Naar het overzicht
van Veenhuizense weeskinderen



De Regenten over de Stads Bestedelingen in Amsterdam volgen het advies vanuit de kolonie bij de ontslagvoordracht 1835

Er moet wat afgekopieerd worden: de Regenten over de Stads Bestedelingen in Amsterdam schrijven 27 februari 1835 aan Burgemeester en Wethouders van de stad, die kopiëren het en sturen het aan het ministerie van Binnenlandse Zaken, die kopiëren het en sturen het aan de Maatschappij. Ingekomen post invnr 156 scans 477-480.


Afschrift
Amsterdam 27 Februarij 1835

Wij hebben de eer UEdA: bij deze terugtezenden de missive van ZEx den Mininster van Binnenlandsche Zaken dd 2 dezer N269, zevende Afdeeling als mede het Extract uit de voordragt van de Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid tot ontslag van Weezen, vondelingen en verlatene kinderen voor het loopende Jaar, welke stukken Ons door UEA bij missive van den 13e der loopende maand N1329/410 zijn toegezonden, met verzoek omtrent de daarop voorkomende en tot onze voogdelijke administratie behoorende kinderen UEA te dienen van berigt consideratien en advies.

In voldoening waaraan wij de eer hebben te berigten dat voor zoo verre wij daartoe betrekking hebben, die voordragt door ons is nagegaan, en dat wij evens als in het jaar 1833 en 1834 de opgegevene kinderen in drie afdeelingen hebben gebragt

waarvan de eerste de zulke bevat die in dit jaar finaal kunnen ontslagen worden, immers tot welkers ontslag door de Permanente Kommissie voornoemd wordt geadviseert,

terwijl in de Tweede Afdeeling diegeenen zijn opgenomen wier finaal ontslag in dit jaar volgens de consideratien en berigt der meergemelde Commissie niet wordt aangeraden; om welke reden wij de vrijheid nemen voortestellen, dezelven nog één jaar in de kindergestichten te doen verblijven

bevattende wijders de derde afdeeling die genen der kinderen van welke de meergemelde Commissie aanmerkt, dat zij slechts gedeeltelijk in hun onderhoud kunnen voorzien, en omtrent welke het maar altezeer te vrezen is, dat bij aldien dezelven moesten ontslagen worden vele bezwaren zouden ontstaan, deze alhier of elders diensten of middelen van bestaan te verschaffen, ten gevolge van welke bijzonderheden wij vermeenen, even als in de beide voorgaande jaren U:E:A te moeten voorstellen om deze een bepaald verlof van drie a vier weken te doen verleenen, ten einde in dien tijd naar diensten om te zien, doch hierin niet slagende of kunnende slagen tot een beter of meer geschikte gelegenheid in de voormelde Gestichten weder te worden opgenomen.

Wij hebben van deze Klassificatie een staat geformeerd, die wij de vrijheid nemen aan UEAchtb hier bij aantebieden, terwijl wij wijders ons wegens de verdere behandeling van dit onderwerp aan Onze missive van den 27 Februarij A.P. refereren.

Regenten over de Stads Bestedelingen en uit derzelver naam
(get) Hk. Rijfsnijder

Voor eensluidend Afschrift
(get) W. J. Backer

Voor eensluidend Afschrift
De Secretaris Generaal bij het Ministerie van Binnenlandsche Zaken
handtekening

Bijgevoegd is een lijst met de in drie afdelingen opgesplitste jongeren. De nummers in de eerste kolom zijn de volgnummers in de ontslagvoordracht (die zich in invnr 1432 - geen scans - bevindt). Die nummers zijn wel handig, want er gaat bij het kopiëren (= overschrijven) natuurlijk van alles fout. De laatstgenoemde in het geheel, J. de Craste, is in de wezenregisters niet terug te vinden.

Nominatieve Staat der tot ontslag in 1835 voorgedragene Vondelingen, verlaten kinderen en Weezen in de Kindergestichten der Maatschappij van Weldadigheid voor rekening der Stad Amsterdam opgenomen behoorende als bijlage bij de missive der Regenten over de Stads Bestedelingen dd 27 Februarij 1835 geschreven aan de EdelAchtb. Heeren Burgemeester en Wethouderen derzelve Stad.

EERSTE AFDELING
3
P. Pieterse
4
C. Ogtrop
10
J. Hoest
16
J. Traag
20
D. A. Agaat
23
B. Pijp
24
J. Bos
26
H. Kramers
30
H. van Sevender
34
W. F. Otters
35
A. Bloemberg
41
J. Tuinman
45
A. Buijtenhage
46
C. de Koe
47
M. Smit
48
M. Pieterse
53
J. Janssen
54
M. Meijer
56
G. W. Ceulen
57
W. Souverijn
58
A. M. Martens
61
J. P. Raet
62
H. Egelantier
66
G. C. Kocks
68
J. L. Zilverling
73
J. Bakker
74
W. Rozeboom
77
L. Paling
78
J. van Dimment
79
H. P. Liotart
80
M. Schippers
82
J. H. Helwig
84
W. Innes
86
M. T. Tong
89
A. M. Welgers
90
M. van der Vaart
95
M. Schalhou
97
G. Jansen
101
W. E. Florisz
102
D. van Ree
103
J. de Burkers
104
C. J. M. Swart
105
N. van den Brink
126
J. Cornet
128
W. Ehrenfeldt
130
W. Franken
132
A. Kuvel
133
C. van der Linden
134
T. Wiegers
137
M. Pieke
139
M. de Wit
151
G. Leppers
156
C. Einikel
158
G. J. Hondekoeter
166
S. Wijlen
173
W. F. Doudee
174
A. Blanchard
184
D. van der Laan
200
M. E. Massée
215
J. Samman
216
M. Holman

TWEEDE AFDELING
9
J. Gosssens
14
G. van Zwol
18
E. A. Roller
19
F. Hoorn
21
J. Houthuijsen
22
J. Gijswijk
27
J. Hornecker
28
D. Lepla
29
J. van der Ham
33
F. de Rooij
36
C. Hendriks
37
M. Nieman
39
J. Billaerts
40
M. Grasveld
42
S. van de Velden
43
G. Teenekamp
44
T. de Ridder
49
J. van Dijk
52
J. de Gent
69
J. de Haan
70
H. van Herk
71
J. Paulus
75
B. A. F. J. A Marini Pagini
72
J. H. Mentjox
87
J. Tulp
88
G. Dupre
96
J. M. Kempe
100
P. J. M. Duijf
106
M. Monse
131
J. van der Linden
136
E. Kroese
138
A. Brocks
141
C. Weijller
149
S. de Nijzel
217
S. Stoelman

DERDE AFDEELING
17
J. van der Zee
31
G. Krops
32
V. Voorn
38
M. Glas
50
A. Van der Veen
51
G. C. Haring
63
C. D. Voste
81
J. van Beveren
83
D. Doornhout
85
M. Boling
91
A. Van Wurtenburg
99
J. M. Kerker
127
D. Brouwer
140
M. C. Arzijn
142
W. A. Berveling
203
J. de Craste