Naar het overzicht
van stukken over Kniesenburg




Rechtszaak Kniesenburg No 25: Requisitoir van den Officier,
geen datum


NB: Op dit formulier zijn gedeelten voorgedrukt, maar die zijn gewoon in de tekst opgenomen


REQUISITOIR


No. 25


De Officier van Justitie bij de Arrondissements Regtbank te Assen, Provincie Drenthe,

Gezien de dagvaarding op den negen en twintigsten der maand Maart 1843 aan den beklaagden

                              Johannes Hermanus Kniezenburg

volgens opgave oud 53 jaren, van beroep kolonist, geboren te Utrecht, laatst woonachtig in de kolonie Frederiksoord, gemeente Vledder, thans gedetineerd in het huis van arrest te Assen

beteekend, om op den twaalfden April daaraanvolgende des morgens ten  tien  ure, voor gemelden Regtbank, regtsprekende in strafzaken, te verschijnen, ten einde aldaar gevonnisd te worden ter zake hij beklaagde op Vrijdag den derden February 1800 drie en veertig des morgens omstreeks acht uur den Heer Coenraad Hulst, adjunctdirecteur, in of nabij de schuur van deszelfs woning te Frederiksoord, gemeente Vledder, voorbedachtelijk een snede heeft toegebragt op de regterwang, lang vijf zes duim, diep een duim, verder een snede op den linkerhand, tusschen den voorsten vinger en den duim van en bovenop de linkerhand, lang ongeveer vier nederlandsche duimen en diep bijna een halve duim, eindelijk eene kneuzing op den duim der zelfde hand, zonder dat die verwonding eene ziekte of beletsel van te werken gedurende meer dan twintig dagen bij den verwonden heeft veroorzaakt,

Gehoord de  onder eede afgelegde verklaringen der getuigen Coenraad Hulst, Hillegonda Clasina Vossebelt, Adrianus van den Brink, Marten Andries Mandemaker, Arie Veldmeyer, Auke de Vries, Klaas Hamminga, Frederik Karel Heintz, Lucas Faber, Willem Frederik van Deelen, Willem Lodewijk Dammers, Carolina Theodora Diverdina Dammers, Hermina Susanna Dammers, Antonia Clasina Dammers, Aalt Kolkers en de onbeeedigde verklaring van Heintje Kinkelaar,

Gehoord de beklaagde

Gezien artikels 311 vergeleken met 307 en 52 van het wetboek van strafregt en artikels 227 en 207 van het wetboek van strafvordering,

Gezien

Verder heeft de officier het formulier niet ingevuld.