Naar het overzicht
van Veenhuizense weeskinderen



De gouverneur van Drenthe stuurt de lijst met dienstplichtigen in 1829 rond en krijgt reacties en vragen die hij doorspeelt naar de Maatschappij


Het eerste briefje van de gouverneur van Drenthe is gedateerd 5 januari 1829 en bevindt zich in invnr 95. Blijkbaar heeft hij de van de Maatschappij gekregen lijst met dienstplichtigen naar de betreffende provincies gestuurd en die reageren. Eerst Utrecht.


Door den Heer Gouverneur van Utrecht, bij brief van 30 december ll, aan mij zijnde toegezonden eenige doopextracten van jongelingen, uit gemelde Provincie in de Kolonien binnen dit gewest uitbesteed, welke in het loopende of volgende jaren aan derzelver verpligting met opzigt tot de Nationale Militie alnog zullen moeten voldoen, zoo heb ik de eer, gemelde extracten hiernevens aan de Permanente Commissie te doen toekomen, teneinde daarvan het noodige gebruik te kunnen maken; waarbij ik echter vermeen te moeten doen opmerken, dat Hermannus Konijn, welke volgens het te zijnen aanzien overlegd extract, 18 Julij 1810 is gedoopt, en mitsdien in de termen valt, om in dit jaar voor de Nationale Militie te worden ingeschreven, niet wordt aangetroffen op de naamlijst der jongelingen, die in 1810 zijn geboren en waarvan ik een afschrift heb ontvangen met UwelEds missive van 9 December ll. N1235, weshalve ik de Commissie verzoek, na gedaan onderzoek, mij te willen melden of genoemde jongeling alnog op die lijst zal behoren te worden gebragt.

De Staatsraad Gouverneur van de Provincie Drenthe,
P. Hofstede

Hermanus de Conijn

De oplossing is simpel: Hermanus de Conijn staat met het weesnummer 1559 in het stanboek van het derde gesticht met invnr 1572. Hij is inderdaad geboren 10 juli 1810 en hij is op 1 augustus 1825 door de stad Amersfoort het kindergesticht ingebracht. Maar aangetekend is dat hij al een klein jaar eerder, op 23 april 1828, in zeedienst is gegaan.

De volgende brief is van 8 januari 1829, ook invnr 95, en nu heeft hij een reactie gehad van Gelderland dat ze een bepaalde jongen helemaal niet kennen:

Van den Heer Gouverneur der Provincie Gelderland zijnde medegedeeld, een extract uit de naamlijst der bestedelingen in de kolonien binnen dit gewest, welke in 1829, aan hunne verpligting met opzigt tot de Nationale Militie moeten voldoen, mij toegezonden bij missive der Commissie in dato 9 december ll. N1235, worde ik door ZHEdGestr. op heden geinformeerd, dat de persoon van Etienne Margerieth, welke in de bedoelde Lijst, onder N543, wordt opgegeven, tot de Provincie Gelderland, Gemeente Wageningen te behooren, in die Gemeente noch geboren noch bekend is, verzocht genoemde Heer Gouverneur mitsdien, ten zijnen aanzien, omtrent de plaats zijner geboorte, een nader onderzoek te willen doen bewerkstelligen.

Ik heb dientengevolge de eer, onder mededeeling van het vorenstaande, de Commissie te verzoeken, te willen doen nagaan, of welligt, eene verkeerde opgave, ten aanzien van dezen jongeling heeft plaats gehad, en mij hieromtrent, zoodra mogelijk, nu deze inlichting te doen geven.

De Staatsraad, Gouverneur van de Provincie Drenthe,
P. Hofstede.

Etienne Margerit

Etienne Margerit of Margenet staat met weesnummer 17 in het stamboek van het eerste gesticht met invnr 1571. Hij is geboren in 1809 en hij kwam weliswaar op 19 februari 1824 in het kindergesticht vanuit Wageningen, maar daar was hij uitbesteed door het Aalmoezeniersweeshuis in Amsterdam, dus in die laatste plaats hoort hij. Zie verder over hem onderaan deze pagina.

De volgende brief is van 13 januari 1829 en gaat over de juiste naam van de wees Hendrik Jans Cordel:uit Harlingen. Dat wordt nog ingewikkeld en vergt een aparte pagina.
De laatste brief is van 15 januari 1829, ook weer invnr 95, en is weer naar aanleiding van opmerkingen van de provincie Utrecht:


Bij mij is ingekomen, eene missive van den Heer Gouverneur van Utrecht, in dato 12 dezer, daarbij kennisgevende, dat de persoon van Klaas Demans, vermeld op den Staat, gevoegd geweest bij de missive der Permanente Commissie van 9 december ll. N1235, waarvan aan ZHEdG een extract is toegezonden, en welke, volgens de op dien Staat voorkomende aanteekening, in 1810 te Utrecht geboren, en mitsdien voor de ligting van dit jaar zoude behooren te worden ingeschreven, op de registers van den Burgerlijken Stand der genoemde Stad, van den jare 1808 tot 1812 incluis, noch onder zijnen, hierboven vermelden naam, noch onder die van Klaas de Man of Klaas Lemans is aangeteekend, verzoekende ZHEdG om die redenen te worden onderrigt, door welk Godshuis of Armbestuur voornoemde persoon is uitbesteed, ten einde ten zijnen aanzien, de nodige renseignementen intewinnen en alzoo eene waarschijnlijk abusieve inschrijving te voorkomen.

Vermits nu, in den Staat, door de Permanente Commissie medegedeelt, geene opgave gevonden wordt van het Armbestuur of Godshuis, voor welker rekening de uitbesteding is geschied, zoo heb ik de eer, te verzoeken, dienaangaande wel zoo dra mogelijk te mogen worden geinformeerd, ten einde zulks aan den Heer Gouverneur van Utrecht te kunnen kenlijk maken.

De Staatsraad, Gouverneur van de Provincie Drenthe,
P. Hofstede.

De permanente commissie heeft op de brief aangetekend dat zij hem beantwoordt op 19 januari 1829 met brief N66. Ik ben benieuwd wat ze daar schrijven, want ik heb geen flauw idee wie hier bedoeld wordt. Geen enkele naam van weesjongens lijkt hier op.