Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

EXTRACT uit de notulen van het verhandelde bij den kleinen raad in de gewone kolonien gedurende de maand september 1837 ingezonden bij brief van den Directeur van 10 October ll N2330


NB: Deze transcriptie komt NIET uit de bovenaan de pagina vermelde invnrs, maar uit de ingekomen post invnr 187 de scans 25 tot en met 28. Dit is een samenvatting die de secretaris van de permanente commissie ten behoeve van de commissie gemaakt heeft.


Zaturdag den 2 September 1837

Alle etc

Art. 2. Zijn ingekomen twee opgaven van kolonisten welke een voorschot op hunne reserve verzoeken, daar het aan hun uitbetaalde niet toereikende is tot de noodigste behoefte in het huisgezin.
De Raad, de oorzaak daarvan onderzocht hebbende, staat de achter hunne namen uitgedrukte sommen toe, bedragende:
voor kolonie no 1
ƒ 0.75
voor kolonie no 3
ƒ 4.40
En dus te zamen
ƒ 5.15

Art. 3. Zijn etc



Zaturdag den 9 September 1837

Alle etc.

Art. 2. Zijn ingekomen drie staatjes van kolonisten, welke een voorschot op hunne reserve verzoeken, daar het aan hun uitbetaalde niet toereikende is tot de noodigste behoefte in het huisgezin.
De Raad, de reden hiervan onderzocht hebbende, staat de achter hunne namen uitgedrukte sommen toe, bedragende
voor kolonie no 1
ƒ 0.80
voor kolonie no 2
ƒ 0.50
voor kolonie no 3
ƒ 4.05
En dus te zamen
ƒ 5.35

Art. 3. Zijn etc


Zaturdag den 16 September 1837

Alle etc.

Art. 2. Zijn ingekomen drie staatjes van kolonisten, welke een voorschot op hunne reserve verzoeken, daar het aan hun uitbetaalde niet toereikende is tot de noodigste behoefte in het huisgezin.
De Raad, de reden hiervan onderzocht hebbende, staat de achter hunne namen uitgedrukte sommen toe, bedragende
voor kolonie no 1
ƒ 2.30
voor kolonie no 2
ƒ 0.50
voor kolonie no 3
ƒ 12.05
En dus te zamen
ƒ 14.85

Art. 3. Zijn etc



Zaturdag den 23 September 1837

Weduwe Ponse van kolonie N3 verzoekt eene toelage uit haar reserve waar op zij tegoed heeft ƒ 8.66.
Is toegestaan voor ƒ -.65 op grond dat de bij haar ingedeelde Giliam de Haan acht dagen over het verlof dat hem op het verzoek zijner besteders is gegeven is terug gebleven.

Bremer van kolonie N3 verzoekt een voorschot op zijnen reserve, waarop hij reeds schuldig is ƒ 12.96.
Is toegestaan voor ƒ 0.60 op grond dat de zoon van verlof is achtergebleven, het huisgezin niettegenstaande het invalide van de 3e graad is, niet tot de getarifieerde behoefte kan komen, en ook niet door indeeling geholpen kan worden daar het een Israelitisch huisgezin is.

B. van Marle van kolonie N3 verzoekt een toelaag op zijn reserve, waarop hij tegoed heeft ƒ -.66.
Wordt toegestaan voor ƒ -.90 uit aanmerking het huisgezin valide is, en invalide behoort te zijn, dat bij de eerste herziening zal geschieden. Van Marle was winkelier, en bij het gemis van die betrekking is er een nieuw aangekomen wees bij hem ingedeeld, die aan geen werk gewoon weinig of geen verdiensten aan het huisgezin kan inbrengen.

Weduwe Grunnekemeijer van kolonie N3 verzoekt eene toelaag uit haar reserve, waarop zij te goed heeft ƒ 11.59.
Wordt toegestaan voor ƒ 1.65 doordien de man is overleden, ten gevolge waarvan bij de op handen zijnde herziening het huisgezin in eene hogere graad van invaliditeit moeten worden geplaatst of door indeling geholpen.

Grotthι van kolonie N1 verzoekt een voorschot uit zijn reserve waarop hij reeds schuldig is ƒ 9.49.
Wordt toegestaan voor ƒ -.80.
Is invalide van de 2. graad, waarmede hij niet tot de getarifieerde behoefte kan komen, en zal dus bij de op handen zijnde herziening in eene andere graad worden overgebragt.

Sprang en Brugman beide van kolonie N3 verzoeken een voorschot op hunne reserve; daar die huisgezinnen pas aangekomen zijn, bestaat er nog geene rekening. De eerste toegestaan ƒ 2.70 en de laatste ƒ 3.20, uit hoofde zij bij hunne aankomst nog geene verdiensten hadden.


Zaturdag den 30 September 1837

Alle etc.

Vrouw Grotthι van kolonie N1 verzoekt een voorschot op hunne reserve waarop het huyisgezin reeds schuldig is ƒ 10.29.
De raad staat haar een voorschot toe van ƒ -.77, omdat een van hunne ingedeelden in Militaire dienst is getreden, welke nog niet door een ander is kunnen worden vervangen.

Bremer van kolonie N3 verzoekt een voorschot op zijne reserve waarop hij schuldig is ƒ 13.56.
De Raad staat aan hem toe ƒ -.90 uit hoofde zijn zoon van verlof is achtergebleven.

van Marlen ver kolonie N3 verzoekt almede een voorschot op zijne reserve waarop hij schuldig is ƒ 0.24.
De Raad staat aan hem toe ƒ 0.90 om dezelfde reden als de vorige week.

Brugman van kolonie N3 verzoekt almede een voorschot op zijn reserve waarop hij schuldig is ƒ 6.40.
De Raad staat aan hem toe ƒ 0.75 daar hij pas aangekomen zijnde nog niet genoegzaam aan de kolonialen arbeid gewoon is.

Wed. Zwak van kolonie N3 een toelage uit hare reserve waarop zij te goed heeft ƒ 11.19½.
De Raad staat aan haar toe ƒ 0.30 daar zij door het deserteren van haar ingedeelde opgehouden heeft ossenhoudster te zijn en daardoor niet aan de verdiensten heeft kunnen komen.

Wed. Grunnekemeijer van kolonie N3 verzoekt almede eene toelage uit haar reserve waarop zij tegoed heeft ƒ 9.94.
De Raad staat aan haar toe ƒ 1.05 zijnde zij door het overlijden van den man niet tot de verdiensten kunnen komen.

Wed. Zwiers van kol N3 verzoekt een toelaag uit de reserve waarop zij te goed heeft ƒ 14.28½.
De Raad staat aan haar toe ƒ 0.60 uit hoofde van ziekte.

Staup van kolonie N3 verzoekt nog een voorschot op zijne reserve, waarop hij schuldig is ƒ 1.21½.
De Raad staat aan hem toe ƒ 0.55 uit hoofde van ziekte.

Voor eensluidend afschrift
De secretaris van den kleinen raad
(get.) T.H.P. van Marle

Voor extract conform
De secretaris van de Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid
Ciriaci