Naar het overzicht
van stukken over VEENHUIZEN



Augustus 1837, Instructie voor de aan te stellen sluiswachter

Volgens mij is het sluisje tussen de Norgervaart en de Veenhuizense Vaart in 1837 nog niet helemaal afgebouwd, als Gedeputeerde Staten van Drenthe een instructie voor de sluiswachter opstellen. Het stuk bevindt zich bij de uitgaande post van 23 december 1837, invnr 467 (daarvan zijn geen scans). Een behoorlijk gedeelte van het besluit ontbreekt echter:


Kopij

Instructie voor den Sluiswachter, belast met de dagelijksche dienst bij de Schutsluis in den mond der vaart naar de kolonie Veenhuizen op het einde der Norgervaart.   
   
                  Art: 1

Dagelijksch toezigt.

De sluiswachter zal zorgen:

a. Dat de werken tot de sluis behoorende, naar behooren schoon en zindelijk worden gehouden.

b. Dat de beschoeijingen rondom de geheele sluis tot de hoogte der eiken dekstukken tot bevordering der afwatering steeds afdragende blijven aangehoogd.

c. Dat de Vloeren der sluis en speciaal voor de aanslagen der puntstukken worden schoon gehouden, ten welken einde de noodige krabbers aan hem zullen worden ter hand gesteld.

d. Dat de rinketten met de daartoe behoo-

Hier ontbreekt een gedeelte van het stuk.

Het nastroomen door deze sluis is zoo bij het doorschutten als anderszins volstrekt verboden.

De sluiswachter zal van de gedane schuttingen een dagregister moeten houden en binnen de eerste acht dagen van iedere maand, een extract uit dit register bevattende de gedane schuttingen in de laatstvorige maand door tusschenkomst van den Heer HoofdingeniŽur aan Gedeputeerde Staten inzenden.

                    Art: 4.

Waterstand in de sluiskamer.

De sluiswachter zal doch met spaarzaamheid, moeten zorgen, dat de bovenslagdorpel op tijden, dat er niet geschut wordt, steeds onder water sta. Hij zal, daartoe het water in de sluiskamer door het sluiten der beneden deuren moeten opzetten tot een el veertig duim beneden het peil der hoofdvaart. Na dat deze waterstand verkregen zal zijn, zal hij de rinketten zoo van de boven als beneden sluisdeuren goed sluiten en de sleutel daarvan onder zijne bewaring houden.

                    Art: 5.

De sluiswachter zal, tot belooning voor het doorschutten van ieder schip, van den schipper genieten vijf cents, te betalen telkens zoo wel bij het op- als bij het afvaren. Bij aldien hij door de Maatschappij van Weldadigheid wordt belast met de ontvangst der sluisgelden, zal hij zich daaromtrent moeten gedragen naar het tarief dat door Gedeputeerde Staten daaromtrent zal worden vastgesteld.

Aldus gešrresteerd door Gedeputeerde Staten der provincie Drenthe in Derzelver Vergadering van Dingsdag den 15den Augustus 1837.
(geteekend D. J. van Ewijck

Ter ordonn: van Dezelven
(Geteekend  W. H. Hofstede jr

Voor kopij Conform,
De Griffier der Staten van Drenthe
W. H. Hofstede