Naar het overzicht
van stukken over de CRISIS in 1829





25 juni 1829: Het ministerie stuurt de rapporten door, mét begeleidende opmerkingen

Op 25 juni zijn ze op het ministerie klaar met het overschrijven van alle rapporten en gaat alles naar de permanente commissie. Vergezeld van een begeleidend schrijven, waarvan hier slechts fragmenten in transcriptie staan. De toon is wel duidelijk: het ministerie denkt dat ze uit Den Haag naar de kolonie moeten om hun employés op het rechte pad te brengen. Invnr 97:


(...)

UwelEd zullen voorzeker opmerken, dat die stukken veel licht verspreidende oor(?) bijzonderheden behelzen, die mij tot hiertoe onbekend waren gebleven, zij zijn mij toegeschenen allergewigtigst te zijn...

(...)

Volkomen aan Uwe beoordeling overlatende welke de geschiksten weg zijn zal om het te doene onderzoek op eene doeltreffende en aan het gewigtig oormerk beantwoordende wijze in te stellen, vermeen ik alleen aan UwelEd te moeten doen opmerken dat de verslagen vele punten bevatten, die door eene briefwisseling tussen UwelEd en de beambten der kolonien niet wel met die zekerheid opgehelderd schijnen te kunnen worden, welke noodig is om de vaste overtuiging te verwerven, dat al het mogelijke in het werk gesteld wordt, om alle misbruiken niet slechts stellig te constateren, maar ook dadelijk te doen ophouden.

Bij de lezing van de bewuste verslagen, heb ik mij wel herinnerd al hetgene UwelEd mij reeds vroeger gemeld hebben over de vermoedelijke oorzaken der scherpheid van de rapporten van den Heer Burgemeester der gemeente Norg, in de onderhavige zaak, en ik kan mij dus wel verbeelden dat diezelfde oorzaken ook bij de door hem aan de Heeren Gecommitteerden gegevene berigten van eenigen invloed zullen geweest zijn, maar ik mag toch uit hoofde van het belang der zaak niet ontveinzen dat zoo wel de onophoudelijke terugkoming van dien burgemeester op zijn klagten, als de toon waarin dezelve gesteld zijn, niet wel schijnen te kunnen doen veronderstellen dat hij ten deze alleen door hatelijke gevoelens en niet ook eenigzins door overtuiging geleid zou worden.

Wanneer dus het door UwelEd te doen onderzoek op eene andere dan enkel schriftelijke wijze plaats heeft, dan zal hieromtrent welligt ook voor UwelEd zelve nadere opheldering daaruit voort vloeijen.

Ik zal zoo spoedig het belang der zaak zulks mogelijk maakt, een verslag van UwelEd tegemoet zien, over hetgene ten gevolge dezes zal verrigt zijn, waarin ik de onderscheidene in de nevensgaande rapporten voorkomende punten alleen en in dezelfde volgorde behandeld wensch te zien, ten einde onder 's Konings oog gebragt te kunnen worden, als hebbende Zijne Majesteit zich naar den stand der onderhavige zaak reeds opzettelijk geinformeerd.