gecompareerd des avonds ten 6 ½ Uur de navolgende Leden

De President voornoemd
Den WelEdelen Gestrengen Heer Kapitein Thonhauser
De onder Direkteur J. F. Krieger
De Sergeant Elbers en
De Fourier van Es.

De Raad geopend zijnde, zoo worden voor dezelve gebragt Zoonen van Veteranen Huisgezinnen Geerts en Eldik en verscheidenen anderen.

Waarop men het vermoeden had, dat door deszelven, des avonds straatschenderij word gepleegd, vooral bestaande, in het uittrekken en over de grond werpen van eenige droogpalen, om het Gesticht, en het afbreken van banken, aan de deuren der Veteranen Huisgezinnen.

De Raad gehoord de getuigen, waaronder de Veteraan Zwarts, de assistent Meijer, en de Veteranen Weduwe van der Zijp, welke verklaren, dat de Veteranen Zoonen Geerts en Eldik altijd als voorstanders bij dergelijken daden tegenwoordig zijn; bovendien heeft de eerste getuigen verklaard, voornoemde Geerst onder de weglopende jongens te hebben erkend en aangesproken op de plaats alwaar op dien avond de droogpalen waren uit de grond gerukt.

De Raad doet de aangeklaagden en getuigen buiten gaan en wordt door de zelve besloten de Veteranen jongens Geerts en Eldik de straf op te leggen van Acht dagen Provoost arrest, naar aanleyding van het Reglement van Tucht voor Veteranen Huisgezinnen als Art. 2 van A-C.
“voor ongeoorloofde en aan bepaalde straffen onderhevige handelwijze en gedragingen worden gehouden,
A. Weygering van gehoorzaamheid en onbescheidenheid jegens of wel dadelijk verzet tegen een der Koloniale Ambtenaren
b. onderling schelden, kijven, vegten of op eenigerley andere wijze de rust verstoren”

De daarop toepasselijke straffen onder Art. 3 N.1 “opsluiting van drie tot acht dagen in de strafkamer, naar gelang der omstandigheden van hem die zich voor de eerste maal aan de misdrijven onder L. A-C  vermeld,  heeft schuldig gemaakt.”

De Raad doet voornoemde Geerts en Eldik binnen  komen, hunne straffen voorlezen en ten uitvoer brengen.

Waarmede de Raad wordt gehouden voor geeindigd.

Aldus opgemaakt op bovenstaande datum
Ads de Geus
J: Thonhäuser
J.F. Krieger
van Es, fourier
Elbers

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620

Notities bij het zittingsverslag