Naar het overzicht
van Veenhuizense weeskinderen



April en mei 1829: voorbeelden van de reacties uit den lande op de ontslagvoordracht


Zodra het ministerie van Binnenlandse Zaken de ontslagvoordracht van weeskinderen heeft ontvangen, schrijft zij daarover aan de gouverneurs van de provincies. Die op hun beurt informeren de voogden van de betreffende kinderen en vragen hoe ze tegenover het ontslag staan.

De gouverneurs verzamelen die reacties en sturen ze naar het ministerie en die op haar beurt brengt de Maatschappij van Weldadigheid op de hoogte. Daar worden er brieven ontvangen als bijvoorbeeld deze over de kinderen uit Overijssel van 16 april 1829, invnr 96:

N57

De Administrateur voor de Gevangenissen en het Armwezen,

Op de voordragt van de Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid te ’s Gravenhage, tot ontslag van personen in de kinder Etablissementen te Veenhuizen opgenomen, voor den loopende jare, voor zoo verre die personen tot gemeenten der provincie Overijssel behooren;

Gezien het daarop bij den Heere Gouverneur dier provincie ingewonnen berigt, in dato 8 April 1829, N5;

Autoriseert de Commissie voornoemd de zes hier na vermelde personen te ontslaan; namelijk:

N933 Dirkje Polman.
N934 Lamberta Johanna Mulkes
N935 Jannetje Berends
N954 Johannes Pommeraal
N952 Johannes van Putten
N955 Arend Jan Bot

Afschrift dezes zal gezonden worden aan de meergemelde Commissie. om dienovereenkomstig te handelen.

De Administrateur voor de Gevangenissen en het Armwezen,
Privinare

Amsterdam

Meestal bestaat zo'n brief uit een paar afdelingen. De kinderen waarvan het ontslag wordt goedgekeurd, de kinderen bij wie aan het ontslag voorwaarden verbonden worden en de kinderen die van de voogden niet met ontslag mogen (in wier ontslag wordt 'gedifficulteerd'). Bijvoorbeeld in deze brief over de kinderen uit Amsterdam van 1 mei 1829, invnr 97:

De Administrateur voor de Gevangenissen en het Armwezen.

Op de voordragt van de Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid te ’s Gravenhage, tot ontslag van persoonen in de kinder-etablissementen te Veenhuizen opgenomen, voor den loopenden jare, voor zoo verre die persoonen tot de gemeente Amsterdam behooren.

Gezien het daarop bij den Heere Gouverneur van Noord Holland ingewonnen berigt.

Autoriseert de Commissie voornoemd de vier en twintig hierna vermelde personen te ontslaan:

134. Maria Vlagge
106. Sophie Rabers
140. Helena Hoever
1090. Maria Brave
1086. Katrina Elizabeth Janze
114. Petronella van Rensen
1099. Elisabeth Schomburg
39. Elisabeth van Leiden
1080. Maria van Amstel
31. Klara Johanna van Parrere
12. Elisa van Gent
1092. Allegonda Boommarkt
367. Grietje Johanna Jansen
1075. Mietje Vrek
1073. Johanna Helena Uhrlee
653. Johannes Gerhardus van der Bregge
65. Pieter Nuil
78. Jan Roerbag
543. Ettenne Margriet
19. Jan Offerman
35. Antonie Banzen
1027.Jacob Hop
369.Hendrika Tripler
642. Gijsbertus Vollenhoven


Alsmede om de negentien natemeldene personen in de Etablissementen te doen verblijven, tot tijd en wijle zij eenen dienst, ter voorziening in hunne behoefte, zullen hebben bekomen; namelijk:

1082. Helena Singenberg
1076. Helena Catharina Ceurvorst
10. Anna Tor
1102. Jannetje Heeren
1084. Caatje van Tint
1083. Mietje Aarsen
1074. Carolina van Gracht
1100. Johanna Wilhelmina Streebman
1089. Louisa Naamloos
638. Louis Hendrik Joseph Kuiken
1025. Jan August Ducedan
1017. Leendert de Leeuw
983. Nicolaas Frederik Bante
984. Jan Houthuijzen
967. Hendrik van Loon
44. Hermanus Schamgard
61.Jan Hendrik Meijer
966. Louise Adjoint Champierre Chandon


Wordende voorts gedifficulteerd in het ontslag van:
9. Nijntje Spanjaard
370. Willemijntje Hultman
965. Jan Klijn
1029. Jan van Huijste
1028. Klaas Rooseboom
642. Gijsbertus Vollenhoven
637. Johannes Embregs
1021. Willem Rigters
496. Jan Jacob Trentzel
654. Samuel Snijders
1026. Gerhardus van der Hoeven

Afschrift dezes zal gezonden worden aan de meergemelde Commissie om dienovereenkomstig te handelen.

NB: Er gaat wel eens iets administratief fout, in deze brief staat Gijsbertus Vollenhoven twee keer, één keer dat hij met ontslag mag en één keer dat hij niet met ontslag mag. Gekozen wordt voor het tweede en pas op 14 mei 1830 verlaat hij Veenhuizen met ontslag.

Rectificatie

Soms krijgt het ministerie nagekomen post waardoor een beslissing herzien moet worden. Bijvoorbeeld in deze brief, ook van 1 mei 1829, invnr 97:

De Administrateur voor de Gevangenissen en het Armwezen,

Gezien de missive van den Heere Gouverneur van Zuid Holland, houdende informatie dat het gemeente bestuur van Rhijnsburg voorgesteld heeft om Klaas Bokkee, in de kinder Etablissementen te Veenhuizen opgenomen, en door de permanente commissie der Maatschappij van Weldadigheid te ’s Gravenhage, tot ontslag voor dezen jare voorgedragen, nog gedurende één jaar in de etablissementen voornoemd te doen verblijven, daar hij, door zijne ziekelijke omstandigheden, buiten staat wordt geacht, om in zijn onderhoud te kunnen voorzien.

Herzien zijne dispositie van heden N50.
   
Autoriseert de commissie voormeld, zulks geraden vindende, en, Klaas Bakker daarin bewilligende dezen al nog één jaar in de etablissementen, waar hij zich bevindt, te doen doorbrengen.

Afschrift hiervan zal aan de meergemelde commissie worden gezonden, om dienovereenkomstig te handelen.

NB: Dat Klaas Bokkee (of Boeke), genoemd in De kinderkolonie pagina 140, ziekelijk is, klopt absoluut. Hij zal twee maanden later, op 14 juli 1829, overlijden.