Naar het overzicht
van Veenhuizense weeskinderen



Pastoor Doorenweerd uit Kampen, tot nu toe enthousiast voor de kolonisatie, is april 1825 heel ongelukkig dat zijn schaapjes het in Veenhuizen zonder zielzorg moeten stellen


Pastoor Doorenweerd is als secretaris zeer actief binnen de subcommissie van weldadigheid te Kampen. Maar 25 april 1825 uit hij zijn frustratie. De brief bevindt zich vreemd genoeg tussen de uitgaande post, invnr 355, en wordt geciteerd in De kinderkolonie pagina 90:

De vervoering van eenige katholijke weezen, welke aan mijne herderlijke zorg zijn aanbevolen, zonder mijne voorkennis, uit ons weeshuis naar Veenhuy­sen, waar zij voor als nog zonder genoegzame onderwijs in hunne religie, zonder alle openbare oefening van dezelve, zonder eenigen geestelijken troost in geval van eenige ongesteldheid of eenige ernstige ziekte en zonder alle herderlijke verpleging zijn, heeft mij op het allergevoeligste getroffen;

en deze omstandigheden hebben het mij tot den duursten pligt gemaakt, dezelve bij UWEZG. voor ons huis te reclameren, tot dat in hunne geestelijke behoef­ten behoorlijk zal voorzien zijn.

Ik vertrouw dat UWEZG. de billijkheid van deze mijne reclame met mij zullen inzien, en dus geene de minste zwarigheid maken, om aan dit verlangen van dengenen te voldoen, die zich teekent.

De pastoor laat het niet bij deze brief, hij blijkt ook een adres bij de koning te hebben ingediend. Dat wordt door de Administrateur voor het Armenwezen bij Binnenlandse Zaken op 28 juni 1825, invnr 74, doorgestuurd:

Ik heb de eer UHEG: hierbij te zenden een adres van den R.C. pastoor Doorenweerd te Campen, houdende verzoek om voorziening op het gemis van eene R.C. geestelijke in het etablissement uwer Maatschappij te Veen­huizen, als mede om, inmiddels negen wezen naar derwaards opgezonden, en tot het R.C. weeshuis binnen voorgemelde stad behoorende in dit gesticht terug te doen keeren.
Ik verzoek UWelEdelen mij derzelver consideratien nopens den zaak mede te deelen.


Op Doorenweerds brief van 25 april (zie boven) schijnt de permanente commissie al op 6 mei 1825 gereageerd te hebben, maar dat antwoord heb ik niet gezien. Wel de reactie erop van Doorenweerd, 1 juli 1825, invnr 75, die laat weten niet te zullen wijken en zelfs pleit voor een afzonderlijke katholieke kolonie:

Ik heb de eer UWEZG. hartelijk te bedanken wegens de ophelderingen, welke UWEZG. door UWEZG. missive van den 6 mei ll. omtrent UWEZG. loffelijke pogingen, om in de geestelijke belangen der kath: kolonisten te Veenhuisen te voorzien, mij hebben gelieven mede te deelen.

Zij hebben mijne bekomme­ringen merkelijk verminderd, maar toch niet geheel weggenomen.

Waarom ik mij dan ook gedrongen heb gevoeld, de weezen van Kampen, die katholijk zijn, bij Z.Exc. den Minister van Binnenlandsche Zaken te reclameren; tot dat er een geestelijke over hen het opzigt kan hebben.

Intusschen verzoek ik UWEZG. allerinstantelijkst te willen zorgen, dat toch eerlang de roomsche kolonisten, wier getal, zoo als ik hoor, tot over de 300 reeds is aangegroeid, eenen zielzorger erlangen; al zal hij zich dan ook maar provisioneel in een kamertje van het gesticht behelpen.

Dit acht ik des te noodzakelijker, omdat anders vele leden uit gemoedelijk bezwaar de Maatschappij zullen verlaten, waarvan hier reeds een voorbeeld is.

Zoo men dan wil, dat de colonisatie met gevolge voorga, zal men behoren te zorgen, dat de katholijke colonisten, zoo veel doenlijk, in één gebouw, niet ver van de woning des pastoors, onder opzigt van kath. vaders & moeders vereenigd werden.

En alhoewel wij den uitval van de weegschaal hoogelijk afkeuren, ben ik echter van oordeel, dat het wenschelijk zoude geweest zijn, dat dit alles in orde ware geweest, eer dat de weezen naar de colonie waren verzonden. Hunne zaak UWEZG. in dezen dan nog dringend aanbevelende, heb ik de eer, mij te teekenen

B. Doorenweerd pastor


Pastoor Doorenweerd krijgt de kinderen niet terug, maar wel komt er snel katholieke zielzorg in Veenhuizen. De pastoor blijft actief in de subcommissie Kampen totdat ernstige doofheid dat moeilijk maakt.