De dreigende ondergang van de koloniŽn in de jaren 1840-1843

Inleiding


Van de onderstaande brief van prins Frederik aan Johannes van den Bosch weet ik helaas, helaas niet meer waar die vandaan komt. Er staat als bronvermelding 'P934', maar dat zegt mij niets. Dus we hebben alleen de inhoud:


'S Gravenhage den 2 january 1841

Ik haast mij hiernevens aan U HoogGeboren terug te zenden, de missive van den Minister van Binnenlandsche Zaken, welke u de goedheid hebt gehad, mij met uwen brief van heden, ter kennisneming te doen geworden, ten einde derzelve door UHGeb ook ter kennis van de overige leden kunnen gebragt worden.

De inhoud van des Ministers missive heeft mijne hoop op het behoud der Maatschappij van Weldadigheid eenigzints doen herleven, en het zal mij aangenaam wezen, nog voor de bijeenkomst der Algemeene Commis≠sie van Weldadigheid, met UHGeb en met den Heer Faber van Riemsdijk over de onderwerpelijke belangrijke aangelegenheid te kunnen spreken.

Welligt vind ik heden avond op het bal bij den Koning gelegenheid, met UHGeb daarom≠trent eenige afspraak te treffen.

Ik ben met de gevoelens van de meeste achting, waarde Generaal

van UHGeb de zeer toegenegen dienaar
Frederik Pr. der Nederlanden