De plannen van Johannes van den Bosch voor de bouw van kolonie 7 in Doldersum, inclusief contract met de aannemer en (hele mooie) bouwtekening

Op 2 december 1822 schrijft Johannes van den Bosch vanuit de kolonie naar Den Haag over zijn plannen voor kolonie 7 in Doldersum. De brief bevindt zich in Drents Archief, toegang 0186 invnr 63 scan 524-525:

Frederiksoord den 2 december 1822

Het model huisje thans te Doldersum vol­bouwd, geheel van steen, voldoet zeer goed, met uitzondering dat het dak twee voeten hoger diende te zijn, de kamers 8 duim bre­der en de schuur vijf voeten langer.
Met deze verbetering voldoen dezelve volkomen aan het oogmerk daar als dan de schuur groot genoeg is om al het koren te kunnen be­vatten en de kelder vrij van vorst bergplaats in de winter verschaft, en zomers voor de botermakerij.
Een zodanig huisje heeft bovendien vier gebindten en is ten minste hondert guldens beter dan die wij tot dus verre gezet hebben.
De hoeveelheid van stenen voor ieder nodig bedraagd 17500 a 18000, het welk dus de middelen om arbeid te verschaffen vermeerdert.
De leverancier der pannen verklaart zich niet ongenegen om zijne leverantie in turf te doen betalen, het welk een nieuw belangrijk voordeel zou zijn.

Met Oosterlo is niets meer te beginnen, hij wordt te oud. 8 woningen door hem ge­bouwd worden opnieuw aan of uitbesteed aan anderen, en de Maatschappij door deze in weerwil van alle aangewende vlijt bedro­gen.
Dezelve zij aan een onophoudelijke reparatie onderhevig.
Trouwens, de nieuwe aannemer heeft aangeboden dezelve voor ƒ450- te zetten.
Ik moet echter daar tegen adviseren uit hoofde dat zelve te ligt zijn en wij alleen die op deze wijze gebouwd hebben omdat wij voor ƒ500- niets beters bekomen konden.
Thans echter daar wij stenen en kalk in overvloed hebben of maken kunnen, is het zaak van deze methode met eene betere te verwisselen.

De nieuwe aannemer heeft zins een jaar in de kolonie gewerkt, bezit alle goede ver­eischtens behalve geld.
Het is derhalve nodig geweest de betaling zo interichten dat de Maatschappij zonder uitstel hem in staat stelde gedurende de winter voort te arbeiden om dat dit veel in de kosten scheeld. Ik stel voor om deze aanbesteeding voor 75 wonin­gen te doen, op het Doldersumsche veld te plaatsen.
Tekening en bestek gaan hier ne­vens.
Een spoedige decisie hieromtrent is van te meer belang, daar anders door de winter de aanvoer van materialen onmogelijk worde en daar door het oog­merk om winter arbeid te bekomen vereidelt worden kon.
Met alle hoogachting heb ik de eer te zijn

UWelEd DWDienaar
J. van den Bosch

P.S. Ik heb niet kunnen invullen de bepalin­gen in artk: 30 de prijs der objecten betref­fende omdat de aannemer absent is en zijne nagelde(?) rekening bij naarkeuring niet in die form geschied is als vereischt word. In­tusschen is dit geene reden om de zaak die dringende spoed vordert niet aftedoen. Valt de vorst in dan is het transport van materia­len onmogelijk en de kosten van bouwen zouden dan merkelijk hoger belopen.

Een bestek zit er niet bij, of hij moet de onderstaande overenkomst met aannemer Hendrik Smid bedoelen, invnr 63 de scans 527-532. Voor mij als niet-bouwkundige is het grotendeels abracadabra, En misschien heb ik daarom ook wel foutjes gemaakt bij de transcriptie.

Voorwaarden op dewelke Hendrik Smit, Mr timmerman te Doldersum, de kolonistenhuizen op kolonie No 7 in het Doldersummer heideveld aanneemt te zetten

Artikel 1
De huizen zullen gezet worden geheel van steen, en wel de voor en agter gevel van een steen tot aan de zolder, en de uitlaten van een halve steen, behalve ter plaatsen waar de kelder komt, alwaar de uitlaat ter dikte van een steen moet gemaakt worden.

Artikel 2
Er zal geen ander hout mogen gebezigd worden als noordsch hout, met uitzondering van het bekleedzel in de uitlatens, zo verre als de kamers strekken van de zolder en van de bedsteede waarvoor inlandsch hout zal kunnen worden gebruikt.

Artikel 3
Het huis zal met beste Woerdsche of Leidsche pannen gedekt worden.

Artikel 4
De lengte van het huis zal zijn binnenwerks 44 voet en 4 duim Amsterdamsche maat of als
het woonvertrek lang veertien en breed dertien voeten -
de kamers en de uitlaten breed zes voeten twee duimen ieder -
de schuur lang binne werks negen en twintig en een half voet alles Amsterdamsche maat volgens tekening en plattegrond bij dit bestek gevoegd.

Artikel 5
De Aannemer ontvangt de steenen der Maatschappij aan de steenoven voor f 5 15 st p duizend, en de kalk voor 15 stuivers de ton aan de kalkoven zullende het laatste artikel ten zijnen gezegde zo na mogelijk bij de kolonie N 7 gebrand worden.

Artikel 6
De fondamenten zullen een voet diep zijn, en voor de voor en agter gevel met een en een half steens, en voor de uitlaten en verder muurwerk met een steens voet aangelegd worden.
Op de veenhoeven zal het veen tot op het zand uitgegraven, en de gaten weder met zand opgevuld worden tot de hoogte van een voet beneden den platten grond.

Artikel 7
De kalk zal zo spoedig mogelijk in de rot gezet worden; zullende de aannemer verpligt zijn dezelve ter helft met zand te vermengen, en wel een gehoopt schepel kalk tegens een gestreken schepel zand.

Artikel 8
De kamer, portaalkast en slaapvertrekken zullen met blaauwe Woerdsche vloeren en zande gevloerd; de kelder zal met baksteenen gestraat worden.

Artikel 9
De kelder zal van binnen aan alle vier de zijden ½ voet van de buiten muuren met een halve steens muur moeten opgemetzeld worden.

Artikel 10
De kelder zal lang zijn elf voeten, breed zes en een half voet, diep twee voeten, en met een een steens muur tot de hoogte van de vlakke grond opgehaald worden.

Artikel 11
De muren van het portaal, kamers, kast en kelder zullen van binnen met half zand en kalk bepleisterd worden; - de scheidmuur tusschen de kamer en de schuur zal daar en boven aan de schuurzijde gevoegd worden
Het verdere muurwerk in de schuur zal met twee delen zand, een deel kalk gepleisterd worden.

Artikel 12
De kousijnen der glazen, in het deurkousijn in de gevel zullen zijn van vier en vijfs vurenhout, de ramen van grene dito

Artikel 13
De kousijnen van de vier binne deuren zullen zijn van drie en vier en de deuren van ¾ voets planken; behalve de deur welke van de keuken naar de schuur gaat, welke van duims hout, en de buiten deur in de voorgevel welke van ¾ voets hout zal zijn.
De kast zal hebben twee deuren tezamen breed vier voeten.

Artikel 14
De luiken zullen van duims hout zijn.
Alle deuren moeten met drie klampen geklampt worden.

Artikel 15
In de voordeur zal een eiken drempel van 9 duim breed, en 3 duim dik gelegt.

Artikel 16
De gebinten en balken zullen zijn van vijf en zeven, en de labellen van 4 en 5-
De schoorsteenmantel zal zijn 4 x 4 in de latighouten(?) waar de schoorsteen op rust.

Artikel 17
De kubelen zullen zijn vijf voet lang

Artikel 18
De gebintplaten zullen zijn van 5 x 7, en de muurplaten 2 en 4

Artikel 19
De latten delen zullen zijn van duims hout en zal tot dezelven volgens in hout  van 1 . 2 Rhijnsch hout kunnen gebezigd worden

Artikel 20
Tot den aanslag der bedsteden, en de onderlagen, zal de aannemer inlandsch hout mogen bezigen, het eerste zal de dikte van een halve duim, en het tweede dat van een duim moeten hebben

Artikel 21
De sporen zijn 20 voet lang en overdwars van onderen op de wortel, de boven einden zal de aannemer tot het spoorwerk der uitlaten mogen bezigen, mits dezelve niet dummer zijn dan drie duim-

Artikel 22
De latten zullen zijn Noordsch vuren duim latten en ¼ duim breed-

Artikel 23
De sporen zullen twee voet en van midden tot midden gemeten van elkander verwijderd zijn, dezelve moeten met kattebalken voorzien worden-

Artikel 24
Tot het kouzijn der deur en de schuur zal de aannemer 3 a 4 noordsch vurenhout bezigen en tot de deur 1 duims vlotdelen.

Artikel 25
De sagobanden zullen zijn van vier duim Jufferhout en evenals de kubelen met zwaluwstaarten in de stijlen ingelaten worden.

Artikel 26
De platen over de gebinten moeten ter diepte van een duim gezwaluwd worden en met een zes duims spijkers in het hoofd gespijkerd worden.

Artikel 27
De sporen moeten boven in het hoofd ieder met twee en veertig ?? gespijkerd worden.
De kattebalk moet aan iedere zijde twee en twintig ?? gespijkerd worden.
De sporen moeten een en veertig ?? op de plaat gespijkerd worden.
De inlaatsporen moeten boven op de plaat der gebindten met een en veertig ??, en onder op de muurplaat met een dertig ?? gespijkerd worden.

Artikel 28
De latten moeten met taaije latspijkers gespijkerd worden.
De deuren moeten met 3 of 4 ?? duikers gespijkerd worden.
De ?? moeten van binnen belegd worden voor het plijsterwerk.

Artikel 29
Aan de voorgevel zullen gebragt worden vier half duims veertien duims lange ijzeren ankers.
De buitendeur zal van een slot voorzien zijn, en het verdere ijzerwerk zal van dezelfde deugdzaamheid zijn als het door gemelde aannemer reeds gebouwde huisje hetwelk wat de deeugdzaamheid der materiaalen en van de arbeid betreft, steeds gerekend word bij deze aanneming en aanbesteding ten grondslag te leggen.
De pannen moeten met kalk gestreken en de voorsten met heide onderlegd en met een zes duims spijker gespijkerd worden.

Artikel 30
Voor ieder 1000 steenen die den aannemer doet transporteren van de steenoven op de plaats, zal hij wekelijksch in mindering van de som voor welke hij de aanneming doet, dertig stuivers kunnen ontvangen.
Voor dertig schepels kalk idem.
Voor ieder deurkozijns dat hij gedurende de winter gereed maakt zal hij ontvangen (opengelaten) guldens
voor ieder vengsterkouzijn (opengelaten)
voor ieder zolderbalk (opengelaten)
voor de 100 pannen voor het dak (opengelaten)
voor planken p. stuk (opengelaten)
wel te verstaan dat alle deze goederen gekeurd en in een bewaarplaats der Maatschappij zullen worden opgeslagen.
Overigens zal de verder bedongen betaling geschieden na aftrek der verschotten bij de voltooijng van ieder huis.

Artikel 31
De som voor ieder huis te betalen zal bedragen vijfhonderdt guldens zonder meer zo dat de Permanente Kommissie met geene uitgaven nog bijbetaling van wat aard te doen heeft, en aan dezelve betaald worden de geleverde steenen tegen vijf guldens en vijftien stuivers de duizend, de kalk tegen vijf stuivers het schepel ongeblust.-
Alles zal overigens verricht worden als goed werk behoordt te zijn.

Artikel 32
De huisjes volbouwd zijnde zullen door een deskundigen daar toe door de Permanente Kommissie te benoemden gekeurd.
Voor die gene die niet over een komstig het bestek gebouwdt zijn zal den aannemer geen geld ontvangen.
Hij zal voorts zes maanden voor dezelve instaan en alle gebreken die zich inmiddels daarin mogte opdoen ten zijne kosten herstellen.

Artikel 33
Ter nakoming van al het boven staande verbind den aannemer zijn perzoon en goederen all na rechte

H: Smid


Bijvoegzel
Op de plattegrond der tekening is aangegeeven waar de kelderdeur moet geplaatst worden, de luiken voor de bedstede, de vengstertjes in de kamers, welk alle zullen worden geplaatst, en in  het bestek begrepen zijn.
Nog is daar i begrepen dat de uitlaten behalve het gedeelte dat tot de schuur behoort, geheel met een   ½ duim planken zullen worden bekleed, en de ruimte tusschen de pannen, en dak bekleedsel, met riet of best rogge strooi zullen worden aangevuld.

H: Smid


Een bouwtekening zit er ook bij en die is heel erg fraai, invnr 63 scan 533. Maar op de brief van Johannes heeft de permanente commissie geschreven, invnr 63 scan 526: 'Eenige bedenkingen den Generaal hierop medegedeeld 12 December. Niet aangenomen'. Normaliter gaat Johannes van den Bosch daar wel tegenin en haalt hij ze over het toch te doen zoals hij wil. Maar of dat in dit geval gelukt is, en of de huisjes dus gebouwd zijn als hier boven en in de bouwtekening aangegeven, dat weet ik niet.