Naar het overzicht
van de POST






Uitleg over de organisatie van de inkomende en uitgaande post van de permanente commissie van 1818 tot en met 1859


De manier waarop de permanente commissie de grote hoeveelheden post beheert valt uiteen in drie tijdperken:
1) Vanaf het begin tot 31 mei 1829.
2) Van 1 juni 1829 tot eind 1847, en
3) Van eind 1847 tot en met 1859.

1) Vanaf het begin tot 31 mei 1829

De ingekomen post zit in de invnrs 48 (maart 1818) tot en met 97 (mei-juli 1829) en scans daarvan zijn online in te zien. Op de achterkant van elke ingekomen brief wordt een korte samenvatting geschreven. Die samenvatting wordt overgenomen in de brievenboeken inkomende post met de invnrs 18 tot en met 20, gevolgd door de invnrs 348 tot en met 351. In die brievenboeken wordt er bij geschreven welke actie er naar aanleiding van een brief ondernomen is.

De ingekomen post ligt in principe op volgorde van de datum dat de brief geschreven is.

De kladjes/concepten van de uitgaande post bevinden zich in de invnrs 352 (1818) tot en met 364 (1e helft 1829). Ze zijn door doorhalingen en curieuze afkortingen vaak moeilijk leesbaar, maar ook op de achterkanten van die concepten worden korte samenvattingen geschreven. Wat er tot 1824 met die samenvattingen gebeurt weet ik niet, maar daarna worden ze overgeschreven in de brievenboeken uitgaande post met de invnrs 926 tot en met 928.


2) Van 1 juni 1829 tot eind 1847

De brievenboeken verdwijnen. In plaats daarvan is er elke dag een 'agenda', waarop de binnengekomen brieven worden ingeschreven met rechts ernaast de actie die er op ondernomen wordt. Dat kan zijn 'in advys', wat betekent dat er op een later tijdstip over besloten wordt of een besluit, wat ook kan zijn het besluit om een brief te schrijven als volgt... en dan volgt de tekst in klad.
Deze agenda's en kladjes uitgaande brieven bevinden zich in de invnrs 365 (juni 1829) tot en met 600 (december 1847).

Af en toe is er een inkomende brief tussen deze agenda's en uitgaande brieven terechtgekomen. Het heeft altijd zin dat even uit te checken.

Maar het grote merendeel van de ingekomen post bevindt zich in de invnrs 97 (mei-juli 1829) tot en met 347 (december 1847) en is online raadpleegbaar. Er staan geen samenvattingen meer op de ingekomen brieven, maar op de meeste is aangetekend wanneer de brief behandeld wordt in de agenda's, zodat het spoor van een kwestie helemaal te volgen is. Vooral omdat de per 1 juni 1829 nieuwe directeur der koloniŽn Jan van Konijnenburg de goede gewoonte heeft slechts ťťn onderwerp per brief te behandelen.

Daarnaast zijn er vanaf half 1829 tot en met 1859 dozen met klappers op de inkomende en uitgaande post, waarbij per onderwerp wordt bijgehouden welke brieven er over dat onderwerp zijn. Er is een doos per jaar, het zijn de invnrs 929 (2de helft 1829) tot en met 953 (1859), maar helaas ontbreken de jaren 1830, 1832, 1833 en 1851. Zie hier voor een voorbeeld van de in die dozen gebruikte rubricering.

De ingekomen post in de online raadpleegbare invnrs ligt op volgorde van de datum waarop de brief geschreven is, maar geleidelijk verandert dat en vanaf ongeveer 1840 liggen de inkomende brieven steeds vaker op de volgorde waarin ze in de agenda's van de uitgaande post behandeld worden. Dat is een voorloper van het nieuwe systeem:


3) Van eind 1847 tot en met 1859

Na 1847 is er geen inkomende post meer. Dat wil zeggen: de ingekomen post wordt bewaard bij de uitgaande post, dus bij de reactie op de ingekomen brief. Het systeem van agenda's per dag blijft gelijk, maar in die agenda's met de kladjes/concepten van uitgaande brieven zitten nu dus ook de ingekomen brieven.

Er wordt wel steeds aangetekend wanneer een kwestie verder behandeld wordt ('zie ook ....' of 'nader ...')  en daarnaast zijn er de dozen met klappers per onderwerp om de boel ietsje overzichtelijker te houden. Het gevolg van deze werkwijze is dat er dossiers over onderwerpen gevormd worden, zodat alle stukken over een onderwerp bij elkaar zitten.

Dit gedeelte is het minst geŽxploreerd, het is ook lastiger er iets te vinden en het valt bovendien niet goed te digitaliseren, omdat de schier onleesbare kladjes er tussen zitten.