Naar het overzicht
van stukken over VEENHUIZEN



Paar fragmenten uit het verslag, gedateerd 5 februari 1840, van de directeur van zijn bezoek aan Veenhuizen


Dit verslag, gedateerd 5 februari 1840 bevindt zich in invnr 224 de scans 190 tot en met 197. De eerste twee opmerkingen hieronder zijn van invoerders bij het Vele Handen-project en heb ik zelf niet gecheckt, het daarna volgende gedeelte is wel eigen transcriptie.

De permanente commissie heeft op de brief aangetekend dat ze erover besluit op 7 maart 1840. Dan wijst ze de voordracht van Harbrecht-Van der dooze af maar steunt wel het plan straf te geven aan fabrieksarbeiders die hun werk niet af krijgen.



- op scan 195.

Opmerking Vele Handen-invoerder: Hier wordt voorgesteld eten te onthouden en in de strafkamer op te sluiten als men het werk niet af krijgt.
.
- op scan 196:
Opmerking Vele Handen-invoerder: Hier wordt gememoreerd dat er een kolonist kaartjes met koloniale munt heeft vervalst.

- op scan 197:
De bedelaarshuisgezinnen worden op denzelfden voet als de arbeidershuisgezinnen geadministreerd, met dit onderscheid, dat de laatste bij vertrek, immers geen- en de eerste wel uitbetaling van het reserve-geld bekomen.
Het is waar, de laatste blijven meerendeels, maar toch schijnt dit eene ongelijkheid te weezen, welke ik gemeend heb aan U Weledel Geborenens oordeel opzettelijk te moeten onderwerpen, temeer daar enkele bedelaarshuisgezinnen bepaaldelijk gevraagd hebben, of zij dat reservegeld nu voortaan wel geheel zullen erlangen. De stand der saldo’ op ultimo December jl is U Weledel Geborenen bekend.

Eindelijk heeft het huisgezin van Harbregt, gehuwd met vrouw Scholbroek, weldra 2 jaren van de Ommerschans bij het 3e Gesticht geplaatst, hetwelk zich hier uitmuntend gedraagt, mij dringend verzocht, U Weledel Geborenen voor te stellen, om hetzelve eindelijk in de gewone Kolonien overteplaatsen, waartegen bij de Directie geen andere bedenkingen zijn, dan dat zulks tot het voorjaar zou dienen te wachten, verzoekende ik U Weledel Geborenen derhalve mij nu voor alsdan, tot die verplaatsing welke hem voor allang zou zijn beloofd, te magtigen.