Diverse stukken over het Instituut voor Landbouwkundige Opvoeding te Wateren 1823-1860


Een verzameling over het paradepaardje van de koloniŽn van weldadigheid.
Is het al bijzonder dat armenkinderen enig basisonderwijs krijgen, Johannes van den Bosch heeft ook een vervolgopleiding in het leven geroepen. Alles wat ik heb over het Instituut voor Landbouwkundige Opvoeding te Wateren is vanaf deze pagina bereikbaar.


Op 11 mei 1823 komt Johannes van den Bosch met plannen voor een opvoedings instituut in Wateren. Twee slaapzalen, een schoollokaal dat tevens als eetruimte dient, enzovoort, alles uitgewerkt.
Even wat groter afgedrukt: een plaatje hoe het Instituut er aan de voorkant uit moet hebben gezien. Getekend door de bedelaarskolonist Van Geelen ergens in 1827/1828.
Het Instituut te Wateren gaat medio 1824 van start met eerst vooral 'kwekelingen' uit de vrije koloniŽn, daarna met ook weeskinderen uit Veenhuizen. Een kleine greep uit die laatste categorie.
Het Instituut begint met personeel van buiten, maar schakelt steeds meer over op eigen kweek. Een beginnetje van het overzicht van personeelsleden te Wateren van 1824 tot 1860.

Er is altijd wat met de onderinstituteurs te Wateren. De eerste neemt november 1826 de vlucht als door een brief is ontdekt dat hij iets heeft met een weesmeisje uit Veenhuizen.
De tweede onderinstituteur moet februari 1829 vertrekken, als hij zich buiten de kolonie zo aan drank te buiten is gegaan dat hij door kwekelingen thuisgebracht moet worden.

Op 15 april 1831 stelt directeur Van Konijnenburg voor om Instituteur Mulder adjunct-directeur van de Ommerschans te maken en adjunct-directeur voor het onderwijs Van Wolda het Instituut te Wateren te laten leiden.
Besluit van de permanente commissie op voorstel van de directeur der koloniŽn dd 18 juli 1831: Er wordt te Wateren een veefokkerij opgericht.
De permanente commissie gaat 24 februari 1832 niet akkoord met het voorstel de kwekelingen te Wateren meer voeding te geven dan de wezen in Veenhuizen, maar het mag wel lekkerder zijn.
Veelbelovende kwekelingen raakt men kwijt aan de militaire dienst. Op 14 augustus 1833 wordt besloten dat ze daarna mogen terugkeren.

Januari 1836 schrijft Van Wolda het jaarverslag over het koloniale onderwijs in 1835. Na wat algemene opmerkingen loopt hij alle scholen en onderwijzers langs. Ook Wateren.
Op 10 maart 1838 laten de Instituteur en de directeur aan de permanente commissie weten dat het beroerd gesteld is met de kleding van de kwekelingen. Mogen er lakense buizen komen?
Een ongemeen levendige beschrijving van een bosbrand die twee kwekelingen in Wateren op zondag 12 mei 1839 per ongeluk veroorzaken.




7 mei 1845: De kwekelingen te Wateren moeten zuiniger zijn op hun kleding en om dat te bevorderen moeten ze reparatie voortaan zelf betalen.

Net als alle hoofden van koloniŽn moet ook de Instituteur van Wateren januari 1846 een lijst inleveren van alle jongeren die het afgelopen jaar met ontslag zijn gegaan.



In april 1852 wordt besloten een nieuw schooltje te bouwen in het gebied dat als Groot-Wateren of Doldersum (later Boschoord) bekend staat, waar diverse kwekelingen het onderwijsvak leren.


























Lege bladzijde