Naar het overzicht
van Veenhuizense weeskinderen



De ontslagvoordracht in 1845. Een vast stramien met vijf wezen eruitgelicht

De manier waarop het ontslag van weeskinderen verloopt, wordt steeds geregelder. Op pagina 277 van De kinderkolonie wordt gemeld dat de procedure vanaf 1838 helemaal gestroomlijnd is met voorgeschreven formulieren. In 1845 is het dus al jarenlang gestandaardiseerd.

De adjunct-directeur van het eerste gesticht doet een concept-voordracht en na daarbij waar nodig toelichting gevraagd te hebben, stelt de permanente commissie een definitieve voordracht op voor het ministerie van Binnenlandse Zaken. Zulke stukken voor de periode 1841-1846 bevinden zich in Drents Archief, toegang 0186 invnr 1434.

Op deze bladzij staat een transcriptie van het eerste vel van de concept-voordracht van het eerste gesticht, opgesteld in de laatste dagen van december 1844 of begin januari 1845 door adjunct Jannes Poelman. De laatste die hij maakt, hij zal 14 mei 1845 overlijden.

De kop boven het formulier luidt:

Nominatieve Staat van Jongelieden verpleegd in het 1e Gesticht te Veenhuizen geboren in het jaar 1825 en vroeger van welke het ontslag in het jaar 1845 in overweging moet worden genomen

Er staan op dit eerste vel vijf weeskinderen: Ze zijn allemaal te vinden in het wezenregister met inventarisnummer 1412, en zoek op weesnummer. Als ze vr 1835 zijn aangekomen, staan ze ook in het wezenregister met inventarisnummer 1411.

De stand van de rekeningen is per 1 januari 1845. Aan de oververdienste kun je aflezen hoe goed iemand kan werken. Het tegoed of tekort op kleding geeft de verhouding aan tussen wat iemand spaart voor kleding en wat iemand aan kleding verstrekt wordt. Daarbij speelt mee hoe zuinig iemand op zijn spulletjes is of hoe ijdel (wil niet in ietwat versleten spullen blijven rondlopen).

Ten zien valt dat de adviezen door de directie gebaseerd zijn op de tegoeden. Het positiefste advies is voor Johanna Catharina Vos van Rijswijk die opgeteld het meest tegoed heeft. Isabel Monster heeft de laagste oververdienste en krijgt het negatiefste advies.

Johannes Jurin

Hij heeft weesnummer 2, is volgens de kolonieadministratie geboren 1 december 1825 en is op 19 november 1842 vanuit Amsterdam in het kinderetablissement terechtgekomen.

De stand van zijn rekeningen, overgenomen uit zijn zakboekje:
● Op kleding heeft hij 0,08 tegoed.
● Aan oververdienste heeft hij 6,34 tegoed.

Hij is rooms en lidmaat van de kerk.

Graad van geestontwikkeling: Leest en schrijft gebrekkig.

Uitzigten op een middel van bestaan
1. Opgaaf van de jongelieden: Verlangt zijn ontslag, zal trachten eene boerendienst te bekomen.
2. Gevoelens van de directie nopens de meerdere of mindere geschiktheid der kinderen om in hun eigen onderhoud te kunnen voorzien: Met het landwerk bekend, is hij bij het verkrijgen eener ligte dienst wel in staat zijn onderhoud te verdienen.

Naschrift: Opvallend in het advies is de vermelding van 'ligte' bij een dienst. De tegoeden zijn ook inderdaad niet geweldig. Johannes Jurien (in deze concept-voordracht overigens geschreven als Jurrien), gaat 15 april 1845 met ontslag.

Hendrica Margaretha Beltjens

Zij heeft weesnummer 7, is volgens de kolonieadministratie geboren 5 augustus 1825 en is op 15 maart 1839 vanuit Amsterdam in het kinderetablissement terechtgekomen.

De stand van haar rekeningen, overgenomen uit haar zakboekje:
● Op kleding heeft zij 17,13 tekort.
● Aan oververdienste heeft zij 13,27 tegoed.

Zij is rooms en lidmaat van de kerk.

Graad van geestontwikkeling: Leest en schrijft tamelijk.

Uitzigten op een middel van bestaan
1. Opgaaf van de jongelieden: Verlangt haar ontslag, de famielle te Amsterdam zal voor eene dienst zorgen.
2. Gevoelens van de directie nopens de meerdere of mindere geschiktheid der kinderen om in hun eigen onderhoud te kunnen voorzien: Om te dienen wel geschikt, in staat om in de behoefte van haar onderhoud te kunnen voorzien.

Naschrift: Ze kan gezien de oververdiensten best goed werken, maar geeft veel uit aan kleding. Hendrica (in het inschrijfregister en in de wezendatabase Hendrika) Margaretha Beltjens  gaat 18 april 1845 met ontslag.

Frans Anthonie Labodaan

Hij heeft weesnummer 8, is volgens de kolonieadministratie geboren 1 mei 1825 en is op 2 juli 1833 vanuit 's Gravenhage in het kinderetablissement terechtgekomen.

De stand van zijn rekeningen, overgenomen uit zijn zakboekje:
● Op kleding heeft hij 10,90 tekort
● Aan oververdienste heeft hij 24,14 tegoed.

Hij is gereformeerd en lidmaat van de kerk.

Graad van geestontwikkeling: Onderwijzer van den 3e rang.

Uitzigten op een middel van bestaan
1. Opgaaf van de jongelieden: Verzoekt zoo lang te mogen blijven, tot dat hij elders of bij de Maatschappij van Weldadigheid eene ?? kan bekomen.
2. Gevoelens van de directie nopens de meerdere of mindere geschiktheid der kinderen om in hun eigen onderhoud te kunnen voorzien: Voor het onderwijs geschikt.

Naschrift: Geeft dus blijkbaar onderwijs aan andere wezen. Het onleesbare woord waar vraagtekens staan zal iets als 'betrekking' of 'aanstelling' betekenen. Die aanstelling komt er in de kolonie in ieder geval niet. Frans Anthonie (in het inschrijfregister en in de wezendatabase Antonie) Labodaan gaat 2 juli 1845 met ontslag.

Isabel Monster

Zij heeft weesnummer 9, is volgens de kolonieadministratie geboren 10 september 1825 en is op 23 november 1842 vanuit Brielle in het kinderetablissement terechtgekomen.

De stand van haar rekeningen, overgenomen uit haar zakboekje:
● Op kleding heeft zij 4,59 tekort.
● Aan oververdienste heeft zij 1,04 tegoed.

Zij is gereformeerd en geen lidmaat van de kerk omdat zij 'achterlijk in het onderwijs' is.

Graad van geestontwikkeling: Leest en schrijft tamelijk.

Uitzigten op een middel van bestaan
1. Opgaaf van de jongelieden: Verlangt nog een jaar te mogen blijven, als hebbende geen uitzigt op eene dienst.
2. Gevoelens van de directie nopens de meerdere of mindere geschiktheid der kinderen om in hun eigen onderhoud te kunnen voorzien: Is voor den dienstbaren stand nog te zwak, niet in staat haar onderhoud te kunnen verdienen.

Naschrift: Met 'achterlijk in het onderwijs' bij de godsdienstige gezindheid zal worden bedoeld dat ze achter loopt bij het godsdienstonderwijs. Ze blijft langer in het kindergesticht en zal op 10 april 1849 met ontslag gaan.

Johanna Catharina Vos van Rijswijk

Zij heeft weesnummer 10, is volgens de kolonieadministratie geboren 24 maart 1824 en is op 1 augustus 1831 vanuit Middelburg in het kinderetablissement terechtgekomen.

De stand van haar rekeningen, overgenomen uit haar zakboekje:
● Op kleding heeft zij 9,37 tegoed.
● Aan oververdienste heeft zij 11,60 tegoed.

Zij is gereformeerd en lidmaat van de kerk.

Graad van geestontwikkeling: Wegens gemaakte vorderingen in het onderwijs van de school ontslagen.

Uitzigten op een middel van bestaan
1. Opgaaf van de jongelieden: Verlangt haar ontslag, wil trachten eene dienst te bekomen.
2. Gevoelens van de directie nopens de meerdere of mindere geschiktheid der kinderen om in hun eigen onderhoud te kunnen voorzien: Daartoe wel geschikt haar eigen onderhoud te verdienen.

Naschrift: Is dus een jaartje ouder dan de anderen. Heeft opgeteld het meeste tegoed en kan dus met meer dan twintig gulden vertrekken. 'Van de school ontslagen' wil zeggen dat ze goed kan lezen, schrijven en rekenen. Ze gaat 2 mei 1845 met ontslag.