Naar het overzicht
van stukken over de CRISIS in 1829





3 februari 1829: Binnenlandse Zaken dringt aan op een verslag en wil een einde aan de ruzie tussen de artsen Sasse en Van der Sluis

Op 3 februari 1829, invnr 95, schrijft het ministerie van Binnenlandse Zaken in de persoon van de Administrateur voor het Armenwezen dat ze zitten te wachten op een verslag van de door de Maatschappij genomen maatregelen. Bovendien sturen ze stukken waaruit blijkt het het allemaal niet beter wordt en dat dokter Sasse niet meer luistert naar de provinciale arts Van der Sluis:


Ik blijf nog steeds van UWel Edele te gemoet zien het nader algemeen verslag van het gene zal verrigt zijn tot wering van de vermoedelijke oorzaken der in het 3e kindergesticht te Veenhuizen ontstane ziekte; welk verslag mij, naar aanleiding van mijnen brief van den 24 December ll, N. 35, is toegezegd geworden, in UWel Edele voorloopig antwoord van den 30e dier maand, N1305.

Intusschen zijn mij door den Heer Gouverneur van Drenthe ingezonden de 3 hierbij gevoegde verslagen van den Heer President der geneeskundige commissie dier provincie, waaruit ik ontwaar dat het getal der zieken wel verre van verminderd te wezen, integendeel schijnt te zijn toegenomen.

Uit des Heeren Gouverneurs brief van den 22 Januarij ll. N14 en deszelfs bijlage zullen UWel Edele ontwaren dat de geneesheer Sasse geweigerd heeft de thans door hem gevolgd wordende wijze van behandeling der lijders aan gemelden Heer president open te leggen, waarom ZWelEdele dan ook verzocht dat die geneesheer daartoe genoodzaakt moge worden.

UWelEdele zullen voorzeker met mij gevoelen van hoeveel belang het voor de maatschappij is; dat men zich verzekerd kan houden, dat de lijders behandeld worden op die wijze, waarvan de beste gevolgen te verwachten zijn; dit belang wordt nog des te grooter, door het toenemen van het getal lijders.

Ik verzoek dus UWelEdele derzelver bijzondere aandacht op deze omstandigheid te vestigen, en aan den Heer Sasse, ten allerspoedigsten, zoodanige voorschriften te geven als aan UWelEdele in de gegevene omstandigheden, het meest doeltreffend zullen toeschijnen, waarbij UWelEdele wel zullen gelieven in het oog te houden, dat de opvolgelijk van vermelden Heer President ontvangene verslagen eene voldoende overtuiging schijnen op te leveren dat ZWelEdele Gestrenge geene andere bedoeling heeft, dan het ophouden van het kwaad voor zoo veel mogelijk, te helpen bevorderen.

Ik  verzoek UWelEdele mij onder terugzending der bijgaande stukken, uwe consideratien omtrent dit punt wel te willen mededeelen, onder kennisgeving van het gene deswegens door UWelEdele zal zijn verrigt geworden, ten einde ik in staat zij den Heer Gouverneur van Drenthe daarover te antwoorden.

De permanente commissie haast zich de administrateur te antwoorden, zie hier, en dokter Sasse te vermanen dat hij Van der Sluis moet gehorzamen, zie hier.