Mis je een
persoon?
Gebruik de
zoekmachine


Kolonisten
Een verzameling bewoners van de koloniën van weldadigheid uit vooral de eerste helft van de negentiende eeuw. Er hebben er tienduizenden gewoond, dus dit overzicht zal nooit compleet worden, maar alle beetjes helpen.

Bedelaarskolonisten staan hier NIET bij, er  staan er zo'n 2.000 op www.debedelaarskolonie.nl.

De eerste 52 proefkolonisten uit 1818 staan hieronder vermeld, maar staan ook bij elkaar op www.deproefkolonie.nl.

Wezen uit Veenhuizen die voorkomen in de tuchtzittingen noem ik hier ook niet, die zijn te vinden via deze pagina.


Bij de meeste kolonistennamen hieronder staat een link naar een overzicht of een verhaaltje op de site, vandaar kun je met de 'back'-knop hier weer terug komen.
In een aantal gevallen wordt direct verwezen naar elders op het internet, dat is dan vetgedrukt en er opent zich een nieuw venster, dus om hier terug te komen moet je dat venster sluiten.



A
- Kornelis Pieter van Aaken behoort tot de eerste groep van 59 Dordtse weeskinderen die 4 juni 1820 aankomen in Willemsoord, hoeve 73
- Aaltje Abbenes is een ingedeelde bij de weduwe Hendrikje Douwes, met wie zij juli 1822 uit Texel aankomt en neerstrijkt in Wilhelminaoord hoeve 79
- Apolonia Cornelia Afterbag komt op haar 17e als ingedeelde in Frederiksoord. Inwonend bij een wijkmeester gaat het fout. Na twee jaar strafkolonie gaat ze met haar zoontje weg.
- Wijkmeester Jan van Agteren jr, zoon van de in 1823 aangekomen gelijknamige kolonist uit Hoogeveen speelt een rol in een verhaaltje op de site en ook hier.
- Jan Akkerman is negen jaar als hij door de Armbestuurders der Hervormde Gemeente te Groningen in de kolonie wordt geplaatst. Hij is ingedeelde van 1842 tot 1855.
- Klaas Teeuwes Albertsma komt in 1847 op de kolonie, vanuit Heerenveen, en hij wordt even genoemd bij Wilhelminaoord hoeve 43
- Proefkolonist Martinus Alblas uit Medemblik overlijdt na vijf jaar kolonie; zijn weduwe krijgt een suïcidale ingedeelde in huis, zie bij de archiefstukken.
- Franciscus Alemans komt in 1821 als ingedeelde uit Dordrecht bij de familie Van Driel in Wilhelminaoord (zie bij hoeve 8) en wordt rond zijn 21ste uit de kolonie ontslagen.
- Elders op de site de dramatische reis van Maarten Alles vanuit De Beemster naar de kolonie en wat zijn kinderen nog meer overkomt. Zijn aankomst staat hier.
- In 1823 komt de dan 54-jarige Georg Althoff met echtgenote Maria Hulspas in Frederiksoord om als huisverzorgers te dienen. Later wordt hij nog gemeensman.
- Aan Johann Gotthelf Amende is al een plaats op de kolonie toegezegd als hij te Amsterdam overlijdt. Zijn weduwe wordt genoemd onderaan dit verhaaltje.
- Symon Andriessen en Hendrika Andriessen zijn weeskinderen die juni 1820 door het Armenweeshuis te Harderwijk worden ingedeeld op hoeve 73 van Willemsoord
- A.A. Ansems, fourier bij het Alg. Depot te Harderwijk, wordt per juli 1824 benoemd tot zaalopziener bij een van de gestichten te Veenhuizen.
- Simon Appel is de bij aankomst in 1820 16-jarige voorzoon van de echtgenote van Jan Sieuwerts, huisverzorger uit De Rijp. Zie hoeve 33 van Willemsoord.
- Vrije kolonist Hendrik Arends komt juli 1850 vanuit Amsterdam in de kolonie Frederiksoord en komt op deze pagina's alleen hier heel even voor.
- Proefkolonist Pieter Jansz Arends wordt uitgemaakt voor een ‘grote domme luijaard’, maar is erna een van de eerste hoevenaars bij de Ommerschans, zie zijn file.
- Adam Assenbroek en echtgenote Willemijntje Kuiphart of Kiephart komen juni 1820 uit Dordrecht en worden geplaatst op hoeve 40 van Willemsoord
- Christiaan Johannes Auberlé is een 1820 uit Den Haag gekomen hulponderwijzer, die hopeloos verliefd wordt, zie de pagina Appingedam
- Kolonist Johannes Augustijn uit Bergen op Zoom, komt 1830 via de militaire subcommissie Noord-Braband. Zijn zoon neemt 22 jaar later over, een dochter trouwt een zoon van Nieuwenhuis, zie ook hier..
- Jans Aukes komt maart 1821 uit Den Haag naar Frederiksoord-2 - hoeve 38 - en sticht een groot kolonistengeslacht.
B
- De uit Amsterdam komende proefkolonist Jacob Baade is te oud voor landwerk en probeert het met administratief werk en schoenlappen, zie zijn file
- Hendrik van Baarle wordt in 1837 door de subcommissie Den Haag als ingedeelde geplaatst. Als hij 44 is, treedt op als getuige bij dronken mede-bestedeling, zie hier.
- Op 22 juli 1821 arriveert vanuit Goes, Thomas Baas in de kolonie. Het gezin dat diverse koloniale vertakkingen zal krijgen, begint in Wilhelminaoord (zie hoeve 54).
- Als de katholieke zaalopziener in het kinderetablissement Johan Petrus Backers 's nachts een huiselijke twist krijgt, genieten twee zalen weeskinderen mee.
- Teunis Bagchus, wiens achternaam talloze spellingvariaties kent, komt 1820 uit Vlaardingen in Willemsoord, zie het inschrijfregister hoeve 74.
- Jacobus Baggermans, een zoon van de veteranenweduwe Schmidt, blijft standvastig ontkennen dat hij een vetereanendochter heeft bezwangerd.
- Als wees uit Den Haag gekomen, wordt Johannes Baijlé schrijver bij de fabriek. Hij staat nu eventjes bij hoeve 52 van het overzicht van Willemsoord, maar er komt meer.
- Eilke Levys Bakema, uit Eenrum, arrondissement Appingedam, aankomst juli 1820, zie voor meer informatie inclusief internetverwijzing de pagina Appingedam
- Berendina of Dina of Barendina Bakker is een jonge ingedeelde uit Rotterdam, die een grootmoeder heeft die na jarenlange scheiding erg verlangt haar weer eens te zien.
- Jacob Jans Bakker, Klaas Jansz Bakker en Martje Jansz Bakker zijn voorkinderen van de weduwe Trijntje Tjebbes uit Texel, Wilhelminaoord (hoeve 81)
- Jan Pieterszn Bakker is een voorzoon van de weduwe Hendrikje Douwes, met wie hij juli 1822 uit Texel aankomt en neerstrijkt in Wilhelminaoord (zie hoeve 79).
- Reinoudje Bakker is een van de (vele) weduwen uit Texel, zij komt aan juli 1822 en wordt gehuisvest in Wilhelminaoord (zie bij hoeve 81).
- Zeer moeilijk leesbaar, volgens mij staat er Adrianus Urias van Banchement. Hij komt in ieder geval juli 1821 als wees uit Leiden in Willemsoord (hoeve 68).
- Johannes en Adrianus Bangers zijn ingedeelden die horen bij de tweede massa-lading (8 juni 1820) uit Dordrecht, Willemsoord hoeve 66
- Catharina Bärenfanger komt als wees, vermoedelijk samen met haar broer Christiaan, uit Schiedam. Haar broer schopt het ver, Catharina krijgt problemen met de weduwe Hille.
- Nicolaas Barnauw is een uit Schiedam afkomstige wees die wordt ingedeeld bij de weduwe Karper op hoeve 81 van Willemsoord
- Johannes Barning komt in 1830 met zijn gezin uit Rotterdam naar Wilhelminaoord. Een burenruzie staat op de site van de dorpsgemeenschap aldaar.
-Jan of Ger Bartels is een Amsterdamse wees die met een andere wees een gemeenschappelijke oom heeft. En hij heeft schokkend nieuws voor die oom.
- Pieter Bartels is een van de (vele) kolonisten uit Bergen op Zoom. Hij vestigt zich 1828 in Wilhelminaoord, maar overlijdt drie jaar later. Zijn weduwe komt voor op deze pagina.
- Jacques Bartholomij komt 21 juni 1822 vanuit Den Haag samen met het gezin van kolonist Arie van den Brink, zie Wilhelminaoord hoeve 73
- Hendrik Bartol is de zoon van Geertruij Romijn en hoort bij de tweede massa-lading uit Dordrecht (8 juni 1820), Willemsoord hoeve 56
- Klaas Batink behoort tot de eerste lichting kolonisten uit Kampen, die allemaal in het net opgerichte Willemsoord terechtkomen, zie hier bij hoeve 7.
- Johan Bauer heet waarschijnlijk niet Johan Bauer, want het merendeel van wat hij zegt moet je met een flinke korrel zout nemen. Merkt ook het Instituut voor Doofstommen.
- Johannes Bax en gezin komen juni 1821 vanuit Dordrecht in Wilhelminaoord en betrekken hoeve nummer 24
- Joseph Baij komt uit Zwitserland en wordt extra proefkolonist, tot hij uit Zwitserse 'hoofdigheid' aan het vechten slaat. Proefkolonie blz 249-252, geen info op de site.
- Johannes Baylé komt als wees uit Den Haag, trouwt een kolonistendochter en wordt schrijver bij de fabrieksbaas. Hij begint Willemsoord hoeve 35
- Andries van der Beek is een van de eind 1820 tijdelijk op de kolonie ondergebrachte Delftse jongeren en wordt dan ook in dat verhaaltje even genoemd.
- Elisabeth Beekman werd vanuit Zwolle in de proefkolonie geplaatst, eerst bij Stellinga en na diens overlijden bij Dirk Klaasjen de Vries in wiens file zij ook staat.
- Harmen Beekman (46) en Angenita Kleipoel (36) komen augustus 1820 uit Schiedam en bewonen hoeve 89 te Willemsoord
- Johannes Beekman komt in augustus 1820 uit Dokkum als ingedeelde bij de weduwe Karper op hoeve 81 te Willemsoord
- Jacob de Beer is korte tijd in 1821 kolonist, maar keert al binnen vier maanden terug naar Enkhuizen, hij wordt even genoemd bij Wilhelminaoord hoeve nr 29
- Jacob Muusz Beets, uit de contributie van het arrondissement Purmerend, komt december 1819 in Frederiksoord-2 op hoeve nummer 28
- Akke Beezem is de weduwe van J.K.Jacobs, ze komt uit de Beemster en ze neemt november 1821 haar intrek in Wilhelminaoord hoeve nummer 49
- Petronella Cornelia Begeri komt 21 juni 1822 vanuit Den Haag samen met het gezin van kolonist Arie van den Brink naar de kolonie Wilhelminaoord (zie bij hoeve 73).
- Martina Hendrika Beks behoort tot de weeskinderen uit Vlissingen die juli 1821 Wilhelminaoord bevolken, zie dit verhaal.en informatie over haar vertrek onderaan.
- Anthonij Bellaard behoort tot de 78 weeskinderen die uit Dordrecht naar Willemsoord komen. Na een paar jaar heeft hij, ongeveer 16 jaar, er genoeg van en gaat hij ervandoor..
- In 1823 aangekomen uit Leeuwarden, wordt hij een succesvol kolonist, al heeft Broer van Belkum in dit verhaaltje even een probleem.
- Proefkolonist Jan Berends uit Assen behoort tot de 'best oppassende kolonisten', maar heeft er na zeven jaar al genoeg van, zie zijn file.
- Adrianus van den Berg komt in 1821 als twaalfjarige uit Dordrecht bij de familie Van Driel in Wilhelminaoord (zie bij hoeve 8) en deserteert vlak voor zijn 17e verjaardag.
- Cornelis van den Berg arriveert juli 1821 vanuit Vlaardingen en begint zijn koloniale carrière, die 35 jaar zal duren, op hoeve 6 van het dan net gebouwde Wilhelminaoord.
- Frans van den Bergh behoort tot het groepje door Den Haag geleverde huisverzorgers dat 26 februari 1820 in de kolonie aankomt, zie hier.
- Eind 1819 solliciteerden ze en midden 1820 komen als huisverzorgers, Teunis Berkenkamp en Machteltje ten Heuvel, Zij zorgen o.m. voor Marianne der Nederlanden, zie hier.
- Meine Bersma volgt in 1824 Sikke Berends Drijber op als adjunct-directeur over de vrije koloniën Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord.
- Johannes Beun, herkomst Leiden, aankomst juli 1820, sticht een kolonie-dynastie. Diverse verwijzingen zijn opgenomen onderaan die dynastie-pagina
- Frederik Wilhelm Bezemer is zaalopziener bij het tweede gesticht als daar (1824 en eerste helft 1825) niets te doen is. Daarna overlijdt zijn vrouw en is hij 'nu geheel ongeschikt'.
- De proefkolonist uit Gorinchem heet Leonardus Biemans, het bevalt hem er zo goed dat hij probeert alle familieleden aan een hoeve te helpen, zie zijn file.
- Buurtbewoner Meine Hendriks Bijker huwt een kolonistendochter en neemt de hoeve van zijn schoonouders over. Na 4 jaar kolonie (1843-1847) houden ze er al mee op.
- Op de site van 'yellowdog' staat bijzondere informatie over de Utrechtse kolonist Bijkerk in het overlijdensbericht van zijn vrouw, die hem ooit als marketenster naar Rusland gevolgd was.
- Arbeiderskolonist Bijkers (hoewel het moeilijk te lezen is) heeft samen met zijn echtgenote de vrouw van een andere arbeider uitgescholden: tuchtzaak.
- Theodorus Martinus van den Bijlaard komt 8 augustus 1821 aan vanuit Den Haag en komt in Wilhelminaoord hoeve 59. Voor hoe lang is onbekend.
- Albert Bijleveld is een wees uit die juli 1821 door de schout van De Rijp wordt ingedeeld op hoeve 70 van Willemsoord
- Pieter Bijsterveld komt in 1823 vanuit Gorinchem als kolonist in de kolonie Wilhelminaoord. Een beetje meer informatie over de familie onderaan deze pagina.
- Paulus van der Bil komt in 1824 vanuit Schiedam in Willemsoord en is een smetteloze kolonist die in 1830 gerekend wordt onder de vrijboeren, zie reglement 1830.
- De in 1824 door de Utrechtse Aalmoezenierskamer naar de kolonie gezonden A.G. Bilde(r)s heeft er echt geen zin in. De 14-jarige jongeman is chronisch vluchtgevaarlijk.
- Geertje Blauw is een van de drie kinderen waarvoor de subcommissies te Nieuwendam / Zunderdorp een contract moeten afsluiten omdat kolonist Willem Moen dwarsligt.
- Voorzover mij bekend is hij de eerste brigadier-veldwachter op de Ommerschans: Jan Blatter. Dat zal best goed gegaan zijn, maar op de site een verhaaltje over het moment dat het fout ging.
- Vanuit de Beemster komt Niesje Blokkers weduwe Molenbroek in 1820 op de kolonie. Zie Willemsoord hoeve 100 waar ook de internetverwijzingen staan
- Broer Wytzes Blom (28) en Ake van der Stok (30) komen op de laatste dag van 1821 uit Harlingen en komen dan op hoeve 95 van Willemsoord
- Adriaan Boddendijk komt meestal voor als Adriaan van Ommen-Boddendijk, is in 1821 de eerste kolonist uit Coevorden, Wilhelminaoord hoeve 68
- In 1845 vanuit Amsterdam naar Willemsoord gekomen Wilhelm Christian Bödeker. Een zoon wordt kort vrijboer, maar na een kleine twintig jaar zijn ze allemaal terug in Amsterdam
- Proefkolonist Johannes Hendrikus Bodenstaff, zie alhier, verliest op de kolonie de tweede 'f' in zijn naam, maar het nageslacht claimt die later terug
- Thijs Boelen is zo'n koloniebewoner waar ik niks over te weten kom. Hij schijnt er even geweest te zijn en toen in de omgeving een stoel en een tafel gestolen te hebben??
- Frans Boers is een wees uit Dordrecht die 1820 met de grote mep (en volgens mij meer die Boers heten) aankomt en in hoeve 21 van Willemsoord terechtkomt
- Een weesmeisje uit Tholen, met de fraaie voornaam Louwerina en als achternaam Bo(e)rgoenje, schrijft een positieve brief aan het thuisfront.
- Hij is 42 jaar als Hermanus Hendrikus Bolkensteijn in 1822 vanuit Amsterdam wordt geplaatst in de kolonie Willemsoord. Voor die kolonie is hij in 1833 gemeensman.
- Caspar Bollen, is weduwnaar en wordt door de provinciale commandant Limburg op de kolonie geplaatst. Zie hier (met externe link) en het geslacht kom ook even hier langs.
- Antje Booms is een ingedeelde uit Harderwijk en vast familie van onderstaande Martinus, zij is ingedeeld op hoeve 71 van Willemsoord
- Martinus Booms, soms Boom, uit Harderwijk is een ingedeelde die in de strafkolonie terechtkomt. Daarvoor woont hij Willemsoord hoeve 65
- Johannes Sipkes Boomsma is een van de Harlingse weeskinderen die in de begintijd Willemsoord hoeve 12 bevolken.
- Kornelis Boon komt op 12 juli 1821 aan uit Texel en komt in kolonie nummer 6, zie de aankomststaat afgedrukt op de pagina Texelse kolonisten
- De vrouw van de militaire veteraan Boon, die als fuselier heeft gediend, treedt op als getuige als een andere militaire veteraan een klomp in de nek gegooid krijgt.
- Johannes van Borsum komt in 1822 uit Groningen en wordt eventjes genoemd bij een 'wanzedelijke verkering' bij de pagina Willemsoord hoeve 24
- De fuselier G. van den Bos(ch) behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgestichtOmmerschans worden aangestel,
- Over de Amsterdamse proefkolonist en dwarsligger Johannes Bosch staat zo veel in De Proefkolonie dat ik het in zijn file verder kort houd.
- Benjamin van den Bosch is de eerste directeur van de koloniën (september 1818 -april 1820). Hij komt zoveel op de site voor dat het teveel is om naar te verwijzen.
- De fuselier G. van den Bosch behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij de Ommerschans worden aangesteld, zie deze pagina
- Willem van den Bosch en Cornelis van den Bosch zijn zoons van de in 1821 aankomende weduwe van den Bosch-Smallenburg, zie in en onder de pagina Snijder.
- Barteld Jans Bosma begint al in 1818 als onderopziener, wordt daarna onderdirecteur van Wilhelminaoord, eventjes in actie te zien bij hoeve 9
- Cornelia Bosterdijk is een wees- of armenkind dat in 1828 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden
- Frans Bouquet komt 1 augustus 1821 met zijn gezin aan en ondergebracht in Wilhelminaoord hoeve 50, maar de koloniale carrière wordt al na enkele dagen beëindigd
- Louwerina Bourgonje komt ook wel voor als Boergonje en daarom heb ik haar daar neergezet.
- Adrianus de Bouter hoort met gezin bij de tweede mega-lading uit Dordrecht die 8 juni 1820 aankomt, zie Willemsoord hoeve 83
- Jacobus Bouwman arriveert 5 juli 1821 vanuit Oudewater in Wilhelminaoord, maakt problemen over de afstand tot de kerk, maar blijft toch, zie hoeve nummer 15
- De proefkolonist uit het Friese dorpje Sloten heet Gerben Scheltes Brandsma en is een van de weinigen met landbouwervaring, maar leeft niet lang, zie zijn file.
- Cornelis Albert Brandt (nr. 34 op die bladzij), 'winkelier aan het eerste Etablissement (wezengesticht) der Maatschappij van Weldadigheid te Veenhuizen' tot 1837.
- Willem Brauckman, herkomst Bodegraven, aankomst juli 1821. Staat nu alleen genoemd bij Wilhelminaoord hoeve 60, maar er komt meer.
- Barend en Steven Bremer komen juni 1821 als al wat oudere wezen uit Hoogeveen en blijven niet zo heel lang, Willemsoord hoeve 34
- Maassluis dringt er erg op aan om Jan Breukel in de proefkolonie op te nemen, want het gaat zo slecht met de haringvangst en dus de welvaart, maar zie Breukels file.
- Arie van den Brink komt 21 juni 1822 vanuit Den Haag met echtgenote en vier kinderen, waarvan twee ook kolonist zullen worden, zie Wilhelminaoord hoeve 73
- Hermanus Roelofs Brink komt in augustus 1820 uit Dokkum als ingedeelde bij de weduwe Karper op hoeve 81 te Willemsoord
- Kort na zijn aankomst vanuit Groningen in 1821  komt kolonist Arnoldus Brinkman uit Wilhelminaoord met een curieuze reden waarom het hem niet bevalt.
- Garm Hendrik Brinksma komt pas januari 1862 vanuit het vlakbij gelegen Steenwijkerwold in Willemsoord, maar verwerft toch een plaatsje bij de kolonie-dynastiën
- Adriana Broekman is een door Schiedam gezonden weduwe die als huisverzorgster op vooral Schiedamse wezen past, Willemsoord hoeve 86
- De eerste kolonist uit Den Briel arriveert eind 1819 in Frederiksoord-2, Frans Broekhuijzen, verwijzingen staan onder een verhaaltje over vrijboeren.
- Katharina Johanna Brons behoort tot de (enorme) lading wezen uit Dordrecht die juni 1820 aankomen, Willemsoord hoeve nummer 14
- Anthony Brouwer is de derde spinbaas, maar de eerste goeie die langere tijd mag blijven. Diverse vermeldingen in De proefkolonie, geen verdere info op de site.
- De aankomst van de eerste kolonisten uit de Wieringerwaard, februari 1820, Pieter Aarjenszn Brouwer en gezin.
- De sergeant C. de Bruin is de eerste Opper-veldwachter als november 1828 veteranen als veldwachters bij het bedelaarsgesticht Ommerschans worden aangesteld.
-Een dubbelpagina over de strijd om de broodbakkerij op de Ommerschans tussen vader Johannes Hermanus de Bruijn en zoon Martinus Johannes. Hier staan de stukken en hier is de verhaalvorm..
- Adolphina le Bruin, een veteranendochter te Veenhuizen, is zwanger. De persoon die ze aanwijst als verantwoordelijk daarvoor, blijft echter ontkennen.
- Grietje Bude (of Budes of Beudes) is een ingedeelde uit Nieuwendam die na veertien jaar kolonie trouwt met de kolonist-weduwnaar waar ze is ingedeeld.
- Hendrik Buijs (40) en Aaltje van Loon (50) worden december 1822 vanuit Amersfoort huisverzorgers, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden
- Gerrit Harms van Buiten en Jan van Buiten zijn achter elkaar wijkmeester in de kolonie Willemsoord. En er zijn nogal wat conflicten met kolonisten.
- Paulus Bulk (50) en echtgenote Cornelia Verkaik komen uit Boskoop en arriveren juni 1820 met vijf, meest al wat oudere kinderen, Willemsoord hoeve 24
- De korporaal E. Bulach behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgesticht Ommerschans worden aangesteld, zie deze pagina
- De proefkolonist uit Enkhuizen is Jan Bult en hij wordt na enige tijd de eerste kolonist-slachter, maar na negen jaar heeft hij het wel gezien, zie zijn file.
- Hendrik Roelof Bultman komt uit Zwolle als huisverzorger, aankomst januari 1822, gevestigd in Frederiksoord-2 hoeve 31.
- Jan Burks, de proefkolonist uit het Zeeuwse Goes, en vrouw zorgen na een maand voor een mega-rel met kritische brieven, zie zijn file en zie de brieven
C
- Pieter Calkhoven wordt in 1840 vrije kolonist te Willemsoord. April 1854 vraagt hij als 'zwakke en ziekelijke vader' clementie voor zoon Jan.
- Andries Campagne is vele jaren de predikant van de Ommerschans. Waar hij zoal voorkomt ga ik op een rijtje zetten onderaan deze tuchtzaak.
- Kolonist en assistentboekhouder Castaing, die zijn kinderen allemaal hele chique namen geeft; ze trouwen allemaal buiten de kolonie en er komen geen opvolgers uit de familie..Geen verdere informatie op de site.
- Petronella Chapui is de echtgenote van Johannes Grondhout en komt met hem en drie dochters in juni 1821 vanuit Dordrecht in Wilhelminaoord (zie bij hoeve 7).
- Een paar kinderen Ciri, of Cirri, komen vanuit Vlissingen als hun ouders voor de derde keer zijn veroordeeld wegens diefstal en heling. Een van hen is Catharina Celina Maria Ciri.
- Christiaan van Cleef of Cleeff arriveert maart 1821, gezonden door de subcommissie 's Gravenhage, en komt in Frederiksoord 2 zie hoeve 8
- C. Coenen is GEEN koloniebewoners, maar employée op het kantoor van de Maatschappij in Den Haag. November 1855 krijgt hij een gratificatie.
- Lena Coenraads komt in 1821 als twintigjarige uit Dordrecht bij de familie Van Driel in Wilhelminaoord (zie bij hoeve 8) en verder vind ik haar nergens terug.
- Samson Abraham Cohen is een van de twee joodse gezinshoofden in de proefkolonie Frederiksoord, zie zijn file op www.deproefkolonie
- Robbert Cooke is de machinist van de stoomspinnerij in Veenhuizen en hij lijkt een van de weinige Engelsen die zich niet aan drankmisbruik schuldig maakt.
- Pieter Corba (soms Korba) vestigt zich juli 1822 vanuit Woerden te Wilhelminaoord. Alle verwijzingen staan onderaan een aan hem gewijde pagina.
- Cornelia Cordia (soms Kordia), weduwe van de op zee omgekomen Kors Groen, komt juli 1821 uit Vlaardingen met vijf kinderen en betrekt hoeve nummer 12 te Wilhelminaoord.
- Willem la Croix uit Utrecht ziet als ingedeelde van 1826 tot 1834 diverse koloniale gezinnen van binnen. Hij zit ook een tijdje bij de weduwe Van Driel (zie bij hoeve 8).
- Een heel mooi verhaal in plat-Steenwijks over 'grammietige' kolonist Gerhard Crozijn uit Leiden. Al heb ik geen idee welke kolonist hier bedoeld wordt.
D
- J. Danens, gegageerd militair te Gorinchem, wordt per juli 1824 benoemd tot zaalopziener in een van de gestichten te Veenhuizen.
- De fuselier J. E. Derwvijn behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgestichtOmmerschans worden aangesteld.
- Edze Jurjen Diekema is een wees- of armenkind dat in 1834 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden
- Elisabeth van Diermen is een wees- of armenkind dat in 1845 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden
- Cornelis van Dijk en echtgenote Trijntje Boot komen juni 1820 uit Monnickendam. Van Dijk wordt eerst wijkmeester, later strafkolonist, Willemsoord hoeve 11
- Egbert van Dijk is rond 1880 bewoner van Willemsoord, en heeft als beroep wegwerker a/d Staats Spoorwegen. Echtgenote Johanna Spin is spoorwachteres aldaar. Op de site geen verdere informatie.
- David, Maria, Jacoba & Dina van Dijke, wezen uit Vlissingen die bij de overname door de Staat in 1859 van Veenhuizen naar de vrije kolonien gaan, de site van de Familiestichting Van Dijke blijkt helaas uit de lucht te zijn, dus ik zal het verhaal zelf een keer plaatsen.
- Tragische gebeurtenissen bij Pieter Dijkshoorn, uitgezonden door Delft. Die stad had al eerder een kolonist mogen leveren, maar had toen niemand bereid gevonden!
- Anske Alles Dijkstra en echtgenote Baukje Pieters Halma zijn in 1822 de zoveelste poging Harlingse huisverzorgers te vinden, Willemsoord hoeve 12
- Klaas Pieters Dijkstra (33) en Klaaske Kiestra (41) komen augustus 1820 uit Dokkum, ze bewonen hoeve 96 te Willemsoord
- Pieter Dirks Dijkstra uit Bolsward had eerst niet zo'n zin in de kolonie (zie hier), maar komt toch in Willemsoord terecht. Waar hem van alles overkomt.
- Ook een prestatie, Dirk Dikkeboom en gezin zijn de allereersten die uit de kolonie naar huis (in Steenwijk) teruggestuurd worden.
- Klaas en Hendrina Dimans zijn twee Utrechtse wezen, aankomst 7 april 1822, huisvesting Willemsoord hoeve 35
- Johannes Petrus van Dinter komt oktober 1821 uit Rotterdam, en begint in Steggerda, dan kolonie 6, later bij Willemsoord getrokken, zie genealogie Sevinga
- Andries Dirksen (54) en Johanna van Duffelen (51) uit Harderwijk, aangetrokken als huisverzorgers, aankomst 29 juni 1820, Willemsoord hoeve 73
- Eerste kolonisten uit Nijkerk, Jan Dirksen en Maria van Plattenburg, komen juni 1820 aan in Willemsoord, zie het inschrijfregister hoeve 72.
- Hendrik Ditmar (33) en Maria Huizemans (37) komen juni 1820 als kolonisten uit Harderwijk, Willemsoord hoeve 65
- Cornelis Dobber van der Velde is van 1834 tot 1847 de arts van de vrije koloniën. Op deze pagina houd ik bij waar hij op de site opduikt.
- Hendrik den Dolder is een wees- of armenkind dat in 1828 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden
- Christiaan Doodhagen komt als weduwnaar met drie zoons uit Zaltbommel en ze blijken zeer honkvast, zie eerste bewoners Wilhelminaoord.
- Willem Doornbos is een wees- of armenkind dat in 1834 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden
- Willempje van der Dooze, weduwe Scholbroek, krijgt een ingedeelde jongeman mee als aanvulling van het huishouden en raakt daar prompt zwanger van.
- Na tientallen jare bode voor leesgezelschappen te zijn geweest, komt Johannes Heinrich Dornbach met gezin in 1823 in Wilhelminaoord. Hij is later een tijdje gemeensman.
- De fuselier C. Dops behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgestichtOmmerschans worden aangestel,
- Hendrik Douwes (of misschien met achternaam Koopmans) is een wees uit Leeuwarden die mét motivatie particulier besteed wordt in de kolonie, zie dit verhaal.
- Hendrikje Douwes is een weduwe die juli 1822 uit Texel aankomt met twee eigen en vier ingedeelde kinderen en neerstrijkt in Wilhelminaoord hoeve 79
- Tjitske Douwes komt in augustus 1820 uit Dokkum als ingedeelde bij de weduwe Karper op hoeve 81 te Willemsoord
- Jan Andries van Driel arriveert juni 1821 vanuit Dordrecht en moet gaan dienen als huisverzorger op hoeve nummer 8 van Wilhelminaoord.
- Sikke Berends Drijber woonde al ter plekke en werd toen onderdirecteur van de proefkolonie Frederiksoord. Later werd hij bevorderd tot adjunct-directeur over alle koloniën en daarna adjunct-directeur in Veenhuizen. Verder figureert hij even in dit verhaal.
- Thomas Drinkwater is de Engelse eerste directeur van de stoomspinnerij naast het derde gesticht te Veenhuizen. Met hem is tegelijk veel drankzucht geïmporteerd.
- Jan Dubbeldeman en Ezechiel Dubbeldeman zijn uit Leiden afkomstige wezen die in 1821 worden ingedeeld op respectievelijk hoeve 68 en 81 van Willemsoord
- Nicolaas en Cornelis van Duinen zijn twee wezen uit Dordrecht die aankomen juni 1820 en ondergebracht worden op Willemsoord hoeve 49
- Over de Texeler Dirk Duinker, die met moeder en stiefvader in 1821 in Frederiksoord aankwam, twintig jaar later daar een bruid vond en toen 'deserteerde'; zie ook hier..
- Hendrik Jans Duiker (soms Duijker) wordt kolonist dankzij de contribuanten van de subcommissie Workum, aankomst juli 1821, Wilhelminaoord hoeve nummer 14
- Krijntje van Duffelen is een wees- of armenkind uit Vlaardingen die juli 1820 aankomst en in huis komt bij Geertje Starrenberg, Willemsoord hoeve nummer 80
- Klaas en Maria Hendrika Dumans komen 1822 uit Utrecht als ingedeelden; er is een godsdienstprobleempje, zie bij Willemsoord hoeve 35
- Sara Duque komt samen met haar echtgenoot Abraham van Emden verhaal halen als de 'Israelitische leeraar' op school hun zoon heeft geslagen.
- Hendrik Duym is juni 1820 een van de kinderen die door het Algemeen Armbestuur te Rotterdam zijn ingedeeld op hoeve 69 te Willemsoord
E
- Jan Ebert behoort tot het groepje door Den Haag geleverde huisverzorgers dat 26 februari 1820 in de kolonie aankomt, en gaat een paar maanden later naar Willemsoord hoeve 5
- Arnoldus Edens is een militaire veteraan die wordt voorgedragen als onderbrigadier van de veldwachters nadat zijn voorganger zich te Meppel bedronken heeft.
- Wilhelmina Eesterman behoort tot de weeskinderen uit Vlissingen die juli 1821 Wilhelminaoord bevolken, zie dit verhaal.en onderaan de pagina over haar vertrek.
- Harmen van Egmond is juni 1820 een van de kinderen die door het Algemeen Armbestuur te Rotterdam zijn ingedeeld op hoeve 69 te Willemsoord
- Jacob Eilders is een kolonist uit 's Gravenhage die in 1838 aankomst in Wilhelminaoord en even genoemd wordt onderaan deze pagina
- Jan van der Einde is in 1821 de eerste boekhouder van kolonie nummer 4, wat later Wilhelminaoord zal worden. Enkele bijzonderheden over zijn carrière staan op deze pagina.
- Leonardus van Eisden behoort met zijn 26 jaar tot de jongere Dordtse kolonisten die juni 1820 in Willemsoord komen, zie hoeve 85.
- Helena van der Elst komt in 1821 als twaalfjarige uit Dordrecht bij de familie Van Driel in Wilhelminaoord (zie bij hoeve 8) en loopt na vier jaar van de kolonie weg.
- Anthonie Elstrodt en gezin komen juli 1821 vanuit Enkhuizen in Wilhelminaoord en betrekken hoeve nummer 31
- Pieter Elzing, soms Elsing, is een Haagse kolonist die juli 1821 aankomt. Zie  hun onderkomen hoeve nummer 43 in Wilhelminaoord
- Abraham van Emden dreigt de rabbijn met de woorden 'Ik zal jou spreken dat je de stuipen krijgt.’ Waarbij hij met 'spreken' waarschijnlijk niet 'spreken' bedoelt.
- Johanna Catharina Emmers uit 's Gravenhage heeft al een kind van hem als ze trouwt met de kolonist bij wie ze is ingedeeld. Ze overlijdt echter vijf jaar later.
- Johanna Engelbert behoort tot de weeskinderen uit Vlissingen die juli 1821 Wilhelminaoord bevolken, zie dit verhaal en onderaan de pagina over haar vertrek.
- Nicolaas Engels en Anna van der Voort komen uit Delfshaven, arrondissement Rotterdam, en arriveren juni 1820, zie bij hoeve 27 van de Willemsoordpagina
- Adrianus van Es behoort tot het groepje door Den Haag geleverde huisverzorgers dat 26 februari 1820 in de kolonie aankomt, zie hier.
- Quirinus van Esselbrugge begint zijn koloniale carrière in 1824 als zaalopziener in het bedelaarsgesticht op de Ommerschans.
- In 1835 vanuit Arnhem opgezonden naar Frederiksoord Hendrik Hendrik Evers. Diverse zoons huwen kolonistendochters en blijven op de kolonie.
F
- De fuselier F. Fagnard behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgestichtOmmerschans worden aangesteld,
- De adjunct-directeur voor de administratie Falck is brutaal tegengesproken door een boekhouder en dat kost die boekhouder geld.
- Hendrik Faaken is onderdirecteur van Frederiksoord. Zit altijd bij de raad van toezicht, zoals in dit geval (bijlage 3), waar hij als Hendrik Faaken Jubbinga ook slachtoffer is.
- Huisverzorger Fanner (geen voornaam bekend) arriveert 11 maart 1820 in Frederiksoord-2, zie hier, maar moet een half jaar later het veld ruimen.
- Misschien dezelfde Fanner die ontslagen wordt als zaalopziener in de Ommerschans?
- Frederiks Farenkamp, soms Fahrenkamp, is in 1821 met zijn 26 jaar een van de jongsten onder de eerste bewoners van Wilhelminaoord. Begint op hoeve nummer 74.
- Een van de drie eerste strafkolonisten, Leendert van der Feijst uit Delft, die na zijn aankomst in 1820 met twee kameraden binnen drie dagen deserteert, zie dit verhaal
- Hendrik Femer komt in 1824 als arbeidershuisgezin uit Kampen, maar wordt snel bevorderd tot hoevenaar. Een dochter trouwt zoon Nicolaas van proefkolonist Klaas Visser, meer info volgt later.
- De Bredaenaar Adrianus Feskens wordt in 1829 hoevenaar bij Veenhuizen. Zie onder dit verhaaltje waar 2 medespelenden een dochter van hem trouwen.
- Vanuit Schagen, arrondissement Alkmaar, arriveert in 1853 Cornelis Fiene. Hij overlijdt twee jaar later, zijn weduwe komt voor op deze pagina.
- De weduwe Flap, van zichzelf Trientje Roelofs, uit Hoogeveen naar Willemsoord gekomen als huishoudster voor een huishouding van wezen, daarna huisverzorgster.
- Pieter Foest wordt door Amsterdam gezien als huisverzorger, maar de directie kan het daar niet mee eens zijn, zie Willemsoord(bij hoeve 34).
- Johannes Franken komt met zijn gezin uit Leiden in mei 1820 en vestigt zich in Frederiksoord-2, zie bij hoeve nummer 14.
- Jacobus Frans is juni 1820 een van de kinderen die door het Algemeen Armbestuur te Rotterdam zijn ingedeeld op hoeve 69 te Willemsoord
- Gijsbertus Fraterman is de enige (volgens mij) kolonist uit Heusden, met een groot gezin in september 1828 aangekomen, zie de pagina transportkosten
- Er zijn ook spellingsvariaties als Tuncken, maar meestal heet de in 1821 uit Zaltbommel aangekomen kolonist Johannes Fukke. Zie eerste bewoners Wilhelminaoord (hoeve 11).
- Rond zijn 50ste komt Johannes Antonie Funcke in 1823 als 'schrijver' bij het Algemeen Bureau in Frederiksoord. Hij blijft er tot zijn dood, bijna 40 jaar later.
G
- De kinderen van kolonist Adrianus Gaal, 1822 uit Den Haag, storten zich vol overgave op de koloniale huwelijksmarkt, ze trouwen Lodewijks (2x), van Kesteren, Taatgen, Puper, Muzegaas, zie de stamboom Gaal
- Geeske Durks Gadsonides is de aller- allereerste 'ingedeelde' in de koloniën, een ideetje van het Friese Sloten dat school maakt, zie hier en bij de archiefvermeldingen.
- Een van de Monnickendammers, Arie van Galen (zie hoeve 4), die juni 1820 in Willemsoord aankomt en daar dus tot de eerste bewoners behoort.
- Frans Ganzinga is als huisverzorger gekoppeld aan een ongehuwde moeder uit zijn woonplaats Vlissingen. Zie Wilhelminaoord (hoeve 28) met een link naar een verhaal.
- De fuselier J. Gasman behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgestichtOmmerschans worden aangestel,
- Andries Geijtenbeek is een wees- of armenkind dat in 1836 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden
- Pieter Karel (of Carel) van Gemert heeft als ingedeelde, kwekeling, ambtenaar, hoevenaar, arbeider en weggestuurd kolonist een uitgebreide koloniale carrière.
- De voormalige suikerbakkersknegt Anthonie Gerards, wiens naam later vooral voorkomt als Geraets, is een van de succesvolste proefkolonisten.
- Arij van Gerfsum en Cornelia van Gerfsum komen in 1835 als ingedeelden naar Wilhelminaoord. Arij overlijdt jong, Cornelia gaat naar het doofstommeninstituut.
- Hendrik Gerrits heet niet Hendrik Gerrits, maar Hendrik Gerrits Timmerman, alleen is hij vergeten dat hij in 1811 die naam heeft aangenomen.
- Tjalling Gerrit Gerritsma is de proefkolonist uit Bolsward en hij zal tot zijn dood in de kolonie blijven, evenals diverse van zijn zoons
- Hendrik van Gerve overlijdt na minder dan één jaar in het kinderetablissement te Veenhuizen. Maar in de boeken lijkt het of hij nog een paar jaar voortleeft.
- Adrianus de Geus wordt in 1824 op proef aangesteld als adjunct-directeur. Hij begint te Veenhuizen en gaat later over naar de Ommerschans.
- Arbeiderskolonist ter Geusendam treedt bij deze zitting van de raad van tucht voor arbeidershuisgezinnen op als getuige.
- Giesen (voornaam moet ik nog eens opzoeken) wordt in 1824 bevorderd tot magazijnmeester van de Ommerschans.
- Petrus Gilliam komt als onderofficier in Frederiksoord-2, maar heeft het al na een half jaartje bekeken, zodat ik alleen zijn aankomst heb.
Jacobus Gilles(en) is een ingedeelden die van de vrouw van Wiemes opdracht krijgt deel te nemen aan een illegale handeling.
- De weduwe Goblé staat hier een eind onder met haar eigen naam Johanna Woortman.
- Johanna Godel is een wees uit Dordrecht die op haar twintigste zwanger raakt en voor de raad van politie en tucht moet verschijnen, zie het zittingsverslag.
- Willem Godwalt woont vanaf zijn zesde jaarin Frederiksoord. Hij is de bastaard binnen een verder keurig gezin en dat laat men hem voelen.
- Jannetje de Goede is een wees- of armenkind dat in 1841 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden
- Berend Goossens (soms Gosems) wordt 1821 door de subcommissie Meppel geplaatst in Wilhelminaoord, zie bij hoeve 66.
- Johannes Götz komt maart 1821 uit Den Haag en betrekt een hoeve in de oorspronkelijke proefkolonie. Een zoon komt voor in verhaal 4 van de Verhalen uit Wilhelminaoord
- Cornelis Nicolaas Goudsbloem is een al niet meer zo jonge ingedeelde uit Alkmaar, die naarmate zijn verblijf duurt steeds meer van een borreltje gaat houden.
- Jan Grebe komt augustus 1820 op zijn zestiende vanuit Schiedam en wordt ingedeelde bij huisverzorgster Broekman, Willemsoord hoeve 86
- Johannes Bernardus Greven is een uit Amsterdam afkomstige boekhouder. Op de Ommerschans, op het algemeen bureau en als boekhouder van kolonie Frederiksoord.
- Iemand uit Sliedrecht dringt voor als kolonist door ongevraagd naar Frederiksoord te komen. Hubert van der Griend heeft daarom een eigen pagina.
- Arie Groen, Huibrecht Groen, Johannes Groen, Elisabeth Groen en Korsje Groen zijn kinderen van Cornelia Cordia, zie hoeve nummer 12 van Wilhelminaoord.
- Arend Groen is een wees- of armenkind uit Vlaardingen die juli 1820 aankomst en in huis komt bij Geertje Starrenberg, Willemsoord hoeve nummer 80
- Willem Groenewoud en echtgenote Maretje Donker komen uit Monnickendam en vestigen zich juni 1820 in Willemsoord (zie bij hoeve nummer 8).
- Anthonie Grollee en Maria Danens komen met de tweede massa-lading (8 juni 1820) uit Dordrecht en komen in Willemsoord (zie bij hoeve 54).
- Met vrouw en drie dochtertjes arriveert Johannes Grondhout juni 1821 vanuit Dordrecht in Wilhelminaoord (zie bij hoeve nummer 7).
- Abraham Grunnekemeier komt op zijn 24ste als ingedeelde uit Purmerend, trouwt een 'Flap' en wordt huisverzorger-kolonist. Kort genoemd onderaan dit verhaal.
- Johannes Gunther begint in 1819 als spinbaas, maar moet het veld ruimen. Twee jaar later keert hij terug als huisverzorger in Wilhelminaoord (zie bij hoeve 26).
- Theodorus Wilhelmus Gutzeloe (36) en Johanna Maria van Eisenberg (46) komen juni 1820 vanuit Rotterdam in Willemsoord (zie bij hoeve 99).
H
- Een verhaaltje over Martinus Haakmeester, die in 1823 uit Den Haag kwam. huisverzoger werd, en door 'achterlappen' op oudere leeftijd in de problemen raakte.
- Thijs Douwes de Haan is de proefkolonist uit Sneek. Hij verdwijnt na een tijdje naar de strafkolonie en keert daarna terug naar Sneek. Geen succes dus.
- Johannes Jacob Haassis behoort tot de (enorme) lading wezen uit Dordrecht die juni 1820 aankomen, Willemsoord hoeve nummer 14
- Johannes van Haazen, echtgenote Jacoba van Luin en hun dochter komen september 1828 aan maar verdwijnen héék snel naar de strafkolonie, zie hier.
- Walraven van Haften, wiens naam soms voorkomt als Hoften, is de proefkolonist uit Edam en het gezin krijgt in 1819 een beloning voor netheid en properheid.
- Friedrich Adolph Hagemeijer en zijn gezin vormen eene gansch musikalische Duitsche familie, maar er is geen kans om op de kolonie iets met die muzikaliteit te doen.
- De gezinskaarten van de kolonisten Cornelis van Ham sr, bij wie ook een zoon van proefkoloniste Richmond ingedeeld wordt, en van Cornelis van Ham jr die hem opvolgt.
- Marieke Antonia van Ham is de eerste echtgenote van huisverzorger Arbraham Smit en komt 1820 met hem uit Groningen, maar overlijdt na enkele maanden, zie hier.
- Johannes Rijnard Hamilton is een wees- of armenkind dat in 1843 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden
- Jan Hamstra is een wees uit Leeuwarden die - met bijzondere motivatie - particulier besteed wordt in de kolonie, zie dit verhaal.
- Dirk Rutger Hanzon is de eerste van buiten aangetrokken arts van de Ommerschans. Hij begint augustus 1826 en vertrekt weer per 1 oktober 1828. Naar Oldemarkt.
- Jacob Vertraugot Harloff is eerst wijkmeester te Frederiksoord en vanaf 1822 onderdirecteur van de Ommerschans, zie ook de pagina's van proefkolonist Meeder
- Bernardus Harmeling is de laatste proefkolonist die in de proefkolonie aankomt. Om precies te zijn op 5 december 1818 en hij komt vanuit Groningen.
- Johannes Harskamp is een wees- of armenkind dat in 1840 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden
- In 1820 vanuit Hoogeveen gezonden met zes weeskinderen plus één huishoudster, Arend Lamberts Hartman Willemsoord hoeve 46, hij overlijdt na twee jaar..
- Pieter Hartog, soms Hertog, komt uit Oudenbosch, in de buurt van Breda, hij komt voor bij de tuchtzaken en komt dan een tijdje in de strafkolonie op de Ommerschans.
- Johannes Hatzman is van 1825 tot 1828 onderdirecteur van het tweede of bedelaars gesticht in Veenhuizen. Daarna verdwijnt hij met zijn gezin van de radar.
- Pieter Haverboek is een voorkind van Barbara Goud, de echtgenote van de in 1821 aankomende kolonist Thomas Baas uit Goes, Wilhelminaoord hoeve 54
- De eerste (en enige?) kolonisten uit Goor, Manus Haverkort (43) en Willemina Brookhuis (44) arriveren 14 juli 1820, Willemsoord hoeve 15
- Izaak Salomon Hazelip beleeft een korte koloniale carrière, van augustus 1821 tot november 1822, maar staat wel op het oogstoverzicht van Wilhelminaoord, hoeve 57.
- Johannes Gerhardus Hazeloop (of Haseloop) verlaat juni 1822 Den Haag om zich in Wilhelminaoord te vestigen. Zie hoeve nummer 75. Een zoon wordt wijkmeester.
- In de categorie 'hele korte koloniale carrières', Hendricus Hechterman, in 1828 uit Maastricht komend, even genoemd op de pagina transportkosten
- Adriana de Heeger is de echtgenote van Jan de Jong en wordt door haar man omschreven als 'een ziekelijke diep ter neder gedrukte en bedroefde moeder'.
- A. van Heel is GEEN koloniebewoners, maar employée op het kantoor van de Maatschappij in Den Haag. November 1855 krijgt hij een gratificatie.
- Martinus van Heerd is een wees- of armenkind dat in 1844 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden
- Jacob van Heert is een wees uit Den Haag, die bij een Utrechtse huisverzorgster in huis komt, zie Willemsoord hoeve 35
- Jan Corstiaans van Heest begin 1823 als wijkmeester in Willemsoord en vervult later diezelfde functie in Wilhelminaoord en Veenhuizen. Nageslacht tot in Amerika:
- Pieter Johannes Heidt komt als jongeman van 21 uit Den Haag als bestedeling. Hij huwt een kolonistenweduwe en wordt kolonist, zie hier.
- Johannes van der Heijde komt met zijn gezin uit Leiden en ze mogen pas naar de proefkolonie als Johannes voor een plaatselijke notabel een spitproef heeft afgelegd.
- Van Jakob Heiliger heb ik alleen een plaatje dat hij in 1821 door de regenten van het Gereformeerd Weeshuis te Delft naar de kolonie wordt gestuurd. Verder weet ik niets.
- Egbert de Held wordt december 1820 op de boot gezet door de subcommissie van weldadigheid Schiedam en betrekt in Frederiksoord-2 hoeve nummer 34
Hendrik van Helden woont van 1830 tot 1835 als jongeman op de kolonie en denkt daar twintig jaar later met weemoed aan terug.
- In de categorie 'hele korte koloniale carrières', Jan Hendriks, in 1828 uit Den Haag komend. Hij wordt even genoemd op de pagina transportkosten
- Hendrientje Hendriks is een wees- of armenkind die juni 1820 door de Provisoren van het Armenweeshuis te Harderwijk is ingedeeld op hoeve 73 van Willemsoord
- Hendrik Hendriks, of Hendriksen, komt vanuit Leiden in juli 1822. Het enige dat verder bekend is, is dat hij woont op Wilhelminaoord hoeve 84
- Cornelis Hendriksen en Dirkje Hendriksen zijn weeskinderen die juni 1820 door het Armenweeshuis te Harderwijk worden ingedeeld op hoeve 73 van Willemsoord
- Dirkje Hendriksen is vast familie van bovenstaande, ook zij wordt juni 1820 door de Provisoren van het Armenweeshuis te Harderwijk ingedeeld op hoeve 73 van Willemsoord
- Frans van Hensbergen arriveert 1826 vanuit Den Haag in Frederiksoord. Een zoon komt voor bij verhaal nr 4 van de Verhalen uit Wilhelminaoord.
- Hendrik Henze komt juli 1822 als ingedeelde uit Amsterdam mee met de familie Hoedemaker en hij zal de kolonie nooit meer verlaten, zie Wilhelminaoord hoeve 68
- Louis Nicolaas van Herfden en Koenraad van Herfden zijn wees- of armenkinderen die eerst in het kinderetablissement in Veenhuizen en dan in het Instituut te Wateren wonen.
- Franciscus Herskamp komt juni 1820 uit Den Haag in Frederiksoord-2, zie hoeve 9,
Op 23 januari 1829 fikt zijn huis af en achteraf krijgen ze daar de schuld van..
- Pieternella van Herwaarde staat op de kolonie beter bekend als 'de weduwe Zwak'. Herkomst Gorinchem, aankomst juni 1820, woonstek Willemsoord hoeve 44
- Nicolaas van Heusden is een uit Leiden afkomstige wees die in 1821 wordt ingedeeld bij de weduwe Karper op hoeve 81 van Willemsoord
- Jacobus van den Heuvel is een van de drie jongens die december 1821 door Amersfoort bij een gezin gevoegd worden, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden
- Maria en Huibert Heybrink zijn door de Leeuwarder voogden in huis gestopt bij het gezin van Jelle Wessels de Vries, zie hoeve 34 in Wilhelminaoord
- De vrouw van arbeiderskolonist van der Heyde is door een ander arbeiders echtpaar uitgescholden. De raad van tucht is er om haar genoegdoening te geven.
- A.M. Heijstek is boekhouder op de Ommerschans, maar wordt de laan uitgestuurd als hij met twee bedelaarskolonistes is wezen stappen.
- Johan Herman Hilkemeijer arriveert met zijn gezin maart 1826 en wordt na verloop van tijd vrijboer te Frederiksoord, zie de pagina vrijboerenreglement 1830.
- Reinier Hill wordt heen en weer geslingerd van vrije kolonist naar arbeider in Veenhuizen en viceversa. Hier een brief van hem, of beter namens hem.
- Een verhaaltje op de site over de familie Hille uit Schiedam en hun ingedeelde Cathatina Berenfanger. Met onderaan die pagina de verwijzingen naar sites die over Hille gaan.
- Jannetje His zou een bij huisverzorger Cornelis Reedijk, zie Wilhelminaoord hoeve nummer 16, behorend dochtertje zijn maar het is moeilijk leesbaar, misschien is het Slis
- Gijsbertus Hodenpijl is van 1838 tot 1847 geneesheer bij Veenhuizen-3. Hij beleeft een angstige nacht als hij met de directeur der stoomspinnerij gaat stappen.
- Hendrik Hoedemaker vertrekt juli 1822 vanuit Amsterdam naar de kolonie, maar zal die nooit bereiken. Zie verder bij Wilhelminaoord hoeve 68
- Leendert Hoedjes is een wees- of armenkind uit Haarlem die juli 1821 wordt ingedeeld op hoeve 70 van Willemsoord
- Jan van der Hoeff arriveert 1826 uit Amersfoort. Van zijn zes kinderen zullen er maar liefst vier ook voor het koloniale bestaan kiezen, eentje staat hier bij hoeve 8.
- Jan van der Hoek behoort tot de Amersfoortse wees- of armenkinderen die in 1854 op de kolonie aankomen, zie Amersfoortse ingedeelden
- Sikke Hessels Hoekstra komt juni 1820 vanuit Hennaarderadeel (arr Leeuwarden), met achterlating van een zoon, en vestigt zich in Frederiksoord-2, zie hoeve 26
- Gerrit van der Hoeven is een wees- of armenkind dat in 1834 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden
- Johannes Adamus Hoffman arriveert april 1820 vanuit Amsterdam en woont Frederiksoord-2 hoeve 39.
- Elders op de site twee brieven van twee wezen uit Tholen, Johannes en Nicolaas Hof(f)man, die aan het thuisfront schrijven vanuit het Instituut in Wateren.
- Jan Koene Hofman, hoogstwaarschijnlijk afkomstig uit Steenwijkerwold, fungeert rond 1822 korte tijd als wijkmeester, Willemsoord hoeve 97bis (onderaan die pagina)
- Gerrit Hogenbrink wordt vanuit Weesp en Weesperkarspel, waar het geslacht vooral bekend schijnt te staan als Hogenberk, afgevaardigd naar de proefkolonie.
- Holsteyn, voorletter misschien F maar kan ook T zijn, wordt de eerste boekhouder van het kinderetablissement Veenhuizen-1.
- Jan Homberg is juni 1820 een van de kinderen die door het Algemeen Armbestuur te Rotterdam zijn ingedeeld op hoeve 69 te Willemsoord
- Jacob David Hoofien is een van de twee joodse gezinshoofden in de proefkolonie, gezonden door de Amsterdamse subcommissie Nut en Beschaving.
- Jannetje Hoogendorp is de echtgenote van kolonist Willem Gerritse Moen en als die in de strafkolonie is overleden, zet zij als de weduwe Moen de koloniale carrière voort.
- Dirk van Hoogmoed komt op 9 juli 1821 met zijn gezin aan en wordt gehuisvest in Wilhelminaoord hoeve 47
- Hendrik Hopman uit Amersfoort heeft een eigen file op www.deproefkolonie, want hij hoort tot de eerste opvolgers van weggestuurde proefkolonisten.
- Cornelis Horemans, Susanna Horemans en Petronella Horemans zijn wezen uit Haarlem die julie 1821 worden ingedeeld op hoeve 70 van Willemsoord
- Joannes van der Horst is een van de drie jongens die december 1821 door Amersfoort bij een gezin gevoegd worden, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden
- Een van de topstukken als verzorger van wezen is de door Leeuwarden gezonden Johann Heinrich Horst, opvolger van de hieronder genoemde Hubert, zie Wilhelminaoord hoeve 52.
- Rijmert van van der Horst behoort tot de Amersfoortse wees- of armenkinderen die in 1854 op de kolonie aankomen, zie Amersfoortse ingedeelden
- Petronella Hoskum (of Hostrum??) is een ingedeelde uit Dordrecht die van haar 16e tot haar 20e in de kolonie woont en dan wegloopt. Zie bij Willemsoord en dan hoeve 47.
- J. van der Houten is GEEN koloniebewoners, maar employée op het kantoor van de Maatschappij in Den Haag. November 1855 krijgt hij een gratificatie.
- Dirk Houtman is de proefkolonist uit Vlaardingen, waarvan na twee maanden wordt gemeld dat hij ín Harderwijk 'den schouder heeft uit elkander gevallen'.
- Willem Hubert en Geertje Dirks zijn door Leeuwarden gezonden als huisverzorgers voor zes Leeuwardense wezen, en betrekken hoeve 52 op Wilhelminaoord, maar niet voor lang.
- Jan Hubbeling behoort tot de Enkhuizense wezen die in 1821 worden ondergebracht bij de huisverzorger Cornelis Reedijk, zie Wilhelminaoord hoeve nummer 16
Pierre G. Huët is in 1834 de arts van het eerste of kindergesticht te Veenhuizen. Op deze pagina houd ik bij waar hij op de site opduikt.
- Johannes Huijzer is juni 1820 een van de kinderen die door het Algemeen Armbestuur te Rotterdam zijn ingedeeld te Willemsoord (zie hoeve 69).
- Vier jaar na hun aankomst in 1828 verdwijnt Gerrit Huisman met zijn moeder naar de strafkolonie, maar later wordt hij kolonist via een huwelijk met een dochter van Bollen
- Maarten Cornelis Huisman wordt een van de eerste wijkmeesters op de gronden rond het kinderetablissement Veenhuizen-1.
- Adrianus Hulst is adjunct-directeur van de Ommerschans en heeft in dit verhaaltje alles helemaal uitgezocht. Met onderaan een klein beetje extra informatie.
- Schrijver van een hele mooie sollicitatiebrief die een dezer dagen nog op de site komt, Coenraad Hulst, wordt 1824 de eerste onderdirecteur van Veenhuizen III. Zijn aanstelling staat hier.
- Arbeiderskolonist Hunia komt voor in een van de tuchtzaken die op deze pagina staan. Maar ik meen me te herinneren dat hij vaker komt opdraven.
I
- De 40-jarige Jan Egbert Idinga wordt 1822 uit Steenwijkerwold aangetrokken omdat er gebrek aan huisverzorgers is, Willemsoord hoeve 14
J
- Elsje Jacobs, Hendrik Jacobs, Cornelis Jacobs en Grietje Jacobs (op volgorde van oud naar jong) zijn kinderen van Akke Beezem in Wilhelminaoord (zie hoeve 49)
- Nehemia Jacobson is de eerste rabbijn van de joodse gemeente in Willemsoord. Hij heeft het vooral in het begin nogal eens aan de stok met leden van zijn kudde.
- Trijntje Jans (40) is weduwe van Schelte Karper en augustus 1820 door Dokkum gezonden als huisverzorgster, welk vak ze uitoefent te Willemsoord (zie hoeve 81).
- Johannes Lambertus Jansen wordt voorgedragen door Rotterdam en komt maart 1822 als kolonist aan. Zie dit verhaaltje op de site van VeleHanden.
- Lubbert Jansen komt vanuit Wageningen naar de proefkolonie en is zo'n succesnummer dat hij tot twee keer toe een gouden medaille ontvangt.
- Wouter Jansen (48) en Geertrui Hendriksen (50) komen augustus 1820 met zes kinderen uit Amersfoort en vestigen zich te Willemsoord (zie hoeve 64).
- Als de proefkolonistenfamilie Dikkeboom naar huis is gestuurd, plaatst Steenwijk het veel gezeglijker gezin van Sietsen Jansz, zie zijn file op www.deproefkolonie.
- Crijn Cornelis Jaspers uit Leiden begint 1825 als arbeidershuisgezin, maar wordt al hetzelfde jaar vrije kolonist in Willemsoord, zie de pagina met Leidse kolonisten
- Naar eigen zeggen is het een boze stiefmoeder die Rigtje Jellema in Leeuwarden tot een losbandig en crimineel bestaan brengt. Als zij in 1828 opnieuw achter de tralies verdwijnt, worden de drie zoons Rense, Joseph en Jelle 4 jaar in Veenhuizen ondergebracht.
- Dirk van Jeveren komt op zijn 40ste in de kolonie, vanuit het arrondissement Rotterdam. Zie de pagina over Rotterdam en vandaaruit de andere vermeldingen.
- Bregtje de Jong is een voorkind van de weduwe Reinoudje Bakker, met wie zij juli 1822 uit Texel komt en neerstrijkt in Wilhelminaoord hoeve 81
- Jan de Jong is een vrije kolonist in Willemsoord, daar in 1846 aangekomen vanuit Utrecht. Hij laat een brief schrijven als zijn zoon tot de strafkolonie is veroordeeld.
- Marijtje de Jong komt juli 1822 van Texel als ingedeelde bij het ook daarvandaan afkomstige gezin van gerrit Slot, zie over haar de pagina Texel
- Grietje Klaas Jongens staat op de kolonie bekend als de weduwe Muis en komt 1820 uit Krommenie. Raakt in de problemen, zie bij hoeve nummer 12 van Wilhelminaoord.
- Herman Jurgens komt uit Delfzijl, althans daar is hij sergeant, en treedt februari 1822 in dienst van de Maatschappij, zie hoeve 2 in Willemsoord
- Hermanus Jürgens begint als ingedeelde wees, wordt later arbeidershuisgezin en nog later hoevenaar. Maar bij de Burgerlijke Stand heet hij Hermanus van der Most, zie ook deze pagina.
- Jurgen Jurgens komt per 1 juni 1823 als wijkmeester de wijkmeesterswoning 97bis in Willemsoord (onderaan die pagina) bewonen,
K
- J.H. Kalbfleisch komt vanuit het werkhuis te Veere naar Veenhuizen om onderdirecteur van de fabriekmatigen arbeid te worden. Het duurt niet lang.
- De naam van vrije kolonist Pieter Kalkhoven wordt in de kolonieadministratie meetal als Calkhoven geschreven, dus heb ik hem onder de 'C' gezet.
- Een stukje op de site met een rijmpje over kolonist Kamans, de opvolger van de Arie Kamans die in 1820 vanuit Schiedam naar de kolonie kwam.
- De fuselier J.H. vander Kamp behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgestichtOmmerschans worden aangesteld.
- Hendrik en Carel van Kampen behoren tot de (enorme) lading wezen uit Dordrecht die juni 1820 aankomen, ze komen op Willemsoord hoeve 14 en hoeve 23
- Schelte Karper is de zoon van Trijntje Jans met wie hij augustus 1820 uit Dokkum komt en met wie hij woont op hoeve 81 te Willemsoord
- Pietertje Hendriks Kattouw loopt al tegen de veertig als ze in de kolonie aankomt. Er is ook nog een vermelding van haar bij een latere indeling te Willemsoord, zie hoeve 47.
- Aagje Jans Keg is 39 jaar als ze 1820 uit Koog aan de Zaan in de kolonie komt en wordt ingedeeld bij huisverzorger Smit. Als die weduwnaar is geworden, trouwen ze.
- Anthonie Keizer die natuurlijk ook als Keyzer en Keijzer voorkomt, arriveert juli 1821 en betrekt in Wilhelminaoord hoeve nummer 46
- Met een fraaie rij voornamen komt Henricus Wilhelmus Ambrosius Kemper in 1826 met zijn gezin in Wilhelminaoord aan. In 1834 is hij voor die kolonie gemeensman.
- Teunis Kerker en Trijntje Gerrits en vier kinderen komen midden 1820 in  Willemsoord (zie hoeve 9). De ouders overlijden, de kinderen hebben 1829 allen de kolonie verlaten.
- Dirk en Jan van Kesteren komen als wezen uit Delftshaven in juni 1820 aan in Willemsoord en worden later allebei kolonist. Hun koloniale carrières verschillen nogal.
- Maria Ketner is een ingedeelde uit Middelburg van wie op deze pagina ter sprake komt dat ze samen met de kolonist bij wie ze is ingedeeld een diepgaand verhoor moet ondergaan.
- Hendrik Kiebe is een in 1821 aankomende wees uit Dordrecht, die wordt ingedeeld op hoeve 70 van Willemsoord
- Hendrik Kiela uit Dordrecht ziet als ingedeelde van 1821 tot 1832 diverse koloniale gezinnen van binnen. Hij zit ook een tijdje bij de weduwe Van Driel (zie bij hoeve 8).
- In 1829 in de kolonie Willemsoord geplaatst door de subcommissie van weldadigheid Harderwijk, Hendrik Klaassen, getrouwd met Jannetje Raaijen. In 1837 is hij gemeensman.
- Frederika Klaudi is weduwe van ene Cornelis wiens achternaam ik niet kan ontcijferen en komt september 1820 uit Amsterdam als huisverzorgster, Willemsoord hoeve 58
- Dirk Klaver komt 2 november 1818 vanuit Harderwijk in de proefkolonie. Het merendeel van de familie zal altijd in de koloniën blijven.
- Evert Kleberg is een zoon van Maartje Verberne, afkomstig van Texel, aankomst juli 1822, vestigingsplaats Wilhelminaoord hoeve 82
- Tot de grote groep Rotterdammers die in 1820 naar Willemsoord komen, behoort ook Gijsbert van der Kleij, zie hier met enkele verwijzingen naar elders op de site.
- Johan Godfried Kleijn (of Klijn of Klein) heeeft een van de kortst denkbare koloniale carrières, hij overlijdt na twee maanden. Zijn weduwe hertrouwt, zie hier.
- Cornelis de Klein komt 1841 uit Utrecht met een stoot kinderen die grotendeels andere koloniebewoners zullen trouwen; zie over hem de kwartierstaat C.G. Langelaar
- Anne Arends Kleinman komt net als de hieronder genoemde Kleinman uit Steenwijk, wordt heel eventjes genoemd bij Frederiksoord-2 hoeve nummer 12.
- Arend Oijens Kleinman komt uit Steenwijk en arriveert in mei 1820 te Frederiksoord-2, hij komt op hoeve nummer 12.
- Gezien hun latere posities zijn het harde werkers, de gezinsleden van Frederik Klijzing, die in 1822 uit de Beemster in Willemsoord komt. Het gezinshoofd is in 1834 gemeensman.
- Willem Klingen komt op 1 augustus 1821 met echtgenote en drie kinderen uit Rotterdam en ze worden - de tweede - bewoners van Wilhelminaoord hoeve 56
- Jan Hendrik Kloekers begint als opzichter over de buitenwoningen maar wordt daarna zaalopziener in het kinderetablissement Veenhuizen-1.
- De jubeldichter uit Opperdoes is een stukje op de site over kolonist Sipke Kloppenburg, hoog opgeleid, maar door een 'ontijdig en ongelijk huwelijk' tot armoede vervallen.
- Teunis Klopper, Klaas Klopper en Marijtje Klopper zijn voorkinderen van de echtgenote van Gerrit Jans Slord die op hoeve 29 van Wilhelminaoord woont
- Jacob Kluvers begint als winkelier, wordt onderdirecteur in Veenhuizen en nog later adjunct-directeur en gaat na Pasen 1840 roemloos ten onder.
- De gegevens over een van de meest spraakmakend kolonisten, de Utrechter Johannes Hermanus Kniessenberg. zijn verzameld op deze pagina.
- Vrije kolonist Johannes Kodijk komt augustus 1851 vanuit Rotterdam in de kolonie Frederiksoord en komt op deze pagina's alleen hier heel even voor.
- Hendrik Koene is veteraan-veldwachter te Ommerschans en komt even voor in een stukje uit 1836 onderaan een van de pagina's van proefkolonist Molenaar
- Kornelis Koger is een ingedeelde bij de weduwe Hendrikje Douwes, met wie hij juli 1822 uit Texel aankomt en neerstrijkt in Wilhelminaoord hoeve 79
- Auke Volkerts Kok wordt december 1819 aangesteld als huisverzorger op hoeve nummer 29 in Frederiksoord-2.
- Hilletje Kok is vanaf 1831 bestedelinge uit Broek in Waterland, er volgt meer maar nu komt ze eventjes langs in dit verhaaltje.
- Joannes Hendrik de Kok (57) en Helena Thijsse van Middelaar (47) komen december 1821 uit Amersfoort, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden
- Jan Klaaszn Kompaan behoort tot de Enkhuizense wezen die in 1821 worden ondergebracht bij de huisverzorger Cornelis Reedijk, Wilhelminaoord hoeve 16
- Jan van Konijnenburg is van 1829 tot 1859 directeur van de koloniën en komt in 1834 even langs bij het Blatter-verhaal.
- Emilius Carolus de Könningh is van 1835 tot 1839 arts bij het eerste gesticht te Veenhuizen. Op deze pagina houd ik bij waar hij op de site opduikt.
- Ale Boelens Kooistra, kolonist uit Leeuwarden sinds 1828, is buurman van Leloux en vooral van diens echtgenote. Daar krijgt hij weet van! Zie het onderste verhaal.
- Wilhelmus Heronimus Kool is een Rotterdamse bestedeling die kolonist wordt (1834) en later vrijboer (1838). Genoemd op de pagina van proefkolonist Walraven van Haften
- Petronella Koot is een wees- of armenkind uit Haarlem die juli 1821 wordt ingedeeld op hoeve 70 van Willemsoord
- In een verhaaltje op de site komen ook gezinsleden van de Woerdense kolonist Leendert van Kooten voor, zie hier
- Christiaan Adrianus Koppe is van 1820 tot 1837 wijkmeester te Willemsoord. Alle informatie over hem is te bereiken via deze pagina.
- Abraham Koppejan komt namens Middelburg vanuit het Zeeuwse platteland in de proefkolonie en begint net zo lang te zeuren dat hij terug wil tot het mag.
- Jacobus Koppens komt december 1819 als huisverzorger uit Den Haag, zie zijn aankomst. Binnen twee jaar wordt hij weggezonden.
- In 1820 vanuit Hoogeveen gezonden met zes weeskinderen plus één huishoudster, de 68-jarige Frederik Koster. Willemsoord hoeve 38, hij overlijdt na twee jaar..
- Kortstondig kolonist Jan Kraak uit Utrecht
- Willemina Kraan behoort tot de (enorme) lading wezen uit Dordrecht die juni 1820 aankomen, Willemsoord hoeve nummer 14
- Op grond van 'de tweede helft van het contract van 16 en 19 juni 1826' komt Hermanus Krabbendam in 1835 vanuit Hoorn in de kolonie, en trouwt twee jaar later, zie hier.
- Hendrikus Krabshuis is de proefkolonist uit Almelo. Hij overlijdt na tien jaar kolonie, maar zijn echtgenote en de kinderen blijven.
- Hendrik Anthonij Jozeph Kramer (51) en Johanna Maria van der Maat (40) komen augustus 1820 uit Amersfoort, woning Willemsoord hoeve 60
- Adrianus Pieter Kranendonk wordt op 45-jarige leeftijd naar de proefkolonie afgevaardigd door de subcommissie van weldadigheid Dordrecht
- Voor Edo Jans Kremer, herkomst Groningen, aankomst mei 1822, moet ik nog een plekje op de site vinden, maar dochter Geertruijda wordt al genoemd bij Wilhelminaoord nr 73
- De tweeling Jacobus en Martinus Kreuniger zou voor de kolonist Boon, waar zij ingedeeld zijn, turf hebben gestolen van de onderdirecteur. Het leidt niet tot vervolging.
- C. Kriegel is GEEN koloniebewoners, maar employée op het kantoor van de Maatschappij in Den Haag. November 1855 krijgt hij een gratificatie.
- Jan Frederik Krieger heeft een sconstante tijgende lijn in zijn koloniale carrière. Hij blijft ook heel lang. Zie een pagina die helemaal aan hem gewijd is.
- Willem Jans Kriek behoort tot de Enkhuizense wezen die in 1821 worden ondergebracht bij de huisverzorger Cornelis Reedijk, zie Wilhelminaoord hoeve nummer 16
- Albert Bouke Krol is pas 30 jaar als hij in 1822 uit Groningen in Willemsoord komt, in 1830 is hij vrijboer, zie het reglement, in 1832 wordt hij wijkmeester.
- Trijntje Krom is een ingedeelde uit Zaandam die van 1825 tot 1829 op de kolonie is en haar verblijf begint bij de weduwe Van Driel in Wilhelminaoord (zie hoeve 8).
- Er zijn veel bestedelingen die het niet lang op de kolonie uithouden. Bijvoorbeeld Johannes Philippus Krook die op zijn 17de in Willemsoord komt en op zijn 19de de benen neemt.
- Hendrik Kruidhoed, in de kolonie-administratie ook wel aangeduid met Kruithoek, arriveert eind 1819 uit 's Fraveland als bewoner van Frederiksoord-2, zie hier.
- Franciscus de Kruif, met een achternaam die mogelijkheden geeft voor veel spellingvariaties, is de proefkolonist namens de subcommissie Utrecht.
- Herke of Herko Kruk behoort tot de Enkhuizense wezen die in 1821 worden ondergebracht bij de huisverzorger Cornelis Reedijk, zie Wilhelminaoord hoeve nummer 16
- Jan Kuit behoort tot de eerstelingen uit Hoogeveen en zijn geschiedenis staat op de daaraan gewijde pagina.
- Heere Jaakes Kuiper en gezin arriveren augustus 1821, geplaatst door de subcommissie Leeuwarden  uit de contributie en bewoners van Wilhelminaoord hoeve 65.
- De joodse kolonisten Joel de Kuit en Henriette Polak uit Den Haag blijven slechts enkele jaren, Willemsoord hoeve 39
- Willem Kuiters en Geertje Hoymans horen bij de tweede massa-lading uit Dordrecht (8 juni 1820), Willemsoord hoeve nummer 61
- Jan Kwak is een wees- of armenkind uit Vlaardingen die juli 1820 aankomst en in huis komt bij Geertje Starrenberg, Willemsoord hoeve nummer 80
- Petronella Kwakkelaar komt met een broer en zus vanuit Tholen in de kolonie. Ze wordt even genoemd helemaal onderaan deze pagina.
L
- Johannes van der Laan is een wees- of armenkind uit Haarlem die in het Instituut voor Landbouwkundige Opvoeding in Wateren komt en per ongeluk brand sticht.
- Jacobus van Laar komt uit Amsterdam en komt met nog twee gezinnen uit die stad op 18 oktober 1821 aan. Hij woont korte tijd op hoeve 61 in Wilhelminaoord
- Uit Amsterdam komt 6 december 1819 Anthonie Hugo Ladru, 'met huisvrouw, 3 kinderen' in de dan net begonnen kolonie Frederiksord-2, zie hier.
- Martijntje Lager staat in haar korte koloniale carrière beter bekend als 'de weduwe Van Meppelen'. Herkomst Dordrecht, aankomst juni 1820, Willemsoord hoeve 49
- De korporaal M. Lang behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgesticht Ommerschans worden aangesteld, zie deze pagina
- In 1829 komt Samuel de Lange vanuit Rotterdam naar Willemsoord. Onderaan dit verhaaltje staat dat hij niet erg lang blijft.
- Jacobus Langenberg (51) en Lena van der Boor (41) horen bij de tweede grote groep (8 juni 1820) uit Dordrecht, Willemsoord hoeve 78
- Jan Lannooy is een wees- of armenkind uit Vlaardingen die juli 1820 aankomst en in huis komt bij Geertje Starrenberg, Willemsoord hoeve nummer 80
- Arbeiderskolonist LaRooy treedt bij deze zitting van de raad van tucht voor arbeidershuisgezinnen op als getuige.
- Lorentz Latour behoort tot de Vlissingers die in juli 1821 drie net gebouwde hoeves in het spiksplinternieuwe Wilhelminaoord in gebruik nemen, zie hoeve 20.
- Cornelis Lawende komt 1839 als kolonist uit Rotterdam. Zijn dochter Anna wordt even genoemd bij hoeve nummer 61 te Wilhelminaoord
- Vanuit Middelburg kwam in 1823 kolonist Willem Pieter Lazoe of Laroe naar Frederiksoord met echtgenote en drie kleine kinderen. Nakomelingen worden later ook kolonist.
- Een huisverzorger uit Harlingen, Rense Siebrens Le(e)ba, weigert om ook zelf te werken en mag van Johannes van den Bosch acuut vertrekken, zie dit verhaal
- De uit Den Haag afkomstige Elisabeth Leefman behoort tot de eersten die na een periode in de strafkolonie weer worden vrijgelaten, wn wordt dan ook genoemd in dit verhaal.
- Anrhoni Leenders moet voor de raad van tucht komen omdat hij de weduwe Scholbroek (zie Van der Dooze) bezwangerd heeft. Enige tijd later vlucht hij.
- Regnerus de Leeuw komt in 1821 als ingedeelde uit Harlingen en speelt een rol in een verhaaltje elders op de site
- Cornelis van Leeuwen wordt in 1821 door de regenten van het Gereformeerd Weeshuis te Delft naar de kolonie gestuurd en blijft er een kleine zes jaar.
- Maarten van Leeuwen hoort bij de tweede massa-lading uit Dordrecht (8 juni 1820), hij komt als ingedeelde op Willemsoord hoeve 56
- Philip Leeuwenberg en Elisabeth Fonteijn komen 8 juni 1820 als onderdeel van de Rotterdamse delegatie in Willemsoord, zie hoeve 25
- Over Franciscus Johannes Leloux valt zoveel te vertellen dat ik er maar een aparte pagina van gemaakt heb, waaronder nog nadere informatie komt.
- Johann Godfried Leonhardt komt juli 1821 met gezin vanuit Den Haag en wordt ondergebracht in Wilhelminaoord, zie hoeve nummer 42
- Onderaan een verhaaltje over vrijboeren op de site staan de verwijzingen van kolonist Bernardus van Limbeek, februari 1820 uit Nijmegen aangekomen.
- Pieter Limes wordt - mede dankzij een aanbevelingsbrief - per 1 april 1828 de nieuwe geneesheer van Veenhuizen. Maar 1 november ligt hij er al weer uit.
- De boekhouder Lindeman is brutaal geweest tegen de adjunct-directeur voor de administratie en dat kost hem geld.
- Adrianus van der Linden is een bij huisverzorger Cornelis Reedijk, zie Wilhelminaoord hoeve nummer 16, behorende (voor?)zoon.
- De 17-jarige Maria Anna Lindhaus (dossier 153 op deze site) mag na 8 jaar Veenhuizen naar een kinderloos echtpaar van landbouwers en turfwerkers in de gemeente Hardenberg.
- Hendrik Lodewijk is een bij Akke Beezem weduwe Jacobs ingedeelde wees uit de Beemster, zie Wilhelminaoord hoeve 49. Maar het duurt niet zo heel lang
- Jan Lodewijk (40) en Femigje Jans Koopman (42) arriveren 1820 vanuit Hoogeveen en komen op Willemsoord hoeve 36
- Jan Lodewijks lijkr qua naam sterk op bovenstaande kolonist maar is een wees uit Hoogeveen die ook juni 1820 aankomt, Willemsoord hoeve 34
- Cornelis Reijert van Loenen is een voorkind van de weduwe Reinoudje Bakker, met wie hij juli 1822 uit Texel komt en neerstrijkt in Wilhelminaoord hoeve 81
- Gijsbert Cornelis Loers wordt in de kolonie geplaatst door de Regenten der gecombineerde Weeshuizen te Zaltbommel, Willemsoord hoeve 80
- Vanaf de invoering van de functie wijkmeester (september 1821) bekleedt Hendrik Loggel uit Harderwijk die positie, zie woning 60bis in Willemsoord. (onderaan die pagina).
- De weduwnaar Loggies (of: Hendrik Arents Metselaar) komt juni 1820 met drie eigen kinderen en drie wezen uit Hoogeveen en woont korte tijd Willemsoord hoeve 34
- Neeltje Looijers is de voordochter van Neeltje Boendermaker, de echtgenote van de Alkmaarse kolonist Jacob Mollevanger, die begint op Frederiksoord-2 hoeve 13.
- Frans Lo(o)meier is ingedeelde bij de proefkolonistenfamilie Weender, zie aldaar. Hij huwt een dochter van de Goudse proefkoloniste weduwe Vergeer..
- Jean-Baptiste Loubriat is de naam van het onechte kind van huisverzorgster Thérèse Olijve uit Vlissingen, zie dit verhaal
- Lucas Lucassen is de proefkolonist uit Nijmegen. Een zeer goed huisgezin maar ondeugende kinderen’ beoordeelt de directeur hen. Zie ook op Noviomagus.
- Voormalig stadszakkendrager (wat een vak!!) Johannes van der Lugt wordt in 1821 met zijn gezin vanuit Vlaardingen geplaatst, zie hoeve nummerr 13
- Jacob van Luijpen uit Maassluis heeft een eigen file op www.deproefkolonie, want hij behoort tot de eerste opvolgers (voor de van de kolonie weggestuurde Breukel).
- Jacoba van Luin is de echtgenote van Johannes van Haazen, zie aldaar.
- 'Hendrik Jan Lutgering met deszelfs huisvrouw Wilhel­mina Nijboer' worden 30 juni 1820 door heel Zwolle uitgezwaaid, op weg naar Willemsoord, hoeve 76.
- Zacharias Lutkenhaus en Elisabeth Kerkhoff komen juni 1820 uit De Rijp en verblijven, tót hun verbanning naar de strafkolonie, op Willemsoord hoeve 29
M
- Nicolaas Annes Maatje, die ook voor komt als Likle Annes Maatje, aankomst 1820, Kloosterburen, arrondissement Appingedam, zie de pagina Appingedam
- Willem Machgielsen is een uit Amsterdam komende weduwnaar die in 1836 aankomt en eventjes genoemd wordt bij hoeve 54 van Wilhelminaoord
- Johannes Magchielse komt juli 1821 uit Zaandam als ingedeelde bij Van der Werf, deserteert na één maand en wordt teruggebracht, zie Wilhelminaoord hoeve 53
- Zijn vertrek wordt genoemd in een krantenberichtje uit 1820, de Schiedammer Frans Mandos. Meer informatie staat in en onder dit verhaaltje.
- Kolonistengeslacht (en niet zo klein ook!!) Marinus uit Groningen
- Jacobus van der Mark is een juli 1821 aangekomen wees- of armenkind uit Leiden, ondergebracht Willemsoord hoeve 97
- Berend van Marle en echtgenote Berendje Gervelink komen mei 1821 als opvolger- huisverzorgers op hoeve nummer 6 in Willemsoord
- Pieter Matena loopt al tegen de 60 als hij met echtgenote Pieternella Mouthaan plus zes kinderen op 8 juni 1820 te Willemsoord arriveert, zie hoeve 79
- Dominicus Meeder wordt door de subcommissie van weldadigheid Tholen in de proefkolonie geplaatst. Na vier jaar bevorderd tot hoevenaar bij de Ommerschans
- Jan Janse Meij komt juni 1820 vanuit Monnickendam in Frederiksoord-2, zie hoeve 16, verdwijnt vijf jaar later naar de strafkolonie, maar keert terug en de volgende twee generaties worden ook kolonist.
- Hendrik Meijer is een van de Monnickendamse weeskinderen die vanaf juni 1820 worden ingedeeld bij huisverzorger Ebert op hoeve 5 van Willemsoord
- Johannes Beerends Meijer komt vanuit Harlingen en betrekt juni 1820 hoeve nr 21 in Frederiksoord-2
- - Soms aangeduid als Hendrikje en Josephus Staai de Melger staan ze ingeschreven als Hendrikje en Josephus Melger Verstaij. Informatie is verzameld op deze pagina.
- Hendrik Melgers is een van de drie kinderen waarvoor de subcommissies te Nieuwendam / Zunderdorp een contract moeten afsluiten omdat kolonist Willem Moen dwarsligt.
- Catharina Melis is de echtgenote van Reinier Hill, die beweert dat er op hun 'nooit iets is te zeggen geweest'. Daar kan de koloniedirectie het niet mee eens zijn.
- Kolonist Bauke Hendriks Mendel, aankomst 1845, wordt eventjes hier genoemd, maar heeft begin 1847 bijna de helft tekort op zijn roggeoogst. Later zal hij het beter doen.
- Pieternella van Meppelen, Heiltje van Meppelen, Christiaan van Meppelen, Hermina van Meppelen en Johanna van Meppelen wonen 3 jaar Willemsoord hoeve 49
- Hendrik Metz, of Merts, is kortstondig proefkolonist via de subcommissie Amersfoort. Het gezin wordt na zes maanden van de kolonie weggestuurd.
- De fuselier J.M. Mildners behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgestichtOmmerschans worden aangestel,
- Kolonist Jan Minkman arriveert in 1831 vanuit het arrondissement Arnhem. Hij doet het goed en wordt vrijboer, al komt hij wel een keer voor de tuchtraad, zie hier.
Christiaan Modderman is een van de ingedeelden wiens geklaag over honger de vrouw van Wiemes aanzet tot een illegale handeling.
- Willem Gerritsen Moen komt juli 1821 uit Nieuwendam, wordt gehuisvest in Wilhelminaoord (zie hoeve 50) en doet een vluchtpoging.
- De Hoogeveense wees Gerrit Molen behoort tot de eersten die na een periode in de strafkolonie weer worden vrijgelaten, en wordt dan ook genoemd in dit verhaal.
- Johannes Molenaar, vorige beroep 'aardwerker', is een succesvolle proefkolonist uit Haarlem. Hij is de eerste die een boerderij bij de Ommerschans krijgt.
- Bernardus Molenkamp doet het eerst heel goed als vrije kolonist, maar als hij ineens een half jaar verdwijnt, komt hij in de problemen.
- Johannes Molewijk wordt door de subcommissie van weldadigheid naar de proefkolonie gezonden. Later neemt zijn zoon de hoeve over.
- Arbeiderskolonist Mollenbeek komt vaker voor bij zittingen van tuchtraden. Ik ga dat bijhouden onderaan dit verslag van de eerste keer.
- Jacob Mollevanger komt mei 1821 uit Alkmaar en hij heeft met zijn acties in de twintig jaar dat hij op de kolonie woont een eigen pagina verdient.
- Pieter Frederik Monfels komt juli 1821 vanuit Leiden en wordt als ingedeelde geplaatst op Willemsoord hoeve 83
- Pieter Mommers komt op 1 augustus 1821 met echtgenote en zoon uit Rotterdam en ze worden - waarschijnlijk de tweede - bewonerss van Wilhelminaoord hoeve 58
- H. Morriën is eerst boekhouder van kolonie 5 (= Ommerschans-Buiten) en wordt dan boekhouder van Binnen, met supervisie over Buiten.
- Albert Jacob Mooij is in 1821 de eerste kolonist uit Oude Pekela, wat valt onder het arrondissement Winschoten, Wilhelminaoord hoeve 40
- Lammert Mooij is een voorzoon van de weduwe Hendrikje Douwes, met wie hij juli 1822 uit Texel aankomt en neerstrijkt in Wilhelminaoord hoeve 79
- Pieter Mook komt uit Utrecht, aankomst september 1821, vestiging in Wilhelminaoord hoeve nummer 70
- Voormalig advocaat Johannes Jacobus Montanus, die 1822 als assistent-boekhouder begint, en daarna eventjes kolonist is op Wilhelminaoord hoeve 78
- Kolonist Paulus Morel, in 1854 door Den Haag gezonden, pikt de veranderingen in 1859 (als de Staat Veenhuizen overneemt) niet en roept op de boel dan maar in de brand te steken (zie onderaan die pagina). Dezelfde Morel staat ook in een andere genealogie.
- Jacobus du Mortier uit Leiden, kolonist van 1821 tot 1829, hij begint met vrouw en twee kinderen op hoeve nummer 38 in Wilhelminaoord
- Lambertus Muijen komt 1821 met zijn gezin uit Dordrecht en volgens mij is hij de fout gespelde bewoner van hoeve 1 in Wilhelminaoord
- IJtje Muis, Cornelis Muis, Antje Muis en Grietje Muis zijn kinderen van Grietje Jongens en moeten met moeders mee naar de strafkolonie, zie bij hoeve nummer 12.
- C/Kornelis Mulder wordt opgeleid door Fellenberg in Zwitserland en wordt daarna de eerste Instituteur op het Instituut te Wateren. Mulder heeft een eigen file.
- Jan Mulder en Wilhelmina Streefland komen juni 1820 uit Kampen en worden geplaatst op hoeve 43 van Willemsoord
- Johanna Maria Mulders komt juni 1821 vanuit Dordrecht in de kolonie aan en wordt als ingedeelde ondergebracht op hoeve 80 van Willemsoord
- Over Matthijs Muller, een van de proefkolonisten namens Den Haag, staat het verhaal 'Geweze kolonist en mr smit van Frederik oord' op een van zijn pagina's.
- Willem en Hendrik de Munter behoren tot de (enorme) lading wezen uit Dordrecht die juni 1820 aankomen, Willemsoord hoeve nummer 14
N
- Johannes Nagtegaal is een in 1821 aankomende wees uit Dordrecht, die wordt ingedeeld op hoeve 70 van Willemsoord
- Frans Nak is met zijn 36 jaar een van de jongere proefkolonisten. Hij komt uit Harlingen en hij zal tot zijn dood, in 1855, op de kolonie blijven.
- Francina Nak is een in onecht geboren kleinkind van Frans Nak en Trijntje Annes Steensma dat de eerste vier jaren van haar leven door de grootouders wordt verzorgd.
- De in 1820 aankomende en roemruchte kinderen Willem en Marianne der Nederlanden met hun verdachte herkomst worden elders op de site beschreven.
- Tien jaar na de de dood van haar man heeft Geertje Neef uit Krimpen aan de Lek (nr. 7 op die pagina) het zo armoedig dat ze van 1831 tot 1835 in de kolonie verblijft.
- Jacobus de Nekker (44) en Maria van Krugten (48) uit Sleeuwijk, met vier kinderen. Aankomst 23 juni 1820. Willemsoord hoeve 16
- In 1821 gezonden door Dordrecht, komen kolonist Johan Hendrik Nienkemper en opvolger-zoon Gerrit Jan Nienkemper voor in dit verhaaltje
- B.J.J. van Nieuwenhoven is GEEN koloniebewoners, maar employée op het Haagse kantoor van de Maatschappij. November 1855 krijgt hij een gratificatie.
- Eerst woonachtig op de Gebuurte nr 55 in Leiden, kwam Cornelis van Nieuwenhoven juli 1821 in Wilhelminaoord, zie hoeve 37, met verwijzing naar andere vermeldingen.
- Het kolonistengezin van Jannes Hendrik Nieuwenhuis komt 1820 uit Groningen. Zie rond vrijboerschap, een huwelijk, een ziekte, en tenslotte dochter Geesje.
- Adrianus van Nieuwervaart (64) en de evenoude Johanna Dijsterberge komen 1820 als huisverzorgers uit Dordrecht, maar niet lang, zie Willemsoord hoeve 14
- Lambert Nijenbandering is onderdirecteur bij het derde gesticht te Veenhuizen. We zien hem ter bescherming van zijn schoonzoon optreden in dit verhaal.
- Nikopskij, een militaire veteraan te Veenhuizen met de rang van korporaal, krijgt een klomp in zijn nek en beledigingen naar zijn hoofd van twee veteranenkinderen.
- Bij Cornelia Nobbe maar eens een plaatje anders wordt de bladzijde zo saai.

Haar aankomststaat op 30 april vanuit Amsterdam met vijf kinderen. De twee zoons trouwen kolonistendochters, een meisje De Kruif en een meisje Bakema, zelf hertrouwt ze ook, en hier nog een externe link naar het geslacht Nobbe
- Catharina Joh. Nol is weduwe van ene Ouwerkerk en ze is van 1820 tot en met 1822 huisverzorgster, zie de pagina Amersfoortse ingedeelden
Pieter Nomen is een van de ingedeelden wiens geklaag over honger de vrouw van Wiemes aanzet tot een illegale handeling.
- Joseph Salomon Nord is in 1837-1838 kerkmeester van de synagoge in Willemsoord, maar dat eindigt na een hoog oplopend conflict met de rabbijn. Zie ook deze pagina.
O
- Door het Aalmoezeniershuis te Alkmaar gezonden, arriveren Jan Olie of Olij en echtgenote Aagje Schrama juni 1820 in Frederiksoord-2, zie hoeve nummer 30.
- Thérèse Olijve is een ongehuwde moeder uit Vlissingen, die als huisverzorgster in Wilhelminaoord wordt geplaatst, maar in problemen raakt en moet verdwijnen, zie hier.
- Hendrik van Ommen wordt door de subcommissie Zwolle afgevaardigd naar de proefkolonie. Hij is dan 64 jaar. Beetje oud voor een omscholing tot landarbeider.
- Adriaan van Ommen-Boddendijk, soms alleen Adriaan Boddendijk, is in 1821 de eerste kolonist uit Coevorden, Wilhelminaoord hoeve 68
- Albertus en Abraham Onvlee zijn wees- of armenkinderen uit Leiden, die juli 1821 worden ingedeeld bij respectievelijk hoeve 84 en 88 te Willemsoord
- Cornelis van Ooijen komt uit Wijk bij Duurstede als opvolger van proefkolonist Saris van Rhee. Later wordt hij ‘geattrappeerd’ op het stelen van roggekorrels.
- Gerrit van Oosterhout wordt in 1821 door de regenten van het Gereformeerd Weeshuis te Delft naar de kolonie gestuurd en blijft er een kleine zeven jaar.
- Oosterloo heet de aannemer die de huisjes voor de proefkolonie bouwde en ook later in andere koloniën aan het bouwen was. Verder weet ik (nog) niets over hem.
- Roelof Geerts Oost wordt een van de eerste wijkmeesters op de gronden rond het kinderetablissement Veenhuizen-1.
- Abraham Oostmeier komt 18 oktober 1821 vanuit Amsterdam, zijn vrouw komt later, en wordt ondergebracht op hoeve nummer 61 te Wilhelminaoord.
- Ene (van) Ootmarsum wordt 1821 aangesteld als wijkmeester maar moet al snel weer verdwijnen. De hele carrière in een notedop.
- Cornelis van Os komt uit Buren in Gelderland. Hij is de opvolger van de weggestuurde proefkolonist Vos. Van Os en zijn kinderen zijn blijvertjes.
- Hendrik van Os behoort tot het groepje door Den Haag geleverde huisverzorgers dat 26 februari 1820 in de kolonie aankomt, daarna Willemsoord hoeve 12.
- De familie van Osta, die november 1821 vanuit Bergen op Zoom een hoeve betrekt en na 4 jaar vrijboer bij de Ommerschans wordt. Een zoon trouwt kolonistendochter Fukke, zie hier.
- In 1822 komt Harmen Berend Otten, 23 jaar oud, in Willemsoord als onderwijzer op de hoofdschool Willemsoord; zie onderwijspagina.
- Dirk den Ouden, soms 'van Ouden', vestigt zich 1821 in de kolonie, maar ik kan niet vinden waar precies. Twee zoons worden later ook kolonist, zie onderaan deze pagina.
- Johannes van den Oudenalder wordt in 1840 door de Amersfoortse regenten als wees- of armenkind in de vrije koloniën geplaatst, zie Amersfoortse ingedeelden
- Johannes Oudenhoven en echtgenote behoren tot de grote groep Dordrechters die 10 juni 1821 als eerste bewoners van Wilhelminaoord arriveren, zie hoeve 22
- Hendrikus en Michel Antonius Overhoff, ingedeelden uit Bergen op Zoom. Laatstgenoemde wordt, mét link, vermeld op pagina van proefkolonist Lucassen.
P
- De schoonzoon van proefkolonist Johannes Bosch, Wouter Peen, komt in 1820 als huisverzorger uit Harlingen naar Willemsoord. Zie zijn bladzijde
- Met de tweede grote groep Dordtenaren op 8 juni 1820 (de eerste lading kwam 4 juni) arriveert ook Hendrik Peetsold in Willemsoord (hoeve 55).
- Arbeiderskolonist Pegman is stiekem een keer van Veenhuizen weggegaan. Maar je mag niet zomaar zonder permissie van de kolonie af: tuchtzaak.
- In dit verhaal op de site is er op een gegeven moment een slachtofferrol voor een dochter van kolonist Hendrik Penning (ook wel Pennink) uit Schiedam..
- Pieter Jan Pennings arriveert 5 juli 1821, als onderdeel van het contract met Regenten van het Burgerweeshuis te Middelburg, in Wilhelminaoord (zie hoeve 17)
- Catharina Perridon zou de bij huisverzorger Cornelis Reedijk behorende echtgenote zijn maar het is moeilijk leesbaar, zie Wilhelminaoord (hoeve nummer 16).
- Hendrik Siemons Piebenga is een van de Harlingse weeskinderen die in de begintijd hoeve nummer 12  te Willemsoord bevolken.
- Hendrik Pierre en Trijntje Pierre zijn kinderen van Neeltje de Wijn en ze krijgen na hun aankomst twee keer een nieuwe stiefvader, zie Wilhelminaoord (bij hoeve 63)
- Trijntje Pieters is de echtgenote van Jan Zwiers en fungeert als huisverzorgster voor eerstelingen uit Hoogeveen, hun eigen kind heet Bouwke Zwiers.
- Pieter Pigge komt juli 1821 uit Zaandam als ingedeelde bij Van der Werf, deserteert na één maand en wordt teruggebracht, zie Wilhelminaoord bij hoeve 53
- Van origine 'knoopjesmaker'(!) komt Jan van Piggelen in 1820 met zijn gezin vanuit Utrecht in Willemsoord (zie hoeve 52) terecht.
- De weduwe van Pijlen (zie 7g op die pagina) die trouwt met een kolonist
- Jan Pijper is een ingedeelde uit Groningen die op het Instituut voor Landbouwkundige Opvoeding in Wateren komt en per ongeluk brand sticht.
- Pieter Pijpers (46) en Yda Demans (56) komen juni 1820 uit Rotterdam en worden geplaatst op hoeve 41 van Willemsoord
- Christoffel de Plot arriveert 5 juli 1821, als onderdeel van het contract met Regenten van het Burgerweeshuis te Middelburg, Wilhelminaoord (zie bij hoeve 17)
- Jannes Poelman is als adjunct-directeur de hoogste baas in het kindergesticht Veenhuizen-1 en zit als president de Raad van Tucht daar voor.
- Hart Lippes Poelstra komt vanuit Leeuwarden juli 1821 in Wilhelminaoord (zie hoeve 45), twee van zijn zoons worden later ook kolonist
- Bijzonder verhaal over Gerrit Ponne die al een drankprobleem had toen hij... cafébaas werd. Ja, dan beland je wel in Ommerschans en Veenhuizen. Eind 19e eeuw, dus mét foto. Er staat nog een signalementskaart van een Leendert Ponne in Veenhuizen op die site.
- Jacobus Ponsen (39) en Elisabeth van der Linden (35) komen met de tweede massa-lading (8 juni 1820) uit Dordrecht, Willemsoord hoeve 66
- Meindert van der Poort is de eerste (maar er zullen er meer volgen) kolonist uit Dokkum. Zie zijn aankomst in Frederiksoord-2
- Jan Post komt als veertienjarige uit Zaandam naar Willemsoord. Hij behoort tot de eersten die op de Instituut te Wateren wordt opgenomen en het jaarverslag 1826 looft hem.
- Pieter, zoon van de arbeiderskolonist David Post, denkt dat hij wel van de kolonie af mag omdat hij deel uitmaakt van de Nationale Militie. Mooi niet!
- Frederik Postma komt 1831 uit Leeuwarden in Willemsoord, daarna worden meer Postma's kolonist. Op de site alleen in een kleine anecdote bij Willemsoord hoeve 3
- Pieter Cornelis Postema wordt een van de eerste wijkmeesters op de gronden rond het kinderetablissement Veenhuizen-1.
- Abraham Prins en Hester de Jel komen uit Schiedam en wonen anderhalf jaar in Willemsoord (zie hoeve 92) voor ze naar de strafkolonie vliegen.
- Adrianus Prins is juni 1820 een van de kinderen die door het Algemeen Armbestuur te Rotterdam zijn ingedeeld op hoeve 69 te Willemsoord
- Jacobus Pronk is een bij Akke Beezem weduwe Jacobs ingedeelde wees uit de Beemster, zie Wilhelminaoord hoeve 49. Maar het duurt niet zo heel lang
- Scheveningse vissers worden kolonist, artikel op de site van historische vereniging 't Fledder Kerspel over Leendert Pronk en Simon Pronk (even niet terug te vinden helaas).
- In 1821 een van de eerste bewoners van Wilhelminaoord, zie hoeve nr 21 met verwijzingen naar elders op de site en zie Proefkolonie blz 336),  Anthonij van Puffelen uit Oudewater.
- Hendrik Christiaan Puper, ook wel voorkomend als Pijper of Pieper, komt 1820 vanuit Bourtange (arrondissement Appingedam) in Frederiksoord-2, zie hoeve 54.
- Willem Putman is een wees die door ene dokter A.W. Luber uit Amsterdam tegen contante betaling in de kolonie wordt ondergebracht. Hij zal er achttien jaar blijven.
- Barend van Putten en echtgenote Margje van der Weg uit Kampen behoren juni 1820 tot de eerste bewoners van Willemsoord, zie aldaar hoeve nr 3
- Simon en Johannes van Putten zijn twee Utrechtse wezen, aankomst 7 april 1822,  huisvesting te Willemsoord (zie bij hoeve 35)
R
- Daniel Raadman is een van de wezen die op contract met Burgemeesteren van Dordrecht juni 1820 in de kolonie komt, Willemsoord hoeve 84
- Johannes Radix is veteraan, later veldwachter. Gegevens staan  in de genealogie van Jan Radix en de belevenissen van het gezin zijn er ook in verhaalvorm.
- Op basis van een contract van het Hervormd Armbestuur te Steenwijk komt Jan Ragius (zie hoeve 57) in 1820 in Willemsoord om op Steenwijkse wezen te passen.
- Simon Ran is een 16-jarige ingedeelde uit Texel met volgens de directie 'aan beide beenen beeneters en groene wonden', zie de Texelse pagina.
- Chef der Geneeskundige Dienst Johan Everhard Ranneft inspecteert het kindergesticht met aandacht voor het afschuwelijke kwaad der zelfbevlekking.
- Bij mijn weten de enige koloniebewoner uit Zuid-Sleen, Jacobus Ras, is een tijdje met wisselende functies in dienst van de Maatschappij.
- Misschien dezelfde J. Ras als die hier boven staat? wordt boekhouder van de fabriek van het kinderetablissement Veenhuizen-1.
- Elizabeth Raukema is de door Tymen van de Werf - zie Wilhelminaoord hoeve 53 - te Veenhuizen opgeduikelde tweede echtgenote die later op de kolonie komt
- Frederik Rausch is lang niet de enige proefkolonist die oorspronkelijk aan de andere kant van onze oostgrens geboren is. Gezonden door Den Haag overlijdt hij na zes jaar.
- Cornelis Reedijk wordt op aandringen van Johannes van den Bosch geplaatst in Wilhelminaoord om het tekort aan huisverzorgers op te vangen, zie hoeve 16
- De zaalopziener G. Reemst bij het eerste etablissement in Veenhuizen is dronken geweest en dat kost hem zijn baan.
- William Reese werkt van 1820 tot 1830 in de kolonie en is een tijd lang algemeen boekhouder voor alle koloniën. Totdat die functie wordt opgeheven.
- A. Reichart (geen voornaam bekend) komt 11 maart 1820 als onderopziener in Frederiksoord-2, maar is al vlot spoorloos uit de boeken verdwenen.
- Op zijn dringend verzoek krijgt Johan Paulus Reichenbach per 1819 een functie in de kolonie en trekt hij vanuit Geertruidenberg naar Frederiksoord-2, zie hier.
- W.F. Reijnders is GEEN koloniebewoners, maar employée op het Haagse kantoor van de Maatschappij. November 1855 krijgt hij een gratificatie.
- Maria Wilhelmina Reling komt samen met haar moeder Maria Reling in 1837 uit Deventer, trouwt een kolonistenzoon en verbruit het helemaal, zie hoeve nr 13.
-  Franciscus Adrianus Renard woont een tijdje bij de familie Grondhout in Frederiksoord en wordt daarom kort genoemd bij hoeve 7 van die kolonie.
- Een employée waar de directie hoogst tevreden over is, Cornelis Wilhelmus Rensing uit Zwolle. In 1823 boekhouder, als dit verhaaltje speelt onderdirecteur Ommerschans.
- Sarus van Rhee, wiens voornaam ook als Saris voorkomt, gezonden door Wijk bij Duurstede, wordt beschouwd als een van de meest opstandige proefkolonisten.
- De weduwe Richmond, die van zichzelf Catharina Jans Glas heet, wordt door de subcommissie van weldadigheid Vlissingen in de proefkolonie geplaatst.
- Carel Christoffel Richter komt 1846 uit Haarlem in Frederiksoord, maar overlijdt na vijf maanden. Het hertrouwen van zijn weduwe wordt hier en hier genoemd.
- De eerste kok van de proefkolonie zou Rieken heten, maar helemaal zeker is dat niet. Als alle gezinnen voor zichzelf gaan koken, gaat hij weg. Geen info op de site.
- De 27-jarige Jeltje Klazen Riemersma komt in 1831 als bestedelinge in de kolonie en maakt daar het nodige mee. Onderaan dit verhaaltje de internetverwijzing.
- Hermanus Rietberg komt 1825 met zijn gezin uit Kampen, wordt even genoemd op deze pagina. Er zijn nog veel meer huwelijksverbindingen met andere kolonisten.
- Hendrik Rigagneau is proefkolonist uit Amsterdam, maar blijkt zeer ongeschikt en zijn vrouw houdt veel van een glaasje Schiedammer, zie zijn file.
- Florian Rigter is een wees uit Rotterdam die juni 1820 aankomt en wordt ingedeeld bij Schiedammers, hoeve 91 te Willemsoord
- De kanonnier H. de Rijk(e) behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgesticht Ommerschans worden aangesteld.
- Gerardus Rochel komt in 1830 met zijn gezin uit Den Haag naar Frederiksoord. Een burenruzie staat op de site van de dorpsgemeenschap aldaar.
- Arie Roesteen komt in 1821 uit Oudewater, is elf jaar als hij aankomt en speelt een rol in een verhaaltje dat is te bereiken via Wilhelminaoord hoeve nummer 14
- Egbert van Roijen komt als kolonist in 1929 uit Amsterdam en werkt blijkbaar in de smederij want hij komt even voor in een verhaaltje onderaan deze pagina
- Geertruij Romijn de weduwe Bartol hoort bij de tweede massa-lading uit Dordrecht (8 juni 1820), Willemsoord hoeve 56
- De bij aankomst - tegelijk met twee zusjes - in 1833 twaalfjarige Antonij de Ronde uit Schiedam werkt zich in de kolonie op van bestedeling tot kolonist, zie hier
- Ene J. de Rooij is eventjes zaalopziener in de Ommerschans en wordt dan boekhouder van het buitengebied rondom de schans.
- Pieter van Roon is eerst boekhouder op de Ommerschans en vanaf 1845 onderdirecteur. Beide functies duren niet heel lang.
- Jan Klaazes Rootje is een van de Harlingse weeskinderen die in de begintijd Willemsoord hoeve 12 bevolken.
- Hette Ros is een wees uit Leeuwarden die mét motivatie particulier besteed wordt in de kolonie, zie dit verhaal.
- Barta Hendrica Rosenhaan is de echtgenote van kolonist Pieter Calkhoven, maar als hij april 1854 aan de permanente commissie schrijft is hij al jaren weduwnaar.
- Grietje van Rozendaal behoort tot de eerste zes kinderen die augustus 1820 uit Amersfoort komen, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden
- Wilhelmus en Johanna Rozendaal komen als Amersfoortse wees- of armenkinderen 1855 in de kolonie, zie Amersfoortse ingedeelden
- Johannes van Rozendaal is een van de drie jongens die december 1821 door Amersfoort bij een gezin gevoegd worden, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden
- Julia Maria Rubaij is de nog zeer jonge weduwe van Jan Hendrik Wakker en via bemiddeling van een oom van laatstgenoemde geplaatst in Wilhelminaoord hoeve 55
- Dirk Minnes de Ruiter (géén familie van de gelijknamige proefkolonist) woonde altijd al in de omgeving voor hij kolonist te Frederiksoord werd.
- Hubrecht de Ruiter is de proefkolonist van de subcommissie van weldadigheid Axel in Zeeuws-Vlaanderen, met in het gezin over diversen met de naam Smies, zie zijn file
- De korporaal E. Rulach behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgesticht Ommerschans worden aangesteld.
- Kolonist Pieter Hansen Rusch komt in 1833 vanuit Amsterdam naar Willemsoord, diverse nazaten worden ook kolonist, zie bij de kolonie-dynastieën.
S
- Maria van Salm verliest kort na aankomst (Wilhelminaoord hoeve 30) haar echtgenoot, maar huwt vervolgens een kolonistenzoon.
- Arbeiderskolonist van der Schaft treedt bij deze zitting van de raad van tucht voor arbeidershuisgezinnen op als getuige.
- Adrianus van Schaick uit Amsterdam, aankomst 1820, komt in het boek even langs (niet bij naam) als ontslagen huisverzorger, Willemsoord hoeve 19
- Nicolaas Scheffers, gehuwd met Johanna Evaars, komt uit Bergen op Zoom. Aankomst 1821 en vrijboer te Willemsoord volgens het vrijboerenreglement 1830.
- Hendrik Adrianus Schepman komt op zijn 25ste via ene Welborn Schepman (vast familie) in de kolonie en veroorzaakt diverse problemen, oa op hoeve 1 te Wilhelminaoord.
- De halfwees Hendrik van Schie en de wees Adam van Schie (géén familie van elkaar) behoren in 1820 tot de eerste drie bannelingen in de strafkolonie, zie dit verhaal
- Christiaan Jacob Teil Schindler is zeven maanden in 1835 arts in het kindergesticht te Veenhuizen. Op deze pagina houd ik bij waar hij voorkomt.
- De korporaal J. Schipper(s) behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgesticht Ommerschans worden aangesteld.
- Johan Andries Schmidt komt in 1821 vanuit Den Haag in de kolonie na persoonlijk contact met Paulus van Hemert, zie Willemsoord hoeve 68
- De veteranenweduwe Schmidt, die ook bij deze tuchtzaak even genoemd wordt, wordt mishandeld door een jongere veteranendochter. Er zijn getuigen.
- Johann Franz Philip Schnatz hoort tot de allereerste opzieners op de proefkolonie,  zie hier en elders staan zijn latere lotgevallen op de Ommerschans.
- Michael Schnell is in 1820 een van de eerste wijkmeesters in de kolonie; drankmisbruik en huiselijk geweld leiden 1828 tot ontslag, een dochter staat op genealogie Van der Blom
- Johan F.A. Schnoor, aankomst 1830 uit Amsterdam, wordt alleen heel eventjes genoemd in de tekst bij hoeve 35 op de pagina Wilhelminaoord
- Bernardus Scholten arriveert juni 1821 vanuit Zaltbommel en wordt geplaatst op hoeve nummer `51 van Wilhelminaoord
- Gerrit Scholtens, herkomst Groningen, aankomst 1830. Zijn dochter zal trouwen met Willem der Nederlanden, zie de pagina Nederlander
- David Schouten is een ingedeelde uit Alkmaar, aankomst 1824, die huwt met een op de kolonie wonende Texelse weduwe, zie deze pagina over hem
- Koenraad Johannes Schünlau is van 1839 tot 1847 arts van Veenhuizen-1. Op deze pagina houd ik bij waar er dingen over hem of van hem staan.
- Albert Schuurman is de eerste hoofdonderwijzer van het kindergesticht Veenhuizen-3 en tevens oprichter/dirigent van het muziekgezelschap van weeskinderen.
- Anna Maria Schuurman komt in 1821 als ingedeelde uit Harlingen en speelt een rol in een verhaaltje elders op de site
- Doeke Schuurman komt in augustus 1820 uit Dokkum als ingedeelde bij de weduwe Karper op hoeve 81 te Willemsoord
- J. Schweitzer is een van de allereerste opzichters in de proefkolonie, maar ook de eerste die weer mag vertrekken. De Proefkolonie blz 126-129, geen verdere info op de site.
- Ook Ignatius Seijl behoort tot de allereerste opzichters van de proefkolonie. Later gaat hij naar de Ommerschans (zie dit verhaal) en op de site van de bedelaarskolonie is een (nog leeg) file.
- Hendrikus Joseph Sicking, Cornelia Alijda Sicking en Aleida Sicking (of Siking) komen gedrieën in 1848 als Amersfoortse ingedeelden op de kolonie
- Jan Sieuwerts (52) en Jannetje Boekjes (43) zijn door de schout van De Rijp als huisverzorgers gezonden, Willemsoord hoeve 33
- Adrianus Fredericus Simons behoort tot de eerste zes kinderen die augustus 1820 uit Amersfoort komen, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden
- Barend Simons en Sitske Nautha worden vanuit Noordwolde de kolonie binnengehaald, waarschijnlijk om het gebrek aan huisverzorgers op te vangen, Willemsoord hoeve 45.
- Jan Sirrep is 70 jaar als hij juni 1820 met echtgenote Aaltje Benken uit Hoogeveen komt om als huisverzorgers te dienen, Willemsoord hoeve 37
- Gerrit Jans Slord komt oktober 1821 met echtgenote en vijf kinderen aan vanuit Enkhuizen en wordt geplaatst in hoeve nummer 29 van Wilhelminaoord
- Gerris Slot komt als kolonist uit Texel en arriveert juli 1822. Verder is er helaas weinig bekend, alleen dat hij woont op Wilhelminaoord, hoeve nr 83
- Vrouwtje Slot is een ingedeelde bij de weduwe Hendrikje Douwes, met wie zij juli 1822 uit Texel aankomt en neerstrijkt in Wilhelminaoord hoeve 79
- Anme Antoons Smal is een ingedeelde uit Sneek die later kolonist wordt, hij wordt even genoemd bij Willemsoord hoeve 59
- Kristiaan Smallenbagh is een van de enorme lading wezen uit Dordrecht die juni 1820 aankomen, Willemsoord hoeve nummer 14
- Elisabeth Smallenburg, weduwe met twee zoons, behoort tot de grote groep Dordrechters die 10 juni 1821 arriveren, zie in en onderaan de pagina Snijder
- Omdat het nageslacht zich meestal toont met de naam ter Smetten maak ik hier even melding van proefkolonist Johannes Tersmetten die bij mij onder de 'T' staat.
- De uit Brielle afkomstige Jacob Smient, veldwachter te Veenhuizen van 1826 tot 1839, een van de veteranen die de Maatschappij tegen vergoeding overnam van het ministerie.
- De kolonisten Jan Smies sr en Jan Smies jr komen voor in een stukje op de site. Voor andere 'Smiesen' zie hun stiefvader, proefkolonist Hubrecht de Ruiter uit Axel.
- Abraham Smit uit Groningen, die in het huisje van Bosch komt (Proefkolonie blz. 282), en met de weduwe Weender hertrouwt. Hij heeft een eigen pagina.
- Harmen of Hermanus Smit is de eerste art in Veenhuizen. Aangesteld op 19 februari 1824 en in functie tot hij ontslag neemt op 3 januari 1828.
- Klaas Smit komt op 12 september 1821 aan, gelijk met andere Texelse kolonisten. Ik heb hem opgenomen onderaan de pagina Texelse kolonisten
- Vrije kolonist Pieter Smit komt februari 1848 vanuit Steenwijk in de kolonie Frederiksoord en komt op deze pagina's alleen hier heel even voor.
- Huisverzorgers Cornelis Andries Smith en echtgenote Barrege Pieters Postma krijgen negen Harlingse kinderen in huis in Willemsoord (zie hoeve 87).
- Cornelia Smits komt in 1821 als dertienjarige uit Dordrecht bij de familie Van Driel in Wilhelminaoord (zie bij hoeve 8) en besluit in 1824 na verlof niet terug te keren.
- Roelof Coenraads Smit is onderbrigadier van de veldwachters op de Ommerschans en verliest alle plezier in zijn werk als er in 1845 een nieuwe onderdirecteur aantreedt.
- Een van de eerste opvolgers van de proefkolonisten, Hendrik Sneijder uit Den Haag, aankomst maart 1821, komt aan bod in een verhaaltje elders op de site.
- Jan Snoek en Neeltje Kleinjan komen juni 1820 uit Dordrecht in Willemsoord (zie bij hoeve 26). Er is nog een Dordrechtse Snoek op de kolonie, zie onder.
- Hendrik Snoek en Willemina van Erven. Dit is dus de andere Snoek (zie boven), ook Dordrecht, ook juni 1820, ook Willemsoord (zie bij hoeve 53).
- Pieter Josephus Souverijn begint in 1825 als arbeidersgezin in Veenhuizen, maar wordt in 1827 opgeschaald tot vrije kolonist. Meer onderaan deze pagina..
- L.C.F.J. Spangenberg is GEEN koloniebewoners, maar employée op het Haagse kantoor van de Maatschappij. November 1855 krijgt hij een gratificatie.
- Jan Spel, de eerste (en enige?) kolonist uit het Zuid-Hollandse Montfoort. Het gezin vestigt zich te Willemsoord (zie bij hoeve nummer 13).
- Gerrit Spruijt en Trijntje Versloot komen juni 1820 uit Dordrecht en worden geplaatst in Willemsoord (zie bij hoeve 47). In 1833 is de laatste Spruijt of Spruit van de kolonie af.
- Pieter Staal was bijna proefkolonist geweest, maar komt dan pas in 1820 vanuit Enkhuizen in Willemsoord (zie bij hoeve 20). Oorspronkelijk was de naam Stahl.
- G. Statius Muller is vanaf 1826 de eerste arts van de vrije koloniën. Op deze pagina houd ik bij waar hij op de site vermeld wordt..
- In tuchtverslagen worden ze Hendrikje Staai de Melger en Josephus Staai de Melger genoemd, maar ze staan ingeschreven als Melger Verstaij, zie aldaar.
- Geertje Starrenberg (43) is als huisverzorgster uit Vlaardingen gekomen in juli 1820 en voert die taak uit op hoeve nummer 80 in Willemsoord
- De militaire veteraan sergeant Steemink treedt op als getuige in een tuchtzaak als een andere militaire veteraan een klomp in de nek krijgt gegooid.
- Gerrit Steenbeek is een zoon van de man die leiding geeft aan het spinwerk op de Ommerschans. Hij wordt onderdirecteur van de stoomspinnerij in Veenhuizen.
- Jacomina Johanna Steenhuizen wordt juli 1821 vermeld als ingedeelde bij Wilhelminaoord hoeve 59. Verdere gegevens ontbreken.
- Johannes Willem Steenhuizen komt in 1822 uit Amsterdam, na twee jaar vlucht hij vanwege huwelijkse onenigheid, zie dit verhaaltje.
- Jan Steenmetz uit Amsterdam is in 1833 gemeensman. Hij overlijdt in 1836 na acht jaar kolonie. Zijn weduwe komt voor op deze pagina.
- Afkomstig uit de hogere standen van Dokkum, is Douwe Petrus van Steenwijk door een liederlijk leven in de Ommerschans terechtgekomen. Daar praktizeert hij als arts.
- De zoon en de dochter van een van de militaire veteranen, de fuselier Steiner, hebben een andere militaire veteraaan beledigd en hem een klomp in de nek gegooid.
- Jacob Ruurt Stellinga uit Stavoren beleeft de kortste carrière als proefkolonist, hij overlijdt na een week. De kinderen blijven nog een tijdje, zie zijn file.
- Vader overlijdt in 1827, moeder in 1831, en dan gaan drie kindjes Steneker (zie II-a op die pagina) naar Veenhuizen en... overleven alledrie. Je vergeet het soms, maar het merendeel komt er toch levend weer uit.
- Hendrik Steunenberg arriveert in 1820 als eerste kolonist uit Deventer en krijgt hoeve nummer 6 in Frederiksoord-2, zie hier.
- Geertje Stevens is een wees- of armenkind die juni 1820 door de Provisoren van het Armenweeshuis te Harderwijk is ingedeeld op hoeve 73 van Willemsoord
- Johannes van Stijn is een wees- of armenkind uit Haarlem die juli 1821 wordt ingedeeld op hoeve 70 van Willemsoord
- Samuel Stoeder behoort tot de Vlissingers die in juli 1821 drie net gebouwde hoeves in het spiksplinternieuwe Wilhelminaoord in gebruik nemen, zie hoeve 19.
- Abraham Stokheimer werkt 1827 tot 1830 op de kolonie en is misschien dezelfde Stokheimer als hieronder, daarom wordt hij even genoemd bij hoeve 2 van Willemsoord
- J.F. Stokheimer wordt oktober 1821 aangesteld als wijkmeester te Willemsoord, maar de carrière duurt niet lang, zie hoeve 2 van Willemsoord
- Kolonisten Stolmeijer die na vijftien jaar kolonie (1846-1861) kiezen voor de textielindustrie in Nijverdal (zoals nogal veel kolonistengezinnen dat rond die tijd doen).
- Pieter Stuiver behoort met zijn gezin tot het grote contingent Hagenaars in Wilhelminaoord, zie hoeve 41.
- Jan Hendrik Suer (of Suer van Hardenberg) is een zéér kortstondige ingedeelde, wiens ultrakorte koloniale carrière te lezen is bij huisverzorger Ebert op Willemsoord hoeve 5
- Anthony Felix Simon Swart is een tijdje heelmeester op de Ommerschans, zie bij www.debedelaarskolonie. Zijn ontslag staat in dit besluit.
T
- Hendrik Jans Taatgen (47) en Feitje Dirks de Boer (44) komen juli 1820 vanuit Farnsum, arrondissement Appingedam, zie verder de pagina Appingedam
- Ene Tape of Taape uit Harlingen heeft een carrière als huisverzorger van slechts enkele dagen; wordt genoemd bij Willemsoord hoeve 12
- Proefkolonist Johannes Tersmetten, uit Den Haag, doet het zeer goed, maar besluit na verloop van tijd dat hij liever in de gewone maatschappij is, zie zijn file.
- Gerrit en Catharina Elisabeth Terweij zijn twee Utrechtse wezen, aankomst 7 april 1822, huisvesting Willemsoord hoeve 35
- Met Jakob Heinrich Textor en zijn zoon Augustinus Matthias Jacobus Textor sla ik twee onderdirecteuren van het kindergesticht Veenhuizen-1 in één klap.
- Bernardus Tienkens, met de roepnaam Nardus, is 'doof, bijsienden en Buitengewoon onnoosel', maar toch spreekt iedereen, vooral zijn oom, met liefde over hem.
- Klaas Tijmes met als spellingsvariaties onder andere Tiemes, Teijmes of Thiemes, is de proefkolonist uit Alkmaar, tevens kaasmaker, en een succesnummer, zie zijn file.
- Huibert Timmermans behoort tot de eerste groep van 59 Dordtse weeskinderen die 4 juni 1820 aankomen in Willemsoord, hoeve 73
- Een Amsterdammer op de hei, Thomas Lewis Titsing wordt rond 1840 te Willemsoord geplaatst en veel van zijn nageslacht blijft daar hangen.
- Trijntje Tjebbes is een van de (vele) weduwen uit Texel, zij komt aan juli 1822 en wordt gehuisvest in Wilhelminaoord hoeve 81
- In 1825 door Haarlem geplaatst als vrije kolonist in Wilhelminaoord Gerrit Toepoel, echtgenote Johanna Monsjou en hun kinderen. Hij is in 1833 gemeensman.
- Elisabeth van der Tol is een uit Utrecht afkomstige wees die wordt ingedeeld bij de weduwe Karper op hoeve 81 van Willemsoord
- B.C. Travers wordt in juli 1824 bevorderd tot onderdirecteur bij een van de gestichten te Veenhuizen. Dat duut net een jaar. Hij wordt heel boos over zijn ontslag.
- D0e veteranendochter Sophia Tromp zou een veteranenweduwe hebben mishandeld. Ze ontkent, maar er zijn getuigen...
- Hendrika of Riekje Troost wordt door de Algemene Armenvoogden Texel in september 1821 meegestuurd met het gezin van Neeltje de Wijn, zie Wilhelminaoord hoeve 63
- Tuttel (vermoedelijk zijn de voornamen Jacobus Hillebrand) is een van de burgemeesters van Steenwijk die de kolonisatie actief helpen, zie zijn file op www.deproefkolonie.nl
U
- Kolonist Antoon Reinhard Uhl, februari 1820 door Bergen op Zoom geplaatst in Frederiksoord-2, met een zoon als opvolger en een andere die onderwijzer op de kolonie wordt.
- Johan Daniel Unverzagt uit Utrecht wordt later zaalopziener in Veenhuizen, maar begint 1821 als wijkmeester te Wilemsoord, hoeve nummer 22
V
- Wilhelmina Vaas weduwe Pieter de Groot komt in 1822 aan als huisverzorgster uit Maarssenbroek bij Utrecht, zie Willemsoord hoeve 35
- Pieter van der Veen en gezin komen gelijk met de familie Lutgering uit Zwolle, vertrekt 30 juni 1820, en vestigen zich in Willemsoord, hoeve 93.
- Symen (of Simon) Veen is juni 1820 gezonden door de 'subcommissie van weldadigheid Zijp', arrondissement Alkmaar, en komt in Frederiksoord-2, hoeve nummer 36
- Een wees uit Harlingen, 1821 aangekomen, die ervan wordt verdacht de aan hem verstrekte kleding te hebben doorverkocht, Uiltje Ebes Veen, zie hier.
- Rense en Roelof Veenstra zijn voorkinderen van de echtgenote van Barend Simons, maar worden juni 1820 elders op Willemsoord ondergebracht, het spoor begint op hoeve 45.
- Een huisverzorger uit Harlingen, Tjerk Pieters Veenstra, 1820 aangekomen in Willemsoord, waar nu eens géén klachten over zijn, zie hier.
- Abraham Vegters komt juli 1821 met echtgenote en vijf kinderen vanuit Haarlem naar de kolonie en blijft daar tot zijn dood zestien jaar later, hoeve 48 Wilhelminaoord
- Ene F. Veith wordt de eerste boekhouder van het het tweede gesticht of bedelaarsetablissement Veenhuizen-2.
- Bartholomeus van der Velde behoort tot de eerste zes kinderen die augustus 1820 uit Amersfoort komen, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden
- Willem van Veldhuizen behoort tot de Amersfoortse wees- of armenkinderen die in 1854 op de kolonie aankomen, zie Amersfoortse ingedeelden
- Kolonistengeslacht Veldmeijer, waarvan een zoon trouwt met de onechte dochter van Catharina Smies, voordochter van proefkolonist de Ruiter.
- Ruim twintig jaar, van 1839 tot 1860, was Mattheus van der Ven voor de Maatschappij de winkelier van Willemsoord en bewoonde hij het winkelhuisje daar.
- Kolonist Jacobus Venker uit Alkmaar; een dochter wordt kolonistenvrouw in Willemsoord, een andere trouwt een kolonistenzoon uit Texel en verlaat de kolonie.
- Johannes Verbeek uit Rotterdam komt als stichter van een uitgebreid kolonie-geslacht (maar dat weet hij dan nog niet) december 1819, verwijzingen onderaan de Rotterdamse pagina
- Maartje Verberne is weduwe van ene Kleberg, zij komt juli 1822 uit Texel met oa het onechte zoontje Maarten Verberne en wordt gehuisvest Wilhelminaoord hoeve 82
- Teunis Verboom komt juni 1821 uit Den Haag en komt terecht op hoeve nummer 23 van Wilhgelminaoord, daar staan de verwijzingen.
- De weduwe Lucas Vergeer heet van zichzelf Hendrika van der Valk en is de eerste die de proefkolonie uit eigen vrije wil mag verlaten, zie haar file.
- Lambertus Verhagen (28) en Barbera Boudewijns (37), geboren St Oedenrode, maar juni 1820 geplaatst vanuit het dorpje Schiebroek bij Rotterdam, Willemsoord hoeve 67
- Christiaan Verhoeks arriveert 24 juni 1821 te Wilhelminaoord als onderdeel van het contingent uit Zaltbommel, zie eerste bewoners Wilhelminaoord.
- Nicolaas Verhulst en Geertje Geus komen uit Delfshaven, arrondissement Rotterdam, en wonen vanaf augustus 1820 op Willemsoord hoeve 51
Jan Vermeij komt uit Gouda en is de opvolger van de proefkoloniste de weduwe Vergeer. Er staan een paar archiefstukken over hem op www.deproefkolonie.nl
- Barend Vermeulen behoort tot de eerste zes kinderen die augustus 1820 uit Amersfoort komen, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden
- Bartholomeus Vermeulen is de eerste kolonist uit Breda. Het begint goed in 1820, maar eindigt slecht. Hij staat bij het overzicht van eerste bewoners Frederiksoord-2.
- Jean Pierre Vermeulen komt in 1832 met zijn gezin uit Den Haag in Frederiksoord. Twee dochters sussen een burenruzie op de site van de dorpsgemeenschap aldaar.
- Coenraad Vernouw of Fernouw behoort tot het groepje uit Den Haag gekomen huisverzorgers dat 26 februari 1820 in de kolonie aankomt, zie hier en vandaar verder.
- Jacobus Verra maakt deel uit van het 38 koppen tellende gezelschap uit Leiden dat op 9 of 19 juli 1821 arriveert en in Wilhelminaoord wordt gehuisvest, zie hoeve 35
- Vanuit de contributie Amsterdam komt Derk Verschoor maart 1847 in Frederiksoord. Tegen die tijd wordt er getrouwd met kleinkinderen van de eerste kolonisten. Zoals een dochter van Verschoor doet met een van Souverijn en een andere met een van proefkolonist Harmeling.
- Rijndert Verschoor uit Amsterdam zit 2 jaar in de strafkolonie, maar er mist een zitting van de tuchtraad due ik weet niet waarom. Even genoemd bij de familie Grondhout (hoeve 7).
- Gerrit Versloot is een ingedeelde uit Dordrecht die dezelfde achternaam heeft als de vrouw bij wie hij is ingedeeld. Kan toeval zijn. Zie de pagina Willemoord en dan bij hoeve 47.
- Kolonist J.H. Versluis uit Amsterdam komt even voor in een stukje op de site, of beter: zijn dochter Agnes. Verwijzingen daar moet ik nog maken.
- Zelf wordt Willem Versnel op zijn 45ste veroordeeld tot Veenhuizen, waar hij ook overlijdt, maar dochter Margaretha en ook zoon Cornelis Versnel blijven in de gewone maatschappij.
- Bartelina Verstraten behoort tot de weeskinderen uit Vlissingen die juli 1821 Wilhelminaoord bevolken, zie dit verhaal.en onderaan de pagina over haar vertrek.
- Simon Vestdijk is een vondeling uit |Haarlem, die vanaf 1837 korte tijd woont in het kinderetablissement te Veenhuizen. Maar vooral is hij natuurlijk de grootvader van.
- Gerrit Veth hoort bij de eerste lading van 59 weeskinderen uit Dordrecht en hij wordt eerst ondergebracht op hoeve 83 van Willlemsoord
- Simon David Vieyra, soms Vieira, wordt bij aankomst december 1819 gevestigd op hoeve nummer 15 van Frederiksoord-2.
- Jacob Vink (56) en Trijntje Hayes Pruimboom (53) zijn uit Leeuwarden afkomstige huisverzorgers die vanaf juni 1820 resideren op hoeve 70 van Willemsoord
- Petronella Vink is een uit Den Haag afkomstige wees die wordt ingedeeld bij de weduwe Karper op hoeve 81 van Willemsoord
- Bastiaan de Visser (30) en Johanna Maria Sigtermans (25) zijn dus relatief jong als ze in 1820 uit Dordrecht komen, Willemsoord hoeve 84
- Proefkolonist Klaas Visser heeft een 'in zijnen kring, boven middelmatig verstand' en die kwalificatie door de subcommissie Grootebroek toont hij door te schrijven, zie file.
- Wouter Visser is de tweede directeur van de koloniën (april 1820 - mei 1829). Hij komt in zoveel stukken op de site voor dat het teveel is om naar te verwijzen.
- Jan Vlaming is een ingedeelde bij de weduwe Hendrikje Douwes, met wie hij juli 1822 uit Texel aankomt en neerstrijkt in Wilhelminaoord hoeve 79
- Hendrik van Vliet begint op hoeve nummer 11 in Frederiksoord-2, met echtgenote Alida Elisabeth Koppelman en een gestaag uitbreidend kindertal.
- Dirk Vogel behoort juni 1820 tot de tweede grote lading Dordtse weeskinderen die aankomt in Willemsoord, zie hoeve 74
- Kornelis de Vogel is een van de vele wezen uit Tholen. Hij wordt genoemd als ingedeelde bij de familie Spruijt, zie op de Willemsoord-pagina bij hoeve 47.
- Leendert Vogelsang (38), gedetacheerd sergeant uit Brugge, met Anna Magdalena Jans (31) beginnen hun kolonieleven Willemsoord hoeve 97bis (onderaan die pagina). En het houdt op als hij een adjunct heeft geslagen.
- Barend Vogel(en)zang is eeen kolonist uit Rotterdam, die november 1821 aankomt in Wilhelminaoord hoeve 33 en wiens nageslacht aan de halve kolonie parenteert.
- In 1826 door Rotterdam in Wilhelminaoord geplaatst, blijft Hendrik Volkering in de kolonie tot zijn dood in 1864. In 1837 is hij gemeensman voor Wilhelminaoord.
- Jan Jacob Willem Voorhorst is van 1855 tot 1875 de arts van de vrije koloniën. Ik heb niet veel over hem, maar wat er is valt hier te bereiken.
- De suppoost  A. Vorheim schijnt drank aan kolonisten te verkopen en in hun goederen te handelen en raakt zijn baan in Veenhuizen kwijt.
- Hendrik Bartels de Vos komt 1821 als kolonist via de subcommissie van weldadigheid Steenwijk in Frederiksoord-2, zie hoeve nr 7
- Hendrik Vos behoorde tot de allereersten die aankwamen, maar ook tot de allereersten die weggestuurd werden, zie zijn file bij de proefkolonie..
- Jacob de Vos is al 23 als Steenwijk hem als ingedeelde op de kolonie plaatst, het spoor begint bij Willemsoord hoeve 99
- J.G. de Vos is GEEN koloniebewoners, maar de bode bij het kantoor in Den Haag van de Maatschappij. November 1855 krijgt hij een gratificatie.
- Hij schijnt K. Vosch te heten en tot de eerste Hoogeveeners in de kolonie te behoren, maar hij loopt zo snel weg dat verder niets bekend is.
- Een weesmeisje uit Tholen, waarvan een brief op de site staat, maar waarvan verder helemaal niets bekend is: Frederika Margrieta Voster.
- Maria de Vrede komt mei 1824 als ingedeelde uit Alkmaar. Ze blijft bijna twintig jaar, maar het gaat nooit goed, ze wordt een van de bekendste gezichten bij de tuchtraad.
- Willem Vrieling en echtgenote  Klaartje Hartwijk komen juni 1820 uit Monnickendam. Later is het meestal Vreeling, zie Willemsoord hoeve 10
- Allevijf de kinderen die in 1823 met Cornelis de Vries uit Purmerend komen, worden ook kolonist. Er volgt meer, nu alleen even genoemd bij Wilhelminaoord hoeve 45
- Doede Klaaszn de Vries (op die pagina generatie IV nr. 8) kwam vanuit Medemblik in 1826 als laagingeschaald arbeidershuisgezin in Veenhuizen, maar werd al na twee jaar bevorderd tot gewoon kolonist in Willemsoord en snel vrijboer.
- Van Herman de Vries heb ik alleen een plaatje dat hij in 1821 door de regenten van het Gereformeerd Weeshuis te Delft naar de kolonie wordt gestuurd. Verder weet ik niets.
- Jacobus de Vries en Susanna Nieuwendorp komen juni 1820 uit Dordrecht en worden geplaatst op hoeve 48 van Willemsoord
- Dirk Klaasjen de Vries is de proefkolonist uit Leeuwarden. De door die stad opgegeven geboortedatum kan nauwelijks kloppen anders wordt hij 90, zie zijn file.
- Vanuit Meppel rond 1855 geplaatst in Willemsoord Jan Takes de Vries. Twee dochters en één zoon trouwen met nakomelingen van Vreeling uit Monnickendam.
- Jelle Wessels de Vries komt inderdaad uit ´Vriesland´, om precies te zijn Leeuwarden en vestigt zich 1821 op hoeve 34 te Wilhelminaoord.
- Als weduwnaar uit Amsterdam gekomen, trouwt kolonist Willem de Vries tot twee keer toe met een bij hem in Doldersum ingedeelde jonge vrouw. Tot hij vertrekt.
- De uit Breda gekomen Stephanus Vrijhoef (zie zijn aankomst) is de eerste onderofficier in Frederiksoord-2, maar zal overlijden als in 1822 de besmettelijke ziekte over de kolonie waart.
- De 1819 uit Heerenveen gezonden Jacobus de Vroeg komt in Frederiksoord-2, zie hoeve nr 27, maar zal anderhalf jaar later in de scheepssloot verdrinken (boek blz 288)
W
- Johannes de Waal is de eerste gewone kolonist die wordt bevorderd tot zaalopziener in een van de etablissementen.
- Arend Louws van der Waard uit Kampen is bijna zestig als hij in 1820 kolonist te Willemsoord wordt, zie bij hoeve 32. En dan is hij nog lang niet de oudste.
- Leendert Marinus van Waasdijk wordt in 1821 door de regenten van het Gereformeerd Weeshuis te Delft naar de kolonie gestuurd en blijft er een kleine zes jaar.
- Pieter Wagenmaker en Trijtje Ratman waren bijna proefkolonist geweest, maar komen uiteindelijk pas in 1820 uit Enkhuizen, Willemsoord hoeve 18
- Anna Frederika Wakker, Elisabeth Josefina Wakker en Julia Maria Wakker zijn de kinderen van Julia Rubaij van Wilhelminaoord hoeve nummer 55
- Violetta Walbloem behoort tot de eerste zes kinderen die augustus 1820 uit Amersfoort komen, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden
- Jacob Walbroek (44) en Kornelia Halo (ofzoiets, 48) komen juni 1820 uit Rotterdam en wonen hoeve 90 in Willemsoord
- Izak van der Walle en gezin komen uit Leiden en beginnen 1825 als arbeidershuisgezin in Veenhuizen en worden daarna kolonist, zie onderaan de pagina over Leidse kolonisten.
- Maarten Walle is vermoedelijk een wees uit Leiden, maar moet nog verder uitgezocht. Hij komt voor bij Willemsoord hoeve 35
- Jacobus de Wals is de eerste (en enige?) kolonist uit Geertruidenberg en is een van de 52 proefkolonisten en staat dus bij www.deproefkolonie.nl
- Gerrit Walters komt 1829 als vrije kolonist in Willemsoord en zal na zes jaar weer verdwijnen. Samenvatting onderaan dit verslag van de tuchtraad.
- Over adjunct-directeur van Wardenburg die na zijn ontslag werd beschuldigd van het schrijven van een kritisch pamflet over de Maatschappij (rond 1827).
- De in 1820 via de Stadsarmenkamer Schiedam in Willemsoord aangekomen kolonistenfamilie van Jan Wardenier wordt bij de pagina Nederlanden behandeld.
-Theunis, Klaas en Elisabeth van Waveren worden juni 1820 als Monnickendamse wezen ingedeeld op hoeve nummer 11 van Willemsoord.
- Anna Wederer verliest juli 1822 op de reis van Amsterdam naar de kolonie haar echtgenoot, maar vindt later een nieuwe, zie Wilhelminaoord hoeve 68
- Johan Weender is een van de proefkolonisten, hij is gezonden door Zaandam, overlijdt na drie maanden, maar zijn gezinsleden blijven allemaal op de kolonie.
- Mietje van Weenen is de echtgenote van Mozes Werkendam en ze is erg kwaad als de rabbijn niet heeft gezorgd dat er warm water voor haar maandelijkse bad is.
- Jacoba Wels behoort tot de eerste zes kinderen die augustus 1820 uit Amersfoort komen, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden
- Arie van Welsum en gezin behoren tot de vele Dordrechters die op grond van een mega-contract juni 1820 naar Willemsoord komen, zie hoeve 59.
- J.G. Wenninger is eventjes administratie kracht, dan zaalopziener op de Ommerschans en in Veenhuizen, maar moet dan als voorbeeld dienen.
- Johannes Wentelman (36) en Jozina Ceraal (42) komen maart 1821 uit Den Haag en worden bij afwezigheid van eigen kinderen huisverzorgers, Willemsoord hoeve 30
- Adam Werf (32) en echtgenote Judina Geertrui over de Linde (29) komen uit Enkhuizen, Adam houdt wel van een geintje, Willemsoord hoeve 21
- Tymen van de Werf komt uit Zaandam op 19 juli 1821 en vestigt zich in Wilhelminaoord op hoeve 53, maar verdwijnt al na anderhalf jaar naar de strafkolonie.
- Mozes Werkendam behoort tot de bewoners van de zogenaamde jodenhoek in Willemsoord en hij heeft een hele mooie uitdukking om de broer van de rabbijn uit te dagen tot vechten.
- Jan Lamberts Westerhuis wordt een van de eerste wijkmeesters op de gronden rond het kinderetablissement Veenhuizen-1.
- Jan Cornelis Westerveld behoort tot de eerste vijf aankomende proefkolonisten en is daarom te vinden op de site www.deproefkolonie.nl
- Franciskus Johannis Baptist Westhoff komt oktober 1821 uit Amsterdam als weduwnaar met vijf kinderen, komt in Wilhelminaoord hoeve 62
- Hendrik Wetsteen is een van de eind 1820 tijdelijk op de kolonie ondergebrachte Delftse jongeren en wordt dan ook in dat verhaaltje even genoemd.
- Whittaker is de uit Engeland gekomen ‘scheermeester’ van de stoomspinnerij en het verhaal gaat dat hij bijna net zoveel drinkt als zijn zwager die daar directeur is.
- De eerste Belgische kolonist is Gabriel Wibier die in 1823 uit Mons komt en al snel tot vrijboer wordt bevorderd. Volgt meer maar even ondergebracht onderaan deze pagina.
- Een van de personen die uit Steenwijkerwold zijn gehaald, Rudolf Widmar, om als wijkmeester in Willemsoord te fungeren. In zijn geval duurt het niet lang, hoeve 97bis.
- Michiel Wiebes en Anna Marg. Horning komen juni 1820 uit Rotterdam en worden geplaatst op hoeve 42 van Willemsoord
- Voor Annette of Anna Sophia van Wijk, ingedeelde uit Alkmaar, gekomen in de plaats van Sijtje Verdwaald (Proefkolonie blz 248), zie op de Willemoord-pagina bij hoeve 47.
- De kanonnier A. van Wijk behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgesticht Ommerschans worden aangesteld.
- Alle Jans Wijkstra komt in de boeken ook wel eens voor als Alle Jans. Hij doet mee in het verhaaltje over Blatter en staat meer uitgebreid op www.debedelaarskolonie.nl.
- Salomon David Wijl arriveert 3 december 1819 als (grof geschat) vijfde inwoner van Frederiksoord-2, zie zijn aankomst hier.
- Neeltje de Wijn staat op de kolonie eerst bekend als de weduwe Pierre en later de weduwe Westhoff. uit Texel, aankomst september 1821, Wilhelminaoord hoeve 63
- Jan van Wijnen en Sara Coenraads komen juni 1820 uit Dordrecht en worden geplaatst op hoeve 50 van Willemsoord
- Simon Wijshoven komt met vrouw en vijf kinderen naar de kolonie in 1828 en daarom zijn enkele gegevens van zijn reis bewaard gebleven, zie bij de transportkosten.
- David Wijsman is de eerste spinbaas van de proefkolonie Frederiksoord, blijft maar een paar maandjes, maar heeft toch de eer een eigen pagina te hebben
- Jan de Willigen (41) en Geertrui van der Hout (37) arriveren 3 juli 1820 uit Vlaardingen   en settelen zich in Willemsoord (zie hoeve 77).
- Trijntje van Willigen is een wees- of armenkind uit Vlaardingen die juli 1820 aankomst en in huis komt bij Geertje Starrenberg, Willemsoord hoeve nummer 80
- Hartman Wils behoort tot de Enkhuizense wezen die in 1821 worden ondergebracht bij de huisverzorger Cornelis Reedijk, zie Wilhelminaoord hoeve nummer 16
- Jan de Wildt, gegageerd militair te Deventer wordt per juli 1824 benoemd tot zaalopziener in een van de gestichten te Veenhuizen.
- Johannes Willing of Witting komt volgens de aankomststaat van 10 jun1 1821 in huis bij de familie van Driel (zie hoeve 8), maar verder weet ik helemaal niets van hem.
- Pieter van der Windt is een wees- of armenkind uit Vlaardingen die juli 1820 aankomst en in huis komt bij Geertje Starrenberg, Willemsoord hoeve nummer 80
- Willem Winkelhuis komt in 1821 uit Amsterdam. Zijn zoon is 'buiten zinnen', een weduwe geworden dochter komt het gezin versterken. Ze spelen een rolletje in verhaal De Ronde.
- Dirkje Winters uit Steenwijk wordt als huishoudster aangesteld bij de weduwnaar geworden Maarten Alles, trouwt daarna met hem maar trekt verder als hij overlijdt.
- Klaasje Winters is de in De proefkolonie (blz 103-104) genoemde ingedeelde die de groenten stelselmatig ongekookt krijgt, ze keert later terug, Willemsoord hoeve 57
- Over Jan Hessels van Wolda komt nog veel meer op de site, maar hier eerst zijn aanstelling als hoofd van alle koloniale onderwijs.
- De eerste kolonist uit Zutphen, Petrus (Josephus) Wolfs, ook wel Wolf, Wolff en De Wolf, komt in 1820 in Willemsoord. Rn al snel in de strafkolonie, zie dit verhaal
- Albertus Pieter Wolvendijk behoort tot de Enkhuizense wezen die in 1821 worden ondergebracht bij de huisverzorger Cornelis Reedijk, zie Wilhelminaoord hoeve nummer 16
- Johanna Woortman weduwe Goblé speelt als De wispelturige weduwe een rol in een verhaal op de site van de dorpsgemeenschap Frederiksoord-Wilhelminaoord.
- Claartje Meijer Worms is de echtgenote - of misschien ook niet, daarover lopen de meningen uiteen - van de kerkmeester van de synagoge in Willemsoord.
- Hendrik Wulfling komt met echtgenote Adriana Verkaart en 4 kinderen in 1839 aan; een dochter wordt genoemd bij hoeve 76 van Willemsoord
- Arie van der Wulp komt met de eerste grote groep juni 1820 uit Dordrecht en vestigt zich in Willemsoord, zie hoeve 82.
- Hendrik Johannes van der Wulp komt juni 1821 uit Dordrecht en wordt geplaatst op hoeve 40 van Frederiksoord-2.
Y
- IJde Jans Ydema is een door de subcommissie Harlingen gezonden huisverzorger die juni 1820 terechtkomt in Frederiksoord-2, hoeve 19
Z
- Matthijs Zandwijk uit Oudewater, aankomst 1821, behoort tot de ingedeelden die het tot kolonist brengen, zie hoeve nummer 12 van Wilhelminaoord.
- Mijndert of Meindert Zandwijk is een broer van Matthijs Zandwijk hier boven en net als hij een ingedeelde die later kolonist wordt. Even genoemd bij hoeve 7 van Wilhelminaoord.
- Anthonie Zeeuws (63) en Kornelia Johanna Rase (62) zijn door Rotterdam geselecteerd om vanaf juni 1820 als huisverzorgers te fungeren, Willemsoord hoeve 28
- Coenraad Smeding Zelle is een militaire veteraan die het heeft geschopt tot onderbrigadie van de veldwachters. Tot hij het in Meppel op een zuipen zet.
- Hendrik Zevenbergen (40) en Margaretha Raayen (39) uit Harderwijk, aankomst 28 juni 1820, woning hoeve 71 te Willemsoord
- Hendrik Hendriks Zeylmaker komt juni 1820 vanuit Harlingen naar kolonie Frederiksoord-2, hoeve 42
- Albert Kier van Zijl is een wees- of armenkind dat in 1834 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden
- Tonnis van Zijl is van half 1832 tot begin 1834 de arts van de vrije koloniën. Ik houd bij waar hij op de site opduikt op deze pagina.
- De vrouw van de militaire veteraan van der Zijp treedt op als getuige bij de tuchtraad voor militaire veteranen als een medekoloniste is mishandeld.
- Zomer is GEEN kolonist, maar staat er hier toch bij omdat hij als een van de burgemeesters van Steenwijk een belangrijke ondersteunende rol speelde.
- Februari 1820 reist het gezin van Lodewijk Zorn vanuit Utrecht naar Frederiksoord-2, de uitbreiding van de proefkolonie, zie hier.
- Roelof Zuidema is veertien jaar als hij door de Armbestuurders der Hervormde Gemeente te Groningen in de kolonie wordt geplaatst. Na twee jaar gaat hij er in 1844 vandoor.
- Gijsbert van Zuijlekom wordt in 1821 door de regenten van het Gereformeerd Weeshuis te Delft naar de kolonie gestuurd en blijft er een kleine acht jaar.
- Barbara Johanna Zwaag komt 1820 als ingedeelde uit Dordrecht en wordt ondergebracht op hoeve 82 van Willemsoord
- Jan Zwaan en echtgenote Marijtje Kramer komen 8 juni 1820 uit De Rijp, Jan Zwaan overlijdt snel maar de weduwe blijft wonen Willemsoord hoeve 62
- Een stukje op de site beschrijft het relletje over de dood van de in 1820 in Willemsoord aangekomen kolonist Roelof Zwaan uit Bovenkarspel.
- Johannes Zwak, Jehilla Zwak, Jan Zwak en Janneke Zwak uit Gorinchem komen juni 1820 aan en wonen met hun moeder in Willemsoord (zie hoeve 44).
- Barbara Zwang komt 8 juni 1820 met het grote konvooi uit Dordrecht aan in Willemsoord, evenals haar broers (zie onder). Hoeve 82, zie ook 37 in het stamboek Willemsoord.
- Willem en Adrianus Zwang zijn twee wezen uit Dordrecht die per 8 juni 1820 worden ondergebracht bij een Hoogeveense huisverzorger in Willemsoord (zie hoeve 37).
- Sijtje en Geertje Zwarteveen zijn ingedeelden uit Monnickendam die na een tijdje bij dezelfde huisverzorger wonen. Zie op de Willemsoord-pagina bij hoeve 47.
Van voren heet ze of Maria of Elisabeth, maar hoe dan ook is het een nadeel van achteren Zwendelaar te heten als er een zwendeltje onderzocht wordt.
- Albert Zwier komt 1821 vanuit Enkhuizen in Wilhelminaoord (zie hoeve 32), maar dankzij de trouwzucht van de zoons komen er steeds meer hoeves bij.
- Jan Zwiers komt juni 1820 met de rest van de Hoogeveense afvaardiging en na enig speurwerk blijkt hij zich te hebben gevestigd op hoeve nr 1 van Willemsoord.

Mis je een
persoon?
Gebruik de
zoekmachine