Naar het overzicht
van stukken over Kniesenburg




Rechtszaak Kniesenburg: Dagvaardingen van de getuigen voor vrijdagmiddag 10 maart,
6 en 8 maart 1843


NB: Op deze formulieren zijn gedeelten voorgedrukt, maar die zijn gewoon in de tekst opgenomen


Wij Mr. Dirk Hendrik Westra, Regter-Commissaris, belast met de Instructie der Strafzaken bij de Arrondissements-Regtbank zitting houdende te Assen, Provincie Drenthe, gelasten den Deurwaarder, aan wien dezen zal worden ter hand gesteld, te dagvaarden
1e. De onder-Directeur Idserda
2e. kolonist Roffers
3e. Arij Veldmeyer, adsistent in den smederij
4e. Dochter van de winkelier Montanus
5e. Adrianus van den Brink, arbeider en kolonist, allen te Frederiksoord
om voor ons te verschijnen op  Vrijdag den tienden Maart eerstkomende, te vijf ure na den middag, in onze gewoone verhoorkamer, in het paleis van Justitie te Assen, ten einde getuigenis der waarheid afteleggen tegen  Johannes H. Kniezenburg verdacht van verwonding, met verklaring, dat, ingeval van niet verschijning, de straffen der wet zullen worden toegepast.
Gedaan te Assen, den  6 Maart  achttien honderd  drie en veertig.

w.g. D.H. Westra

----------------------------------

Gezien bij mij Officier bij de Arrondissements-Regtbank te Assen
Fiat dagvaarding door C.F. Poulie
M.A. Koetsveld van Ankeren

-------------------------------------------

In het jaar  achttien honderd drie en veertig, den Achtsten Maart, ter requisitie van den Heer Officier bij de Arrondissement-Regtbank zitting houdende te Assen, Provincie Drenthe, en uit kracht van het bovenstaand bevel, heb ik ondergeteekende Carel Frederik Poulie, Deurwaarder bij het Kantongeregt te Meppel, wonende te Meppel  no. 866 gedagvaard:
1. Anne Hendrik Idserda, Onder-Directeur,
2. Antoinetta Cornelia Montanus, zonder speciaal beroep, beide te Frederiksoord, Grietenij Weststellingwerf, Provincie Vriesland, ter plaatse doende aan- en sprekende met hun beide in persoon ten huize van de schoolmeester Martinus Uhl te Frederiksoord, gemeente Vledder,
3. Arnoldus Roffers, kolonist,
4. Ary Veldmeyer, adsistent in de smederij en
5. Adrianus van den Brink, arbeider en kolonist, allen te Frederiksoord, gemeente Vledder, aan hunne woonsteden daar ter plaatse doende en sprekende met hen respectievelijk in persoon 
om voor den Heer Regter-Commissaris, belast met de Instructie der strafzaken bij de Arrondissements-Regtbank te Assen, in de gewoone verhoorkamer in het paleis van Justitie aldaar te verschijnen op Vrijdag den Tienden Maart eerstkomende, te Vijf ure na den middag; ten einde getuigenis der waarheid afteleggen, zoo als in bovenstaand bevel is vermeld, op straffe als naar de wet, in geval van niet verschijning.
Kopij dezer en van bovenstaand bevel  heb ik aan voornoemde gedagvaarden, sprekende als boven, afgegeven; met aanzegging om dezelve ten dage van verschijning mede te brengen.
De kosten zijn Een Gulden, een en veertig cent.

1 origineel 0.23
5 kopijen   1.17 
                  1.41

w.g. C.F.Poulie
deurwaarder