Naar het overzicht
van Veenhuizense weeskinderen



Wat dragen de wees- en armenkinderen uit Middelburg die van 20 tot 28 maart 1825 naar Veenhuizen reizen?


De subcommissie van weldadigheid te Middelburg is zo aardig om voor de Heeren Burgemeester en Wethouders van de stad het transport van weeskinderen te organiseren. Op 18 maart 1825 schrijft de subcommissie aan de permanente commissie in Den Haag, invnr 72, en vul dan rechtsonder het scannummer 779 in:


De Stedelijke Subcommissie van Weldadigheid te Middelburg, op verzoek van Heeren Burgemeester en Wethouders van die Stad, zich belast hebbende, om door hare tusschenkomst te doen plaats hebben de opzending van zestien kinderen naar de Colonie der Maatschappij, heeft de eer, onder toezending van eene stamlijst en notitie der door hun medegenomen kledingstukken, ter kennis der permanente commissie te brengen, dat de gemelde kinderen op den 20sten dezer van deze Stad naar Amsterdam zullen afreizen.

Hoezeer deze opzending niet als gewoonlijk ten gevolge van een bijzonder contract zal geschieden, maar een daadlijk uitvloeizel is, van de bepalingen, bij een Besluit van Z. M. van 15 Jan. ll. voorgeschreven, heeft de subcommissie nogtans gemeend, zich niet te mogen onttrekken aan het verlangen van het Stedelijk Bestuur, hetwelk aan deze wijze van opzending boven iedere andere de voorkeur gegeven heeft, en daarbij de verzekering heeft gevoegd, dat alle de kosten daarop vallende, van Stadswege zullen worden terugbetaald, weshalven de Subcommissie dan ook de vrijheid neemt, de Permanente Commissie te verzoeken, dat dezelve aan den kassier der Maatschappij te Amsterdam, de nodige autorisatie gelieve te verleenen, om ten aanzien van de verzorging en verdere afscheping der kinderen, op gelijke wijze te handelen, als in gewone gevallen geschied.

De Stedelijke Subcommissie voornoemd,
namens dezelve,
J. van der HorstSekle,
secretaris

Ze vertrekken dus zondag 20 maart en ze zullen in Veenhuizen aankomen op maandag 28 maart. Tegenwoordig doen we daar met de intercity vier uur over. Bij de brief gevoegd is een staat met de namen van de kinderen en de kledingstukken die ze dragen, invnr 72 en vul rechtsonder het scannummer 802 in. Het opschrift van de staat luidt:


Notitie van Kleedingstukken welke door den onderstaande kinderen naar de Kolonien der Maatschappij van Weldadigheid worden medegenomen

De lijst zelf heb ik een beetje aangepast. Er staat bij Johannes Pleijtenaar een aantekening dat hij geen wees is maar een verlaten kind. Blijkbaar leidt dat tot een ander, en beter kledingpakket. Eerst de jongens:

Putte, Cornelis van der
Mulder, Cornelis
Roelofs, Willem Hendrik
Tinis, Johannes Lodewijk
Mulder, Hendrik
Vroom, Jacobus
Nulders, Franciscus Wilhelmus
Ingen, Jan Pieter van
Gerritse, Adriaan
Jobse, Andries
Albregt, Pieter
Een karsaaije buis
Een dito broek
Een paar schoenen
Een linne hemd           
Een paar kousen
Een das
Een hoed
Pleijtenaar, Johannes
Een karsaaije buis
Een linne dito
Twee linne broeken
Een hemd
Een paar kousen
Een paar schoenen
Een pet
Een hoed


Dan de meisjes:

Vroom, Cornelia
Wissekerke, Sara Jacoba van
Wissekerke, Lena Pieternella van
Schoppens, Catharina Frederika
Een karsaaije jak
Een dito rok
Een taarlinge schort
Een linne hemd
Een dito halsdoek
Een zak en zakdoek
Een paar schoenen
Een paar kousens
Een zwarte en een witte muts


En de staat wordt afgesloten met de mededeling:


Aldus opgemaakt bij ons Burgemeester en Wethouders der Stad Middelburg, den 18 maart 1825

Ik zal de diverse kinderen uit dit stuk nog nalopen, maar hier alvast dat er meer over Jan Pieter van Ingen te vinden is op deze pagina.