Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Notulen van het verhandelde bij den kleinen Raad in de gewone Kolonien gedurende de maand Juny 1836



Zaturdag den 4 Juny 1836

Alle leden zijn tegenwoordig, met uitzondering van den OnderDirecteur Schuurer, welke geen kennis heeft gegeven van zijn achterblijven.

Art. 1 Voorstellen, verzoeken en klagten van kolonisten

Verschenen zijn:

De vrouw van Cornelis de Vries van kolonie no 3, verzoekt om met verlof te gaan met haern zoon Klaas, naar Purmerende, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Donker van kolonie no 3, verzoekt met verlof te gaan naar Utrecht voor den tijd van veertien dagen.
Is geweigerd, daar er, buiten den man, volstrekt geen verdiensten in het huisgezin zijn.

Frederik Smit van kolonie no 1, verzoekt om met verlof te gaan naar Rotterdam voor den tijd van veertien dagen.
De Raad oordeelt dit verzoek te moeten weigeren, daar hij wel eenen brief van zijnen grootvader, doch geene van zijnen besteders kan vertoonen.

Christiaan K?? van kolonie no 1, verzoekt om met verlof te gaan naar Haarlem voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Art 2. Komt in, eenen brief van den onderdirecteur Schuurer, van den inhoud,  dat hij niet in den Raad kan verschijnen.


Art 3. Zijn ingekomen de mestrapporten van de verschillende kolonien van deze week, welke bevonden zijn, als volgt:
kol 1. De Ruiter en Reinbergen geen mest gemaakt, voor het overige geen aanmerkingen. De onderdirecteur wordt last gegeven om zorg te dragen, dat het achterstallige in de volgende week wordt bijgewerkt.
Kol 2. Geen aanmerkingen.
Kol 3. Atsma, Kok en Poosener het achterstallige van vorige weken nog niet bijgewerkt. De onderdirecteur zal last gegeven worden zorg te dragen, dat het achterstallige in de volgende week wordt bijgewerkt.

Art 4. Zijn ingekomen de lijsten der afwezig geweest zijnde schoolkinderen van de vorige week en bevonden, dat er geen brood is behoeven te worden ingehouden. Dezelve zullen aan den Adjunct Directeur voor het schoolwezen worden gezonden.
Die van deze week ingekomen en aan den Onderdirecteurs afgegeven ter beboeting.


Zaturdag den 11 Juny 1836

Alle leden zijn tegenwoordig, met uitzondering van den OnderDirecteur Schurer, welke geen kennis heeft gegeven van zijn achterblijven.

Art. 1 Voorstellen, verzoeken en klagten van kolonisten

Verschenen zijn:

van der Kooi van kolonie no 3, verzoekt om met verlof te gaan naar Leeuwarden voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

van Jeveren van kolonie no 3, verzoekt om met verlof te gaan naar Rotterdam voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

A. Donker van kolonie no 3, verzoekt om met verlof te gaan naar Utrecht voor den tijd van veertien dagen, om zijn vrouws vader te bezoeken.
Is toegestaan.

Vrouw Schoor van kolonie no 2, verzoekt een verlofpas voor hare dochter Engel Elisabeth, oud 18 jaren, voor den tijd van drie maanden, om te gaan dienen te Amsterdam.
Is toegestaan.

Vrouw Heyter(?) van kolonie no 3, verzoekt om met verlof te gaan naar Amsterdam voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Vrouw Bolletje van kolonie no 3, verzoekt om met verlof te gaan met hare dochter Keetje naar Amsterdam voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Vrouw Wijhl van kolonie no 3, verzoekt om met verlof te gaan naar Gouda voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Vrouw van den Berg van kolonie no 1, verzoekt om met verlof te gaan met hare dochter Jansje, naar Vlaardingen voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

De Kruif van kolonie no 3, verzoekt een verlofpas voor zijne dochter Jannetje, oud 20 jaren, voor den tijd van drie maanden, om te gaan dienen te Utrecht.
Is toegestaan.

Art 2. De onderdirecteur Schurer komt binnen.

Art 3. Zijn ingekomen de mestrapporten van de verschillende kolonien van deze week, welke bevonden zijn, als volgt:
kol 1. Reinbergen het achterstallige bijgewerkt; de Ruiter het achterstallige nog niet bijgewerkt, Cohen  en Snijder geen mest gemaakt. De onderdirecteur wordt last gegeven, om zorg te dragen, dat het achterstallige in de volgende week wordt bijgewerkt.
Kol 2. Geen aanmerkingen.
Kol 3. Atsma het achterstallige bijgewerkt; Kok en Poosener nog niet bijgewerkt, verder geene aanmerkingen. De onderdirecteur wordt last gegeven om zorg te dragen, dat het achterstallige in de volgende week wordt bijgewerkt.

Art 4. Zijn ingekomen de lijsten der afwezig geweest zijnde schoolkinderen van de vorige week en bevonden, dat er bij Volgering en de wed. van der Walle ieder drie Nederlandse pond brood is ingehouden. Dezelve zullen aan den Adjunct Directeur voor het schoolwezen worden gezonden.
Die van deze week ingekomen en aan den Onderdirecteurs afgegeven ter beboeting.



Zaturdag den 18 Juny 1836

Alle leden zijn tegenwoordig.

Art. 1 Voorstellen, verzoeken en klagten van kolonisten

Verschenen zijn:

Boas van kolonie no 3, verzoekt verlof voor zijne vrouw, voor den tijd van veertien dagen, om naar Amsterdam te gaan.
Is toegestaan.

Vrouw Hoomoed van kolonie no 3, verzoekt om met verlof te gaan met hare dochter Naatje, voor den tijd van veertien dagen, naar 's Gravenhage.
Is toegestaan.

Pieter Hartog van kolonie no 3, verzoekt om met verlof te gaan naar Breda, voor den tijd van veertien dagen.
Is geweigerd, omdat hij bij het vaartgraven werkzaam is en daarbij niet gemist kan worden.

Vrouw Impijn van kolonie no 2, verzoekt om met verlof te gaan met hare dochter ??, naar Haarlem, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Vrouw van der Sluis van kolonie no 2, verzoekt om met verlof te gaan naar Utrecht, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Vrouw de Vries van kolonie no 2, verzoekt om met verlof te gaan met haar kind, naar Amsterdam, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Bernardus Smit en Adriana Dirksen, beide van kolonie no 2, verzoeken om met verlof te gaan naar Utrecht, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan, daar zij de toestemming hunner besteders vertoond hebben.

Wed. Wiederholt van kolonie no 2, verzoekt om met verlof te gaan naar Doesburg, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Hendrika van der Toor van kolonie no 2, verzoekt om met verlof te gaan naar Dockum, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Vrouw Laverman van kolonie no 3, verzoekt om met verlof te gaan naar Leeuwarden, voor den tijd van veertien dagen.
Is geweigerd, omdat zij in het huisgezin niet kan gemist worden.

De wed. Kruit van kolonie no 2, verzoekt een verlofpas voor hare dochter Maria, oud 16 jaren, voor den tijd van drie maanden, om te gaan dienen te Leijden.
Is toegestaan.

Art 2. Zijn ingekomen de mestrapporten van de verschillende kolonien van deze week, welke bevonden zijn, als volgt:
kol 1. de Ruiter en Snijders het achterstallige bijgewerkt; Hoffmann en Matena geen mest gemaakt. De onderdirecteur wordt last gegeven, om zorg te dragen, dat het achterstallige in de volgende week wordt bijgewerkt.
Kol 2. Geen aanmerkingen.
Kol 3. Kok en Poosener het achterstallige bijgewerkt, voor het overige geene aanmerkingen.

Art 3. Zijn ingekomen de lijsten der afwezig geweest zijnde schoolkinderen van de vorige week en bevonden, dat er bij Kramer, de wed. Larou en van Geijtenbeek ieder drie Nederlandse pond brood is ingehouden. Dezelve zullen aan den Adjunct Directeur voor het schoolwezen worden gezonden.
Die van deze week ingekomen en aan den Onderdirecteurs afgegeven ter beboeting.



Zaturdag den 25 Juny 1836

Alle leden zijn tegenwoordig, met uitzondering van den OnderDirecteur Schurer, welke hiervan kennis heeft gegeven, zonder de reden hiervan te vermelden.

Art. 1 Voorstellen, verzoeken en klagten van kolonisten

Verschenen zijn:

Vrouw Goosens van kolonie no 2, verzoekt om met verlof te gaan, naar Oosterhesselt, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Laverman van kolonie no 3, verzoekt verlof voor zijne vrouw, voor den tijd van veertien dagen, om naar Leeuwarden te gaan.
Is toegestaan.

H. Staub van kolonie no 3, verzoekt verlof voor zijne vrouw, voor den tijd van veertien dagen, om naar Amsterdam te gaan.
Is toegestaan.

Klaas de Vries van kolonie no 3, oud 19 jaren, verzoekt een verlofpas voor den tijd van drie maanden, om te gaan dienen in de Beemster.
Is toegestaan.

Cornelis de Wit van kolonie no 3, verzoekt om met verlof te gaan, naar Groningen, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan, hebbende hij de toestemming zijner besteders vertoond.

Ruurt Bloksma(??) van kolonie no 1, verzoekt om met verlof te gaan, naar ?? voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Vrouw Voogd van kolonie no 3, verzoekt om met verlof te gaan, naar Amsterdam, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

P. van der Korst van kolonie no 2, verzoekt om met verlof te gaan, naar Zutphen, voor den tijd van acht dagen.
Is toegestaan.

Vrouw Boxman(??) van kolonie no 3, verzoekt om met verlof te gaan, met hare dochter Pietje,  naar Alkmaar, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

H. van Ommen van kolonie no 1, verzoekt om met verlof te gaan, naar Zwolle, voor den tijd van acht dagen.
Is toegestaan.

J. Grotthé van kolonie no 1, verzoekt om met verlof te gaan, naar Rotterdam, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

De vrouw van J. Hofman van kolonie no 1, verzoekt om met verlof te gaan, naar Kampen, voor den tijd van drie dagen.
Is geweigerd, daar zij niet uit het huisgezin kan gemist worden.

De weduwe Vogelzang van kolonie no 2, oud 47 jaren, verzoekt in het huwelijk te mogen treden met Willem Hollander, arbeider te Noordwolde, oud 48 jaren. De vrouw heeft twee kinderen, oud 16 en 14 jaren, en de man heeft er geene.
De Raad oordeelt dit verzoek niet gunstig aan de Permanente Commissie te kunnen voorstellen, daar de man volstrekt niet voor den kolonialen arbeid geschikt is, en er op zijn gedrag veel valt aan te merken.

J. Heeroman(??) van kolonie no 1, verzoekt om met verlof te gaan, naar Amsterdam, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Pieter Keijzer van kolonie no 1, verzoekt om met verlof te gaan, naar Texel, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan, hebbende hij de toestemming zijner besteders vertoond.

Vrouw Kramer van kolonie no 2, verzoekt om met verlof te gaan, naar Kuilenburg, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.


Art 2. Zijn ingekomen de mestrapporten van de verschillende kolonien van deze week, welke bevonden zijn, als volgt:
kol 1. Hofman en Matena het achterstallige bijgewerkt; Cohen het achterstallige nog niet bijgewerkt. Biemans en Peen geen mest gemaakt. De onderdirecteur wordt last gegeven, om zorg te dragen, dat het achterstallige in de volgende week wordt bijgewerkt.
Kol 2. Geene aanmerkingen.
Kol 3. Paterelly geen mest gemaakt, voor het overige geene aanmerkingen.


Art. 3. Zijn ingekomen de maandelijkse opgaven van den staat des werks om en bij de huizen, welke bevonden zijn als volgt:
Kol 1. Kranendonk de greppen om het huis niet schoon.
Kol 2. Geene gebreken.
Kol 3. van Bruchem de greppen om het huis niet schoon, verder geene gebreken.
De kolonisten zijn aangezegd het gebrekkige te herstellen.


Art 4. Zijn ingekomen de lijsten der afwezig geweest zijnde schoolkinderen van de vorige week en bevonden, dat er bij Reinbergen en Bodenstaf ieder drie Nederlandse pond brood is ingehouden. Dezelve zullen aan den Adjunct Directeur voor het schoolwezen worden gezonden.
Die van deze week ingekomen en aan den Onderdirecteurs afgegeven ter beboeting.


Voor extract conform
De secretaris van den kleinen raad
J.H.P. van Marle