Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Notulen van het verhandelde door den kleinen raad, gedurende de maand April 1830


Zaturdag 3 April 1830

Verschenen voor denzelven:

1. Pompe, van kol 2, verzoekende met verlof te mogen gaan naar Wassenaar.
Is toegestaan.

2. Vrouw Range, van kol 2, verzoekende verlof naar Amsterdam ten einde hare familie te bezoeken.
Is toegestaan.

3. Klaas Slot, zoon van den kolonist Slot van kol 1, verzoekende voor vier dagen verlof naar Groningen.
Is toegestaan.

4. Dirk Scholten, van kol 1, verzoekende voor 8 dagen verlof naar Arnhem.
Is uitgesteld om de veelheid des werks.

5. Wiederholt, van kol 2, verzoekende voor 14 dagen met verlog te gaan naar Amsterdam, tot het bezoeken zijner familie.
Is uitgesteld om de veelheid des werks.

6. Ragius, van kol 3, verzoekende dat weeer van hem afgenomen mogte worden, den onlangs bij hem ingedeelden, ongelukkigen Jacob de Vos, die geduriglijk buitengewone toevallen krijgt.
Is beloofd dezen man, bij de eerste gelegenheid te verplaatsen.

7. Vrouw Visser, van kol 1, te kennen gevende dat haar vader en moeder en een harer kleinkinderen te Grootebroek overleden waren, verzoekende voor 14 dagen derwaards te gaan.
Is toegestaan.

8. Vrouw Spoelstra, van kol 2, verzoekende om eenen ingedeelden wees, daar de hunne Gerrit Runia vertrokken was.
Is goedgevonden bij dit huisgezin te plaatsen den wees Jan Grosman, tegenwoordig bij Thomas Baas, die geenen wees noodig heeft, en verzoekt van denzelven ontslagen te worden.

(w. get.) J.H. van Wolda


Zaturdag den 10e April

Verschenen op heden:

1. Klaas van Haften, van kol 2, verzoekende voor 4 dagen met verlof te gaan naar de Ommerschans tot het bezoeken zijner familie.
Is toegestaan.

2. Jan Patarellij, van kol 3, verzoekende voor 14 dagen verlof naar Rotterdam, om zich aldaar te verhuren.
Is toegestaan.

3. Vrouw Letterie, van kol 2, verzoekende voor 5 dagen verlof, naar de Ommerschans om hare ouders te bezoeken.
Is toegestaan.

4. Grondhout, van kol 1, verzoekende voor 14 dagen verlof te mogen hebben naar Dordrecht, teneinde orde op zijne zaken te stellen, voor zijn aanstaande ontslag.
Is afgeraden, wijl men van dit ontslag nog zo weinig weet.

5. Jacobus Westhoff, van kol 2, huishoudende met zijnen ouden vader, die wederom tot de kindschheid is teruggekeerd, verzoekende eene huishoudster, daar zijne zuster de kolonie dezer dagen heimelijk verlaten heeft.
De kleine raad zal zorgen zoo mogelijk hier eene meid te plaatsen.

6. Jan Bakker, van kol 1, verlangende 8 dagen te gaan naar Enkhuizen, tot het in orde brengen en vereffenen eener erfenis van zijne overledene zuster voor eenige dagen in Midwoud gestorven.
Is toegestaan.

7. Limbroek van kol 1, verzoekende om de kleedingsstukken, welke hem volgens zijn tegoed van het vorige vieredeel jaar, nog toekomen voor 5:10 alsmede om daarenboven nog het allernoodigste te mogen ontvangen.
Is nagegaan wat er behoefde, en zal hem de behoefte heden verstrekt worden.

8. Vrouw Bijsterveld, van kol 2, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Gorcum, tot het bezoeken van hare familie.
De vrouw is voor 3 jaren en de man deze winter naar Holland geweest. Is toegestaan.

9. Zoutebier van kol 1, verzoekende eenige kleeding voor de bij hem ingedeelde weezen.
Is besloten den Onderdirecteur dier kolonie, de behoefte aan kleeding aldaar te doen opnemen, en het benoodigde te verstrekken.

(get.) J.H. van Wolda secr.


Zaturdag 17 April 1830

Verschenen op heden:

1. Vrouw van Putten van kol 3, verzoekt voor 8 dagen verlof naar Kampen.
Is toegstaan.

2. Vrouw Bolkensteijn van kol 3, verzoekt verlof naar Amsterdam voor 14 dagen.
Is toegestaan.

3. Frederik Kleizing, zoon van den kolonist Kleizing, verzoekt voor drie maanden verlof naar de Beemster, ten einde aldaar te gaan dienen.
Is toegestaan.

4. Hagedoorn van kol 2, verzoekt verlof voor zijne vrouw, naar 's Gravenhage, voor 14 dagen.
Is toegestaan.

5. Vrouw de Vries, van kol 2 (Doldersum), verzoekende dat haar man, voor 14 dagen met verlof mag gaan naar Amsterdam, tot het geven van zijn toestemming ter voltrekking van het huwelijk zijner dochter.
Is toegstaan.

6. Neeltje Hoed, van kol 2, oud 18 jaren, door het overlijden van haar ouders, voor eenige dagen, wees geworden, verzoekende haar ontslag van de kolonie, tot het gaan dienen te Zaandam, in de nabijheid van haren oom Reinier de Jong.
Zal aan den Heer Directeur worden voorgedragen.

7. Harm Mooi van kol 2, verzoekende de vrijheid om buiten de kolonie te mogen werken, en wel in de turfgraverij van Kiers. Het huisgezin kan bestaan zonder de verdiensten van dezen zoon.
De Onderdirecteur der kolonie en de Secretaris van den Raad, zijn er voor om hem zijn verzoek tegen den 1e Mei aanstaande toe te staan; Schuurer insgelijks, doch met de bepaling dat Harm Mooi niet bij zijne ouders zal mogen blijven inwonen. De Adjunct-Directeur is van gevoelen, het geheel te weigeren, als strijdende tegen het besluit van de Permanente Commissie.
Zal gevraagd worden aan den Heer Directeur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Directeur afgekeurd, zoo wel als die onder no 12 voorkomende.


8. Vrouw Mulder van kol 2, verzoekende voor 14 dagen met verlof te gaan naar Haarlem, tot het bezoeken harer familie.
Is toegestaan.

9. Vrouw Clinge van kol 2, verzoekende voor 14 dagen met verlof naar Amsterdam te gaan, tot het bezoeken harer kinderen.
Is toegestaan.

10. Vrouw Goossens, van kol 2, vragende verlenging van verloftijd voor hare dochter Geertje, die reeds 6 maanden dienstbaar is te Havelte.
Kan niet verlengd worden, waarop de moeder het ontslag van de kolonie vraagt voor hare gemelde dochter.

11. Vrouw Boddendijk van kol 2, verzoekende voor 8 dagen met verlof te gaan naar Amsterdam tot het bezoeken harer kinderen en verdere aanverwanten.
Is toegestaan.

12. Vrouw Marinus, van kol 2, verzoekende dat haar zoon Roelof, oud 20 jaren, gedurende eenigen tijd, bij de kolonie mogt turfgraven, bij de wed. Hulst.
Zie het besluit en de vraag bij no 7.

13. Bouke Faber, van kol 3, verzoekende dat zijne dochter Sijke, die verleden herfst ontslagen is, wederom als koloniste mogt worden aangenomen, daar het meisje anders zeer ongelukkig was en ligtelijk dwalen zoude.
De Kleine Raad vindt daarin geene zwarigheid zoo zulks toegestaan kan worden. Besloten gunstig voor te dragen.

14. van Helten, van kol 3, verzoekende de vrijheid om zijne dochter Hendrika Wilhelmina voor 3 maanden op de poroeg te mogen laten dienen te Amsterdam.
Is toegestaan.

(was get.) J.H. van Wolda, secr.
 


Zaturdag 24 April 1830

Verschenen voor den Raad:

1. Vrouw Folkering, van kol 2, verzoekende verlof naar Rotterdam om haren vader te bezoeken.
Is veertien dagen uitgesteld.

2. Grietje Budde, ingedeelde bij de wed. Moen, verzoekende verlof naar Nieuwendam, nadat zij een permissiebillet van den Burgemeester dier plaats vertoond had.
Is toegestaan.

3. Vrouw van Olphen van kol 2, verzoekt verlof naar 's Gravenhage, ten einde hare moeder te bezoeken.
Is toegestaan.

4. Johanna Spel. dochter van Jan Spel, oud 17 jaren, van kol 3, verzoekende verlof voor drie maanden om te gaan dienen te Kuinre.
Is toegestaan.

5. Johanna de Plot, dochter van de wed. de Plot van kol 1, verzoekende verlof voor drie maanden om te gaan dienen bij den Predikant te Havelte.
Is toegestaan.

6. Vrouw Hentz van kol 1, verzoekende verlof naar Amsterdam, voor veertien dagen, om hare familie te bezoeken.
Is toegestaan.

(was get.) J.H. van Wolda, secr.


Voor copie conform
De secretaris van de kleinen Raad
J.H. van Wolda