Naar het overzicht
van Veenhuizense weeskinderen



Een baantje te Zutphen voor de vondelinge Johanna van der Poort

Het opdoemen van het baantje vor Johanna wordt genoemd op pagina 243 van De kinderkolonie. Die vermelding is gebaseerd op een niet-gedateerde beantwoording door de directeur van vragen die op 9 april 1832 zijn gesteld door de permanente commissie. Het stuk bevindt zich in invnr 124 scan 245.


ís Gravenhage, den 9 April 1832
       
De Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid heeft de eer den Heer Directeur der Kolonien te verzoeken omtrent de natemelden kolonisten in margine wel de noodige opgaven te willen mededeelen.

1. De wees Johanna van der Poort N1214, zou eene goede dienst te Zutphen kunnen erlangen, waardoor zij in het vervolg buiten last zou zijn van hare uitbesteders. Acht men haar reeds voor den dienstbaren staat berekend?

Beantwoording
1. Wanneer de wees Johanna van der Poort N1214, naar gissing 16 jaren oud, een goede dienst kan erlangen, dan zoude men geene bedenking tegen haar ontslag hebben.


Johanna van der Poort heeft weesnummer 1214 in het register van het derde gesticht met invnr 1572, in het register van weeskinderen 1829-1830 met invnr 1410 en in het register van weeskinderen 1831-1834 met invnr 1411. Volgens die inschrijvingen is zij 'gevonden februari 1818' en door Zutphen in het kindergesticht gebracht op 23 september 1828. Zij is het vorige jaar een keer van verlof achtergebleven op 15 oktober 1831, maar toen weer teruggebracht op 25 januari 1832. Zij verlaat Veenhuizen met ontslag op 15 juni 1832.