Naar het overzicht
van stukken over Kniesenburg




De terugkeer van de familie Kniesenburg in de kolonie in 1838

Op 5 juni 1838 neemt de permanente commissie onder agendapunt N1 een besluit dat diverse steden 'gezien de stand hunner rekeningen' een of meer hoeves in de vrije kolonien mogen vullen, invnr 475. Daaronder Utrecht dat twee hoeves mag toewijzen.

Op 26 september 1838 schrijft de subcommissie van weldadigheid Utrecht aan de permanente commissie. De brief bevindt zich in invnr 199 scan 652 en luidt als volgt:

Gebruikmakende van de bevoegdheid aan ons toegekend bij Uwed. Missive van den 5 Juni l.l. N1 om naar aanleiding van den stand onzer rekening de voordragt te doen van twee huisgezinnen ter plaatsing in de koloniŽn, hebben wij de eer aan Uwedn voortestellen  de huisgezinnen van Willem Hendrik Bijlaart en Johannes Hermanus Kniesenburg op den nevengevoegden staat vermeld, verzoekende dat aan ons moge worden verleend de vrijheid om dezelve naar de koloniŽn optezenden.
De Subkommissie
van Weldadighid te Utrecht
J.H. van Golstein(?)
Secretaris

Op de brief heeft de permanente commissie met potlood genoteerd:

bij 5 Juny l.l. twee plaatsingen toegestaan
Kniesenburg vroeger op contract met regenten der Stads Aalmoezenierskamer te Utrecht op deszelfs verzoek en na regenten hebben gehoord in April 1836 ontslagen.

De permanente commissie behandelt de brief op haar vergadering van 5 oktober 1838 onder agendapunt N4, invnr 479, en neemt het volgende besluit:

De permanente commissie der Maatschappij van Weldadigheid,
Gelezen den brief van de subcommissie te Utrecht van den 26 september ll

Besluit:

1) daarop te antwoorden als volgt:
In antwoord op UWEd brief van den 26 september ll, hebben wij de eer UWEd te kennen te geven, dat wij de daarbij voorgedragen huisgezinnen van W.H. Bijlaart en J.H. Kniesenburg ter vervulling van UWEd bij onzen brief van den 5 Juny ll N1 toegestemde twee nieuwe plaatsingen hebben aangenomen, kunnende dezelve mitsdien van eene stamlijst voorzien door UWEd naar Frederiksoord worden opgezonden.-
UWEd gelieve de geboorte acten van de ?? kinderen van te zijner tijd voor de Nationale Militie te dienen medetegeven.

2) aan den directeur der kolonien:
Wij hebben de eer UWEd kennis te geven dat wij van de subcommissie te Utrecht ter vervulling van twee aan haar toegestemde nieuwe plaatsingen hebben aangenomen de huisgezinnen van W.H. Bijlaart en J.H. Kniesenburg ?? op de kopijelijk hiernevens gevoegde brief.
Wij verzoeken UWEd die huisgezinnen bij aankomst in de gewone kolonien op eene hoeve te doen vestigen.

3) aan den Heer Kassier:
Wij hebben de eer UHWG kennis te geven dat wij van de subcommissie Utrecht tot plaatsing hebben aangenomen de huisgezinnen van W.H. Bijlaart sterk 6 en J.H. Kniezenburg
sterk 3 hoofden, UWHG verzoekende dezelve op hunne reis door Amsterdam naar Frederiksoord, wanneer zij zich bij UWHG mogten aanmelden, wel voor onze rekening behulpzaam te willen zijn.