Naar het overzicht
van stukken over de CRISIS in 1829





20 februari 1829: De directeur stuurt een bericht van onderdirecteur Kluvers door dat burgemeester Tonckens twee keer is langsgeweest om het koloniale brood te onderzoeken


Op 20 februari 1829 schrijft directer der koloniën Wouter Visser aan de permanente commissie dat het volgens hem best goed gaat met de gezondheidstoestand op het derde gesticht. Maar hij stuurt ook een bericht mee, invnr 92:


Van de Gestichten te Veenhuizen heb ik ten aanzien van de gezondheid over het algemeen geene ongunstige berigten bekomen. Van het 3e Etablissement in het bijzonder neem ik de vrijheid mij te gedragen aan bijgevoegd staatje, waaruit blijkt dat in de gepasseerde week geene zijn overleden.

Voorts is hierbij gevoegd een brief van den Ond. Dir. Kluvers, houdende kennisgeving van eenige daden van superieuriteit des Heeren Tonckes, in het wegen en onderzoeken van brood te Veenhuizen, waartoe hij zeker zijne hoedanigheid van Burgemeester dienstbaar maakt, en die ons welligt belet zoodanige handelwijze in het vervolg te kunnen tegengaan; hoewel wij anders toch zeker niet als broodverkopers kunnen worden aangemerkt, maar onze gehele inrigting waaronder ook het zoogenaamde verkoopen van brood in de bakkerij, niets anders dan de zaak en huishouding van ééne grote familje is.

Hoe dit ook zijn moge zoude het mij niet onaangenaam zijn van het meer verligt oordeel der Perm. Komm. te mogen vernemen, hoedanig wij ons in diergelijke betrekkingen en voorkomende omstandigheden des noods zouden kunnen of behoren te gedragen.

De Permanente Kommissie zal uit den brief des Ond. Dir. bemerken dat er thans aan het 2e Gesticht zuiver roggebrood wordt gebakken; de reden hier van is, de voorhanden aardappelen aldaar nabij geconsumeerd zijn, en de aanhoudende winter de geregelde aanvoer verhinderd.

Dat hier genoemde en door hem meegestuurde bericht is van de onderdirecteur van het tweede gesticht Jacob Kluvers (zie voor meer over hem hier) die rapporteert over de brood-inspecties door burgemeester Tonckens:


Veenhuizen, 19 Februarij 1829

Ik achte het niet onnodig UweledeleGestr. ter kennis te brengen dat de Heer Tonkens gepasseerde maandag bij mij aan t Gesticht is geweest en zich in de winkel als ook bij de broodverkoopers om t Gesticht heeft onderzoek gedaan na den verkoop tegen de zetting, benevens na het gewigt van het brood, als andersints;

en heeft zich daarna ook na de Broodbakkerij begeven, alwaar ZijnEd wat het gewigt van het brood betrof, geene aanmerking kon maken.

Dan beweerde daarentegen dat hetzelve niet gaar genoeg was uitgebakken en om welke reden hij dingsdag wederom is teruggekomen, om zich nog nader van dit voor Hem vermoedelijke gebrek te verzekeren;

dan niettegenstaande ZijnEd het nu naar zijne gevoelens beter vond, ofschoon nog warm zijnde, heeft ZijnEd een brood verzegeld en meedegenomen;

zeer waarschijnlijk om dit aan het geneeskundig bestuur optezenden;

en met welk oogmerk ZijnEd ook herwaards is gekomen wijl hij papier en touw bij hem had om intepakken;

er zal echter geene reflectie op het brood kunnen worden gemaakt, wijl het van zuiver Rog tans word gebakken en oneindig beter is dan het ordinair Bakkersbrood.

Waarmede met alle agting de eer heb te zijn.
U Wel Edelgestrenge Dienaar,
de Onderdirecteur, J. Kluvers