Naar het overzicht
van Veenhuizense weeskinderen



Hoe gaat het met de kinderen Marchant?


Blijkbaar informeert ene meneer 'V. Ghestelles-Kerk te Kampen' bij de permanente commissie naar de toestand van de in het kindergesticht opgenomen kinderen Marchant. De permanente commissie stuurt het door naar de directeur enb die haast zich de vraag te beantwoorden. Hij schrijft op 1 juli 1835 naar de permanente commissie, inventarisnummer 161, klik hier en vul rechtsonder het pagnanummer 10 in voor de scan van de brief:

Frederiksoord, den 1 Julij 1835

Ter voldoening aan de marginale van 24 dezer maand N10, heb ik de eer, onder terugzending des briefs van den Heer V. Ghestelles-Kerk te Kampen, UwEdG hierbij toetezenden, afschrift eener missive van den Adjunct-Directeur bij het 1e Gesticht te Veenhuizen, bevattende de verlangde berigten omtrent de kinderen Marchant, waaraan ik de vrijheid neem mij te gedragen.

De Directeur der Kolonien
J. van Konijnenburg

De bijgevoegde brief van adjunct-directeur Jannes Poelman heeft directeur Van Konijnenburg laten kopiŽren zodat het goed te lezen valt. De brief bevindt zich in inventarisnummer 160, klik hier en vul rechtsonder het paginanummer 508 in:

Aan de Heer J. van Konijnenburg, Directeur der Kolonien te Frederiksoord

Copie N104
Veenhuizen, den 28 Junij 1835

Ter voldoening aan UwEd missive van den 27 dezer N1086, betreffende de kinderen Marchant, heb ik de eer UwEd te informeren, dat deze kinderen thans alle gezond zijn, en dat, wat hun wijze van leven, opvoeding en onderwijs aangaat, zij daarin gelijk staan met alle andere kinderen in de Gestichten, zijnde zij alle nog te jong, om deel aan den arbeid te nemen.

Deze kinderen eene andere opvoeding als de meeste kinderen, die in de Kolonien worden opgenomen, genoten hebbende en de oudste zwak van gestel zijnde, hebben zij meest al den tijd dat zij hier geweest zijn, gesukkeld en blijft het moeijelijk hen aan hunne tegenwoordige levenswijze te gewennen; het zoude dus een groot geluk voor die kinderen zijn onder toezigt hunner familie opgevoed te worden.

En hiermede hope aan het verlangen van UwEd te hebben voldaan.

De Adjunct-Directeur
(get) J.Poelman
voor kopie conform
De Directeur der Kolonien
J. van Konijnenburg

Uit de bovenstaande brief wordt geciteerd in De kinderkolonie pagina 283. Daar wordt aan toegevoegd dat ze allemaal in gezondheid de kolonie zullen verlaten. Het zijn er vijf, ze zijn alle vijf van de roomse godsdienst en alle vijf in de kolonie gebracht door Breda op 1 juni 1833. Er wordt in 1833 veel over ze gecorrespondeerd, maar dat heb ik niet ingezien, dat is voor de liefhebbers hier te vinden.

Ze zijn met hun weesnummer op te zoeken in het register van weeskinderen 1831-1834, inventarisnummer 1411, klik hier, en in het register van weeskinderen 1835 en verder, inventarisnummer 1412, klik hier. Hieronder een overzichtje van de kinderen. Op volgorde van leeftijd:

Jule Adrien Fabrie Marchant heeft weesnummer 620. Geboren 22 januari 1823. Gaat met ontslag op 31 augustus 1838. Dat is jonger dan de gebruikelijke twintig jaar dus waarschijnlijk gaat ze - 'zwak van gestel' volgens Poelman - naar familie.

Victor Emile Marchant heeft weesnummer 651. Geboren 13 oktober 1824 te 'Braine-Lalland in Zuid-Brabant'. Bedoeld wordt Braine-líAlleud bij Brussel. Victor Emile moet zich voor de tuchtraad van 18 februari 1842, zie hier, verantwoorden omdat hij een broek geruild heeft, wat hem vier dagen opsluiting en een boete kost. Hij verlaat Veenhuizen als hij op 1 juni 1842 in militaire dienst gaat.

Emilie Marchant heeft weesnummer 696. Geboren 16 november 1825, ook te Braine-líAlleud. Gaat met ontslag op 8 februari 1844.

Louis Adolphe Marchant heeft weesnummer 796.Geboren 23 april 1827 te Braine-líAlleud. Gaat 8 september 1842 in militaire dienst. Dat is heel jong, dus waarschijnlijk wordt de marine bedoeld waar wel vaker jongens van vijftien naar toe gaan. Hij zal in zijn latere leven ook in Oost-IndiŽ verkeren.

● Charles Louis Marchant heeft weesnummer 902. Geboren 26 september 1828 te Braine-líAlleud. Zijn verlof in 1852 om een baan te zoeken wordt verlengd, daarover schijnt een besluit van de permanente commissie dd 1 juli 1852 bij agendapunt N22 te zijn, invnr 729. Maar het lukt niet en het jaar daarop is hij in het kinderetablissement slachtoffer van een diefstal, zie de tuchtraad van 12 november 1853. In 1854 krijgt hij weer een verlengd verlof volgens besluit van de permanente commissie dd 29 mei 1854 bij agendapunt N3, invnr 780, en dit keer lukt het wel. Hij verlaat 4 april 1854 als laatste van de kinderen Veenhuizen met ontslag.