Naar het overzicht
van Veenhuizense weeskinderen



September 1829: het straffen vůůr het reglement van tucht van 1829: aan de staart van het paard en vijftien slagen

Onderstaande brief van directeur der koloniŽn Wouter Visser is gedateerd 21 september 1827, heeft nummer N382A en bevindt zich in invnr 87. Het lijkt of er uit de voormalige woonplaats van Cornelis Kouwer, Jisp, is geklaagd over zijn behandeling en Visser zich moet verdedigen. Uit deze brief wordt geciteerd op pagina 107-108 van De kinderkolonie.


De wees Kornelis Kouwer, zoon eener ontslagene bedelaarskoloniste, is in der tijd gedeserteerd geweest op gedurig aanraden en tengevolge aangewende pogingen van deeze laatste, en niet om eenig geld van zijn moeder te halen, wijl deze zoo als hij zeer wel wist dagelijks om en bij het gestigt was, teneinde zijn desertie te bevorderen.

Reeds den volgende morgen is hij door den Brigadier Veldwachter te Groningen in het huis waar zijn moeder zig gewoonlijk ophoud gevonden en met deze mede gegaan;

onderweg ziende dat de jonge moede wierd, heeft den Brigadier hem, in plaats van aan den staart van het paard te binden, op het paard gezet, en heeft zelf gedurende 2 a 3 uren de weg te voet afgelegd;

in het Etablissement teruggekomen is hij door den raad van Politie gecondemneerd tot het ontvangen van 15 slagen, en opsluiting gedurende 8 dagen met genot van gewone voeding;

Deze straf en de wijze van overbrenging heeft hij volgens zijne eigene verklaring ondergaan; doch de Direktie verzekerd dat het getal slagen bij de strafoefening wel tot 10 is verminderd.

Volgens de designatielijst (nummer 25) waarmee Cornelis eerder naar het kindergesticht is gebracht, heet die moeder annex bedelaarskoloniste Reindertje met een onleesbare achternaam. De enige Reindertje die ik kan vinden is Reindertje Koen, die in toegang 0137.01 invnr 422 (en dan scan 430) staat ingeschreven met nummer 346 op folio 428. Zij is op 6 september 1826 uit Veenhuizen ontslagen, dus dat kan wel kloppen.

Verder over Cornelis. Zie deze pagina hoe de scans van de genoemde wezenregisters te bereiken:

Cornelis Kouwer

● Cornelis Kouwer staat met het weesnummer 1689 in het register van het derde gesticht te Veenhuizen met invnr 1572, in het wezenregister 1829-1830 met invnr 1410 en in het wezenregister 1831-1834 met invnr 1411. Volgens die inschrijving is hij geboren op 22 augustus 1813, is hij gereformeerd en afkomstig uit Jisp, dat hem op 19 september 1825 (toen zijn moeder dus nog in het bedelaarsgesticht zat) afgeleverd heeft bij de kinderetablissementen.
Hij komt verder niet meer voor in de tuchtregisters en Cornelis Kouwer zal na zeven jaar Veenhuizen met ontslag verlaten op 4 september 1832.

Overigens hebben er nog twee kinderen met de achternaam Kouwer in het kindergesticht gezeten, maar die zijn volgens mij geen familie van voornoemde Cornelis. Ze komen allebei uit Middelburg:

Hendrika Johanna Kouwer staat met het weesnummer 2071 in het wezenregister 1829-1830 met invnr 1410, in het wezenregister 1831-1834 met invnr 1411 en in het wezenregister 1835-en-verder met invnr 1413. Volgens die inschrijving is zij geboren op 29 januari 1816, gereformeerd en door Middelburg in het kindergesticht gebracht op 21 juni 1830.
Ze gaat na zeven jaar de wijde wereld in en verlaat Veenhuizen met ontslag op 7 april 1837.

Leentje Kouwer, of later: Leuntje Kouwer, staat met 2072 in dezelfde drie registers als haar oudere zus. Zij is geboren 29 maart 1821, van dezelfde godsdienst en op dezelfde dag als haar zus in Veenhuizen afgeleverd. Zij blijft twaalf jaar en verlaat het kindergesticht met ontslag op 3 juni 1842.