Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Notulen van het verhandelde bij den kleinen raad in de gewone kolonien gedurende de maand November 1834



Zaturdag den 1 November 1834

Alleen zijn tegenwoordig de Adjunct-Directeur, de onderDirecteur Bersma en de secretaris, hebbende de onderDirecteur Faaken kennis gegeven van zijn achterblijven.

Art. 1. Voorstellen, verzoeken en klagten van kolonisten

Verschenen zijn

J.B. Meijer, van kol no 1, verzoekt om met verlof te gaan naar Kampen, voor den tijd van vier dagen.
Is toegestaan.

Art. 2. De onderDirecteur Schuurer komt binnen.

Art. 3. Verder komt binnen:

Jenske Slenger, van kol no 3, verzoekende met verlof te gaan naar Heerenveen, voor den tijd van acht dagen.
Is toegestaan.

Art. 4. Zijn ingekomen de mestrapporten van de verschillende kolonien van deze week, welke bevonden zijn als volgt:
Kol 1. Geene aanmerkingen.
Kol 2. de Vries het achterstallige nog niet bijgewerkt, voor het overige geene aanmerkingen.
Kol 3. Geene aanmerkingen.

Verder zijn ingekomen de ontbrekende rapporten van de vorige week, waarop niets is aan te merken.

Art. 5. Zijn ingekomen de lijsten der afwezig geweest zijnde schoolkinderen van de vorige week en bevonden dat er geen brood is behoeven ingehouden te worden. Dezelve zullen aan den Adjunct-directeur voor het schoolwezen worden gezonden. Die van deze week ingekomen, beoordeeld en aan den Onderdirecteurs afgegeven ter beboeting.


Zaturdag den 8 November 1834

Alle leden zijn tegenwoordig, met uitzondering van den onderDirecteur Schuurer, welke geen kennis heeft gegeven van zijn achterblijven.

Art. 1. Voorstellen, verzoeken en klagten van kolonisten

Verschenen zijn

Matteman, van kol no 3, verzoekt verlof voor zijnen zoon, Samuel, om naar Amsterdam te gaan voor den tijd van veertien dagen.
Is geweigerd, in aanmerking nemende, dat de zoon nog geen 14 jaren oud is, en dus te jong om alleen te reizen. 

Art. 2. De onderDirecteur Schuurer komt binnen.

Art. 3. Verder komt binnen:

P. Mulder, zoon van den wijkmeester Mulder, van kol no 1, verzoekt om met verlof te gaan naar Gorinchem, voor den tijd van acht dagen.
Is toegestaan.

J. Molenwijk, van kol no 1, verzoekt om met verlof te gaan naar Haarlem, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

J.H. Boersma, van kolonie no 2, verzoekt om met verlof te gaan naar Collum, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Bakema, van kolonie no 1, verzoekt om met verlof te gaan naar Groningen, voor den tijd van acht dagen.
Is toegestaan.

Wed. Lutgering, van kolonie no 3, verzoekt eene verlofpas voor hare dochter Grietje, oud 19 jaren, voor den tijd van drie maanden, om te gaan dienen te Wolvega.
Is toegestaan.

Art. 4. Zijn ingekomen de mestrapporten van de verschillende kolonien van deze week, welke bevonden zijn als volgt:
Kol 1. Geene aanmerkingen.
Kol 2. Het rapport van Molekamp niet ingekomen; op de ingekomene geene aanmerkingen.
Kol 3. Geene aanmerkingen.

Art. 5. Zijn ingekomen de lijsten der afwezig geweest zijnde schoolkinderen van de vorige week en bevonden dat er geen brood is behoeven ingehouden te worden. Dezelve zullen aan den Adjunct-directeur voor het schoolwezen worden gezonden. Die van deze week ingekomen, beoordeeld en aan den Onderdirecteurs afgegeven ter beboeting.


Zaturdag den 15 November 1834

Alle leden zijn tegenwoordig.

Art. 1. Voorstellen, verzoeken en klagten van kolonisten

Verschenen zijn

P. van der Wind, van kolonie no 3, verzoekt om met verlof te gaan naar Vlaardingen voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

W. Kroese, van kolonie no 3, verzoekt met verlof te gaan naar Harlingen voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Leendert Houtman, van kolonie no 3, verzoekt met verlof te gaan naar 's Gravenhage voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Art. 2. Zijn ingekomen de mestrapporten van de verschillende kolonien van deze week, welke bevonden zijn als volgt:
Kol 1. Geene aanmerkingen.
Kol 2. Geene aanmerkingen.
Kol 3. Geene aanmerkingen.

Art. 3. Zijn ingekomen de lijsten der afwezig geweest zijnde schoolkinderen van de vorige week en bevonden dat er geen brood is behoeven ingehouden te worden. Dezelve zullen aan den Adjunct-directeur voor het schoolwezen worden gezonden. Die van deze week ingekomen, beoordeeld en aan den Onderdirecteurs afgegeven ter beboeting.


Zaturdag den 15 November 1834

Alle leden zijn tegenwoordig.

Art. 1. Voorstellen, verzoeken en klagten van kolonisten

Verschenen zijn

Wed. Lutgering, van kolonie no 3, verzoekt eene verlofpas voor hare dochter Geertje, oud 22 jaren, voor den tijd van drie maanden, om te gaan dienen te Zuidveen.
Is toegestaan.

Vrouw Hoomoed, van kolonie no 3, verzoekt verlof voor haren man, om naar 's Gravenhage te gaan, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Art. 2. Zijn ingekomen de mestrapporten van de verschillende kolonien van deze week, welke bevonden zijn als volgt:
Kol 1. Geene aanmerkingen.
Kol 2. Geene aanmerkingen.
Kol 3. Geene aanmerkingen.

Art. 3. Zijn ingekomen de lijsten der afwezig geweest zijnde schoolkinderen van de vorige week en bevonden dat er bij de Wed. Hoofien, Cohen, Wed. Wibier, Oostendorp, Zeeuws, Wed. de Karper, Hartog, Lodewijk, Kuiper, Wedolfs, Kleinee, Voogd en Van Embden, ieder drie Nederlandse ponden brood zijn ingehouden.
Dezelve zullen aan den Adjunct-directeur voor het schoolwezen worden gezonden. Die van deze week ingekomen, beoordeeld en aan den Onderdirecteurs afgegeven ter beboeting.


Zaturdag den 22 November 1834

Alle leden zijn tegenwoordig.

Art. 1. Voorstellen, verzoeken en klagten van kolonisten

Verschenen zijn

Jan Milard, van kolonie no 1, verzoekt om met verlof te gaan naar Utrecht, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Hendrik Raaphorst, van kolonie no 1, verzoekt om met verlof te gaan naar Leyden voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Art. 2. Zijn ingekomen de mestrapporten van de verschillende kolonien van deze week, welke bevonden zijn als volgt:
Kol 1. Geene aanmerkingen.
Kol 2. Brada geen mest gemaakt, voor het overige geene  aanmerkingen.
Kol 3. Geene aanmerkingen.

Art. 3. Zijn ingekomen de maandelijksche opgaven van den staat des werks om en bij de huizen, welke bevonden zijn als volgt:
Kol 1. Geene gebreken.
Kol 2. Geene  gebreken.
Kol 3. Geene gebreken.

Art. 4. Zijn ingekomen de lijsten der afwezig geweest zijnde schoolkinderen van de vorige week en bevonden dat er bij Klaassen, van Jeveren, Faber, Bolkenstein, Oostendorp, Karper, van der Weert, Bremer en den Ouden, ieder drie Nederlandse ponden is ingehouden.
Dezelve zullen aan den Adjunct-directeur voor het schoolwezen worden gezonden. Die van deze week ingekomen, beoordeeld en aan den Onderdirecteurs afgegeven ter beboeting.


Voor eensluidende afschriften
De secretaris van den Kleinen raad
T.H.P. van Marle