Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Notulen van het verhandelde door den kleinen raad gedurende de maand augustus 1830


Zaturdag 7 Augustus 1830

Verschenen:

1. van der Korst, van kol 2, verzoekende voor 8 dagen met verlof te gaan naar Zwolle, om, zoo mogelijk, zijne pensioenacte terug te halen.
Is toegestaan.

2. Geijtenbeek van kol 3, voor 8 dagen naar Lisse, om zijne te goed hebbende gelden te ontvangen.
Toegestaan, tegen den 13e dezer.

3. van Putten van kol 3, voor 14 dagen naar Leyden.
Uitgesteld.

4. Marinus van Luipen, van kol 3, voor 14 dagen naar Maassluis, tot het bezoeken zijner aanverwanten.
Uitgesteld, omdat deze jongen weinig verdient en slecht ten school gaat.

5. Brinkman, van kol 3, verzoekende dat de verdiensten zijns huisgezins, niet naar het nieuwe tarief, maar op den ouden voet uitbetaald mogt worden, daar hij zwaar moest werken  en thans te weinig ontving.
De kleine raad heeft hem geantwoord, dat zij niet in staat was, in de wijze van uitbetaling eenige verandering te maken.

6. Abraham de Haan, zoon des boekhouders der bakkerij, verlangende voor 14 dagen met verlof naar Haarlem te gaan.
Toegestaan.

7. Vrouw Hoffman, van kol 1, voor 14 dagen naar Amsterdam.
Toegestaan.

8. Antonia Meyer, bestedeling bij Kleinman in kol 1, verzoekende te mogen dienen bij den opziener der veenderijen, J. Drijver, te Veenhuizen
Is toegestaan, voorloopig voor 3 maanden.

9. Cornelis Nicolaas Goudsblom, ingedeelde bij de wed. Gunter, hebbende toestemming zijner Commissie, en verzoekende met verlof te gaan naar Alkmaar.
Toegestaan.

10. Vrouw Nienkemper, van kol 1, verzoekende:
a. vijf gulden te ontvangen boven hetgene uitbetaald wordt, ten einde reisgeld te hebben voor haar verlofgaan, dat zij
b. vraagt, voor haar en haar jongste dochtertje naar Dordrecht.
De kleine raad heeft het 1e geweigerd, en het 2e toegestaan, zoodra zij het noodige reisgeld bijeen zal hebben.

11. van der Wulp, en
12. Heintz, van kol 1, verzoekende verandering in de tegenwoordige wijze van uitbetaling, daar zij te voren ieder ƒ 2,15 genoten en nu, naar het nieuwe tarief, slechts ƒ 1,20 en ƒ 1,60 ontvangen hadden.
De kleine raad heeft ook hun geantwoord, daaraan niets te kunnen veranderen.

((NB: De klachten over uitbetaling zullen te maken hebben met het besluit van 12 juli 1830: 'Nieuw tarief voor de inhouding van de verdiensten der gewone kolonisten.'))

(get.) J.H. van Wolda secr.


Zaturdag 14 Augustus 1830

Verschenen:

1. Mollevanger van kol 1, voor 14 dagen naar Alkmaar, met zijnen oudsten zoon.
Toegestaan voor hem alleen.

2. Vrouw de Braun, van kol 2, naar Deventer, tot het bezoeken harer familie, met haren zoon.
Toegestaan, voor haar alléén, voor den zoon niet.

3. van der Lugt,
4. van den Berg, en
5. de wed. Groen van kol 1, naar Vlaardingen.
Is toegestaan.

6. Hendrik Doodhagen, van kol 1, naar Zuid Beyerland, tot het bezoeken zijns ooms.
Is 4 weken uitgesteld.

7. De Ruiter, van kol 1, naar Axel, waar zijne toestemming tot het huwelijk van een zijner kinderen vereischt wordt.
Is toegestaan.

8. Isaac Joh. Kok, van kol 3, naar Rotterdam, tot het bezoeken zijnen familie.
Is 4 weken uitgesteld.

9. Neeltje Groenewoud, van kol 3, verzoekende om met verlof te gaan naar Monnikendam.
Is toegestaan.

10. Atsma, van kol 3, verzoekende zulks voor zijne vrouw naar Sneek.
Is toegestaan.

11. Verra, van kol 2, voor 12 dagen naar Leyden, zijn vader was gestorven.
Toegestaan.

12. Helena Beun, van dezelfde kolonie, insgelijks naar Leyden.
Toegestaan.

13.  Vrouw Kruid, van kol 2, naar Leyden.
Toegestaan.

14. van Olphen, van kol 2, naar 's Gravenhage, om zijnen vader te bezoeken.
Is uitgesteld.

15. Vrouw Wijhl, van kol 1, naar Amsterdam, om haren vader te bezoeken.
Is toegestaan.

16. Wilhelmina van der Wulp, van kol 1, op verzoek harer ouders, naar Dordrecht, tot het bezoeken harer aanverwanten.
Is toegestaan.

(get.) J.H. van Wolda secr.



Zaturdag 21 Augustus 1830

Verschenen:

1. Kleijzing, van kol 3, verzoekende
a. het 2e driemaandelijks verlof voor zijnen zoon Frederik, die op de proef dienstbaar is in de Beemster;
b. een 14 daags verlof voor zijne vrouw, om derwaards te gaan.
Is toegestaan.

2. Elisabeth van Waveren, bestedeling bij Jacobs, kol 2, vertoonende een toestemmingsbrief van hare besteders, verzoekende voor 14 dagenmet verlof te gaan naar Monnikendam.
Is toegestaan.

3. Leonhardt, van kol 2, voor 14 dagen naar den Haag, om de familie zijner vrouw te bezoeken.
Is toegestaan.

4. Wiederholt, van kol 2, voor 14 dagen naar Amsterdam, als boven.
Is toegestaan.

5. Le Loux, van kol 1, voor 14 dagen naar Vaassen.
Is uitgesteld.

6. Vrouw Gerritsma, van kol 2, 5 dagen naar Sneek.
Is toegestaan.

7. Vrouw Jansen Meij, van kol 1, verzoekende, dat hare dochter Mietje, voor 14 dagen met verlof mogt gaan naar Amsterdam.
Is toegestaan.

8. Laverman, en
9. Vrouw van der Kooij, van kol 3, naar Leeuwarden.
Is toegestaan.

(get.) J.H. van Wolda secr.



Zaturdag 28 Augustus 1830

Verschenen:

1. Zoutebier, van kol 1, verzoekende verlof naar 's Gravenhage, om aldaar naar een legaat, hetwelk op zijne vrouw geweest was, te onderzoeken.
Is uitgesteld.

2. Hendrik Dammers, zoon van den kolonist Dammers, in kol 2, verzoekende verlof naar Amsterdam voor den tijd van 14 dagen.
Is toegestaan.

3. Bolkensteijn, van kol 3, voor 14 dagen naar Amsterdam.
Is toegestaan.

4. Vrouw Grolléé, verzoekende 14 dagen verlof voor haar oudsten zoon naar Amsterdam.
Is toegestaan.

5. Vrouw Walters, van kol 3, verzoekende voor 14 dagen verlof naar Amsterdam.
Is toegestaan.

6. Jan Jaspers, van kol 3, verzoekende voor 14 dagen verlof naar Leyden.
Is 8 dagen uitgesteld.

7. van der Palm, van kol 2, verzoekende 14 dagen verlof naar Amsterdam.
Is toegestaan.

8. Vrouw Mommers, van kol 2, verzoekende voor 14 dagen verlof naar Rotterdam voor haren zoon Jan.
Is toegestaan.

9. Vrouw Kok, van kol 3, verzoekende voor 14 dagen verlof voor haren zoon naar Rotterdam.
Is toegestaan.

10. de Wed. Dekker, van kol 2, verzoekende verlof naar Ter Veere (provincie Zeeland), voor den tijd van 14 dagen.
Is toegestaan.

11. Vrouw Schnoor, van kol 2, verzoekende verlof naar Tiel (provincie Gelderland), om aldaar hare moeder te bezoeken.
Is uitgesteld.

12. Vrouw IJdema, van kol 1, verzoekende voor 14 dagen verlof naar Harlingen.
Is toegestaan.

13. Johannes Beekman, en Sjoukje Zandbergen, ingedeelde in kol 3, bestedelingen van Dokkum, verzoekende verlof naar gemelde stad, terwijl zij tevens een permissiebillet van hunne besteders vertoonen.
Is toegestaan.

(get.) J.H. van Wolda secr.


Voor copie conform
De secretaris van den kleinen raad
J.H. van Wolda