Veteranen bij het tweede gesticht Veenhuizen

De Raad van Tucht belegd, voor Militaire Huisgezinnen, op heden den 21e Februarij 1834 door den Heer Adjunkt Direkteur A. de Geus, als President


Zijn gecompareerd des avonds ten 6 ½ Uur de navolgende Leden:
De President voornoemd
Den Heer Kapiteyn Thonhauser
Den Onder Direkteur J.F.Krieger
De  Sergt. Majoor  Eringaard
De Sergeant Elbers

Wordt ter tafel gebragt een Proces Verbaal van den WelEd. Gest. Heer  Kapt. Thonhauser, houdende aanklagt tegen de Veteranen Zoonen M. Saagner en H. Siets, als hebbende zich toegeëigend Kantschoppen, toebehoorende aan de Weezen van het 1e Gesticht, het welk het gevolg heeft gehad, dat zij zich met woorden en daden hebben verzet, tegen den wijkmeester P. Postema, toen hij de zelve van hun terug vorderde.

Gehoord de Sergeant de Jong als getuigen en den wijkmeester P. Postema als aanklager, welke beide verklaaren dat de twee kantschoppen, welke alhier in den Raad bezichtigd werden, te zijn dezelve kantschoppen, toebehoorende aan het 1e Gesticht, welke heden ogtend in handen waaren van bovengemelde Veteranen Jongens.

In de Raad worden binnen gebracht de Veteranen Jongens M. Saagner en H. Siets, welke na dat voormelde kantschoppen door hen gezien waaren, bovengemelde aanklagt en getuigenissen, tegen hun aangevoerd, hebben erkend de waarheid te zijn.

De Veteraanen Zoon M. Saagner geeft voor de kantschoppen van een weesjongen van het 1e Gesticht te hebben gekocht, doch welke hij niet kende.

H. Siets zegt dezelve te hebben gekocht van den nu reeds ontslagen Arbeyders Kolonist van den Hak.

De Raad overwegende voor zoo verre M. Saagner betreft, dit niet voor de grondige Waarheid te kunnen aannemen, en al waare dit zodanig, als dan nog door hem gehandeld zijn tegen het Reglement van Tucht voor Militaire Huisgezinnen.

Aangaande H. Siets is de Raad van oordeel,  dat wat het koopen van die kantschop van een Arbeydert Kolonist van den Hak betreft, Waarheid kan zijn, hoewel moeijelijk te onderzoeken, als zijnde hij met ontslag vertrokken, doch meer verschooning verdiend, als kunnende die kantschop zijn eigendom zijn, en die man hem als vreemdeling zijn voorgekomen;
doch insgelijks strafbaar is, om reden hij zich heeft verzet met daden en woorden tegen een Koloniaal Ambtenaar.

Gezien van voornoemd Reglement Art. 2 Letter A: luidende als volgt
“weygering van gehoorzaamheid aan, onbescheidenheid jegens, of wel dadelijk verzet tegen een der Koloniale Ambtenaaren.”
Hetzelve Art. letter ? luidende
“Ontvreemding, verwaarloozing, opzettelijke beschadiging en Verkoop of Verpanding van een anders goed, het Zij van mede Kolonisten, het Zij van de Maatschappij in gebruik toe vertrouwd of niet.”

Besluit

De Veteraanen Jongeling M. Saagner te straffen met vier dagen Provoost Arrest, en de dubbele vergoeding van het gekogte.

En H. Siets met acht dagen Provoost arrest.

In de Raad niets meerder te verhandelen zijnde,  zoo wordt dezelve gehouden voor geeeindigt.

Aldus opgemaakt te bovenstaande datum
Ads de Geus
J. Thonhäuser
J.F.Krieger
J. Eringaard
CH(?) Elbers

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620

Notities bij het zittingsverslag