Naar het overzicht
van stukken over de CRISIS in 1829





8 april 1829: De eerste stappen voor een onderzoek door de drie presidenten van de geneeskundige commissies van drie provincies


De brief waarin de permanente commissie dat voorstel doet, heb ik niet gezien, maar er wordt telkens vermeld dat de permanente commissie zelf is gekomen met het voorstel een onderzoek te laten doen door de drie presidenten van de geneeskundige commissies van Groningen, Drenthe en Overijssel. Op 8 april 1829 schrijft hij daarover aan de permanente commissie, invnr 96:


ís Gravenhage, den 8 April 1829

Ter beantwoording van UWelEd brief van den 26 Maart ll. N. 250, geef ik mij de eer UWelEd, bij deze, te doen geworden, een afschrift van den door mij, op heden, dien ten gevolge, aan de Heeren Gouverneurs der provincien Overijssel, Groningen en Drenthe geschreven brief.

Ik verzoek UWEd van uwe zijde dadelijk den Geneesheer Sasse te gelasten om de Heeren Presidenten der Geneeskundige Commissien van voorz. Provincien al die opgaven en inlichtingen te suppediteren als Hun WelEd: mogten verlangen.

Ten aanzien der laatste zinsnede van mijnen kopielijk hierbij gevoegden brief, welke alleen in den brief aan den Heer Gouverneur van Drenthe is opgenomen, gedrage ik mij aan mijnen brief van heden N. 23 aan UWelEd.

De Administrateur voor de Gevangenissen en het Armwezen

De drie brieven zijn gelijk, alleen bevat die aan Drenthe een laatste alinea die in die aan Groningen en Overijssel niet voorkomt. De brief, incluis laatste alinea aan Drenthe:


ís Gravenhage den 8 April 1829

De omstandigheid dat de in het voorleden najaar, ontstane ziekte, in het 3e gesticht in de Kolonie der Maatschappij van Weldadigheid te Veenhuizen, zich zedert eenigen tijd, na merkbaar afgenomen te zijn geweest, weder heeft verheven, niettegenstaande al het gene reeds aangewend is, tot wering van den verderen voortgang van dit onheil, maakt het tot een gebiedende noodzakelijkheid om een nader onderzoek desgewenst te doen plaats hebben.

Ten dien einde ben ik, op voorstel van de Permanente Commissie der voorschreven Maatschappij te rade geworden de Heeren Gouverneurs der Provincien Overijssel, Groningen en Drenthe te verzoeken zoo als ik de eer heb te doen bij deze, om geneeskundige Commissien in die gewesten uittenoodigen om zich, gezamenlijk, op een door hun over een te komen tijd stip, naar het voorz. gesticht te begeven, om voor zoo veel noodig met overleg van den Geneesheer der gestichten te Veenhuizen Dr. Sasse, een opzettelijk onderzoek te doen omtrent deze zoo belangrijke zaak, zoo wel ten aanzien der geneeswijze, die naar hun inzien met de meeste hoop op eenen goeden uitslag gevolgd zou kunnen worden, als met betrekking tot al het gene verder in het algemeen nog zou dienen te worden aangewend om de vermoedelijke oorzaken van het bewuste onheil te doen ophouden.

De Geneesheer Sasse is aangeschreven om aan de gemelde Heeren Presidenten, alle zoo danige opgaven en inlichtingen mede te deelen, als door Hun WelEd. mogten verlangd worden, terwijl die geneesheer en de Heer President der Commissie van Drenthe, genoegzaam bekend zijn met de reeds successivelijk genomene maatregelen van onderscheiden aard, om de Heeren Presidenten der Overijsselsche en Groningsche Commissien daaromtrent volledig voortelichten.

Ik zal van de bevinding der bewuste Heeren een omstandig verslag inwachten, bevattende tevens hunne voorstellen omtrent het gene er in deze, naar hun oordeel, verder te doen staat, zoo in het belang der maatschappij van Weldadigheid, als in dat der in voorz. gesticht verpleegd wordende Kinderen.

De tegenwoordige is geheel afgescheiden van de tusschen den Heer President van de Geneeskundige Commissie in Uwe Provincie en den geneesheer Sasse ontstane discusie, waartoe laatstelijk betrekkelijk was UHoogEdGestr. brief van den 1 April ll. N1 en waarover ik de Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid heden op nieuw heb onderhouden; mij vleijende dat de bijeenkomst welke, ten gevolge van dezen brief, zal plaats hebben welligt zal dienstbaar zijn tot herstelling eener goede verstandhouding tusschen hun beide.

De Administrateur voor de Gevangenissen en het Armwezen

Voor eensluidend afschrift
De Secretaris Generaal bij het Ministerie van Binnenlandsche Zaken