GEEN TRANSCRIPTIE, ALLEEN SAMENVATTING

Raad van Tucht voor veteranengezinnen bij het tweede gesticht te Veenhuizen op 18 januari 1835


De weduwe van veteraan Joseph Klapvelder behorende tot het huisgezin van de veteraan Schoenmaker, wordt beschuldigd van aan een bedelaars kolonist te hebben verkogt voor twintig centen genever.

De president vraagt of zij de vrouw was die zich aan die verkoop van sterken drank had schuldig gemaakt; 'hetwelk met het rondborstige Ja doch tevens met een berouw hebbend gevoel wordt beantwoord'.

De Raad 'overwegende dat de beschuldigde berouw gevoeld over hare gedane misstap en dat er wel eenige grond is te veronderstellen dat in vervolg dit misdrijf niet wederom zal plaatsvinden'.
In aanmerking nemende dat overigens niets nadeligs ten haren laste kan worden gebragt, dat zij zich aanhoudend als eene geschikte vrouw ordentelijk en onberispelijk gedraagd zonder nog te gewagen van hare reeds gevorderde jaren en de verklaring dat zij zich nimmer weder aan eenig misdrijf zal vergrijpen
besluit haar voor dit keer geen straf op te leggen.


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620

Notities bij het zittingsverslag