Naar het overzicht
van Veenhuizense weeskinderen



Deventer vindt blijkens een brief uit augustus 1834 dat ze ook wel heel jonge kinderen naar het gesticht in Veenhuizen kan sturen

Onderstaande briefje van het ministerie van Binnenlandse Zaken aan de permanente commissie van de Maatschappij is gedateerd 22 augustus 1834 en bevindt zich in invnr 150 scan 279.


’s Gravenhage, den 22 Augustus 1834
           
Ik heb de eer UwelEdelen hiernevens te doen toekomen, de naamlijst van twee kinderen, die uit de stad Deventer naar de kindergestichten te Veenhuizen zullen worden opgezonden.

Hoezeer die kinderen nog niet volkomen zes jaren oud zijn, zoo heb ik evenwel geene zwarigheid gezien om in derzelver opzending toe te stemmen, terwijl ik UwelEdelen, bij deze, verzoek om wel de noodige maatregelen te willen nemen tot verzekering der aanneming dier kinderen in de Gestichten.

De Minister van Binnenlandsche Zaken
van Doorn.

Het gaat hoogstwaarschijnlijk om de volgende kinderen, die op 4 september 1834 in het kindergesticht aankomen:
- Cornelis Kesenberg heeft weesnummer 195. Geboren 3 september 1828, Roomsch, afkomstig uit Deventer. Bij aankomst is hij zes jaar en één dag oud. In het wezenregister wordt aangetekend: 'Kesenberg overleden 11 April 1843'
- Gerrit Homan heeft weesnummer 379. Geboren 2 februari 1829, Roomsch, afkomstig uit Deventer. Bij aankomst dus vijf jaar oud. In het wezenregister staat aangetekend: 'Homan overleden 10 Mei 1837'.