Naar het overzicht
van Veenhuizense weeskinderen



Goede surveilliance, opwekken tot arbeidzaamheid en een wakend oog op het zedelijk gedrag van haar dochter Johanna van Varick

De kassier van de Maatschappij van Weldadigheid, Van Iddekinge, schrijft op 14 januari 1829 over een verzoek van Grietje Schraa weduwe van Varick, invnr 95 scan 522:


Ik heb de eer te refereren aan mijne laatsten van 9 dezer N46, en zie verlangend, na deszelfs beantwoording uit.

Er heeft zich bij mij vervoegd, zekere Grietje Schraa, weduwe van Varick, welke gaarne wenschte, dat haar jongste dochter Johanna van Varick, geboren 30 Januarij 1813, wonende alhier, in een der gestichten te Veenhuizen a f 45:- ís jaars kon worden opgenomen. En welks kontrakt, zouden kunnen gesloten worden, onder guarantie van den Heer G.C. Lange, welke mede alhier gedomilicilieerd is.

Men zouden gaarne zien, dat dit meisje, onder goede survilliance werd gesteld, dat de geest tot arbeidzaamheid bijzonderlijk bij haar werd opgewekt, en er een wakend oog werd gehouden op haar zedelijk gedrag.

Uit die wenschen, zult UEdG ligtelijk kunnen ontwaren, van hoedanige geaardheid zij is, & daar de Maatschappij van Weldadigheid bij uitnemenheid geschikt is, de zoodanige hervormd, aan de groote maatschappij terug te geven, zoo wilde de moeder dat het kontrakt op die voet werd ingerigt, dat het jaarlijks voor opzegging vatbaar was.

Indien deze voorwaarden, met den geest des Reglements door UEdG niet strijdig mogten worden bevonden, gelieft dan de goedheid te hebben van twee kontrakten in gereedheid te doen brengen, & aan mij over te maken, wanneer ik een dezelve behoorlijk geteekend door de kontraktante & voornoemde Heer Guarandeur UEdG zal terugzenden.
De Kassier der Maatschappij,
Van Iddekinge.

De permanente commissie heeft op de brief geschreven dat zo'n plaatsing alleen kan via een E-contract (zie uitleg) voor zestig gulden per jaar en dan is een garantie niet nodig omdat het jaarlijks vooruit betaald wordt. Op 27 februari 1829, invnr 95 scan 1042, schrijft de kassier:


Eerst heden ben ik in staat gesteld UEdG te kunnen antwoorden op Uwe geŽerdes van 31 Jan jl N100 ten aanzien van het verlangen in de mijnen van 14 dito N47 betrekkelijk het opmaken van een kontrakt voor de dochter van Grietje Schraa wed van Varick, welke men gaarne zag, dat in een der opvoedings gestichten a zestig gulden per jaar werd opgenomen, waartoe dan eindelijk de wed. heeft besloten; doch het kontrakt zoodanig interigten dat het jaarlijks voor opzegging op de gestelde termijn vatbaar is.


Dat is geen probleem en op 17 maart 1829, invnr 96 scan 193, stuurt de kassier het ondertekende contract terug en meldt hij dat het meisje over een week op de boot gaat richting Veenhuizen.

Johanna van Varick

Johanna van Varick is dus geboren 30 januari 1813 en zij komt op 26 maart 1829, zestien jaar oud, aan in het kindergesticht. Zij staat in het stamboek voor alle op contract geplaatste koloniebewoners met invnr 1389 met nummer B982 en op de lijst van op contract geplaatste weeskinderen met nummer 58.

Blijkbaar werpt de harde hand in Veenhuizen snel resultaat af, want al op 24 november 1829, invnr 101 scan 256, schrijft de kassier:

De weduwe van Varick heeft zich bij mij vervoegd, met verzoek UEdG te willen melden, dat zij het kontrakt voor hare dochter Johanna in Maart ll a f 60 gesloten, gaarne zeg opgeheven.
Zij wenschte echter haar kind, in plaats van in Maart, reeds in het laatst van Februarij aanstaande terug te mogen hebben, teneinde in tijd voor haar een middel van bestaan te kunnen vinden.

Johanna van Varick wordt 'hervormd aan de groote maatschappij teruggegeven' op 31 maart 1830.