Naar het overzicht
van de maandbladen



De Star 1819 pagina 18-87: Johannes van den Bosch over de toekomst van de Maatschappij van Weldadigheid

pagina 18
Verhandeling van den Generaal-Majoor J. van den Bosch, Tweeden Assessor der Kommissie van Weldadigheid, over den werkelijken staat der Kolonie
Frederiks-Oord, - de proefondervindelijk bewezene uitvoer≠baarheid van het Kolonisatiestelsel op de aangenomene grondbeginse≠len, - en de middelen, om aan dat stelsel verders eene spoedige en aanzienlijke uitbreiding te geven.


pagina 19 Eerst over in het verleden mislukte pogingen armen te helpen door fabriekswerk. Dan over mislukte pogingen armen te helpen door ze onontgonnen land te geven:
Men scheen niet te begrijpen, dat, zou het groote doel bereikt worden, de Landbouw, even zeer als elke andere werktuigelijke veredeling van natuur-voortbrengselen, als een fabrijkmatige arbeid te beschouwen is, en dat, zal dezelve door behoeftigen gelukken, zij ook als zoodanig moet behandeld worden, dat is, dat deze menschen uit de steden en plaatfen, waar zij door arbeid geen bestaan vinden konden, naar daartoe geschikte oorden moesten worden overgevoerd, aldaar onder een gepast opzigt tot den arbeid opgeleid en bekwaamd, en hun arbeid zoodanig geregeld, dat de bekwaamsten hunner aanvankelijk tegen eene geŽvenredigde vergelding den moeijelijksien arbeid verrigteden, en anderen daarin onderwezen; zoodat op deze wijze, en bij een strikt toezigt en goede Policie,de zekerheid wierd verkregen, dat ieder stuk gronds op de vereischte manier werd bearbeid, terwijl elk een naar de mate van zijnen arbeid in de billijke vergelding deelde, wordende dus door zijn eigen belang in de noodzakelijkheid gebragt, om de hem opgelegde taak te verrigten.

Op deze grondsiagen was het dan ook, dat de inrigtingen betrekkelijk den landbouw in de eerste Kolonie FREDERiKS-OORD gevestigd zijn geworden.

Hiermede is tevens vcreenigd eene labrijkmatige bereiding van kieedingsstoffen, zoo tot eigen gebruik, ais voor dat van volgende Kolonisten, het spinnen van garen en de bereiding van linnen, waarvan het debiet is verzekerd geworden, door middel van vrijwillige inschrijvingen onder menschenvrienden en begunstigers der Maatfchappij, strekkende deze arbeid tot een middel van verdiensten voor de vrouwelijke leden, de kinderen, de ziekelijke leden der huisgezinnen, en voor allen in dat jaargetijde, waarin de landarbeid moet stilstaan;

dezelve levert tevens in den beginne der kolonisatie een middel op ter vermeerdering der verdiensten tot onderhoud der behoeftigen, als hulpmiddel van des te grooter belang, daar de landbouw niet dan na verloop van eenige maanden vruchten kan opleveren, waarin het huisgezin zijn bestaan vinde.`

Ten aanzien van den opbrengst des landbouwenden arbeids was men niet in onzekerheid; men wist bij ondervinding genoegzaam, wat en hoeveel gronden, zelfs naauwelijks ontgonnen en toegemaakt, in ons Land, aan produkten konden opleveren.
Dan, minder was men onderrigt nopens de hoegrootheid der onkosten, die zouden vereischt worden  om eene stichting van dezen aard daar te stellen, en welke inrigtingen ten aanzien der inwendige huishouding als de beste waren te verkiezen. Omtrent dit ťťn en ander kon eene dadelijke proefneming alleen bcslissen.
Blijkbaar moest door die proefondervinding worden beslist;
1) Of de uitvoering van zoodanig een ontwerp niet met al te zware onkosten gepaard ging.
2) Of de behoeftigen, veelal in de steden opgehoopt en met den veldarbeid onbekend, altoos daaraan ontwend, onder de leiding van gepaste inrigtingen tot denzelven konden worden bekwaam gemaakt. En
3) of aan voltallige huisgezinnen, op deze wijze in de Kolonie overgebragt, een genoegzaam middel van bestaan kon verschaft worden.

Waarna hij deze vragen gaat beantwoorden, waarbij hij eerst uitlegt dat er haast bij is en ook voorlopige resultaten moeten aanzetten tot snelle uitbreiding:

pagina 23 Voorzeker ware het wenfchelijk, dat de thans genomen wordende proeve omtrent dit ťťn en ander reeds geheel ware afgeloopen, waardoor, ik twijfel er geenszins aan, den kortzigtigsten voor altijd de mond zou zijn geslopt.
Ik zelf zoude in elk geval van minder dringende aangelegenheid, tot na den uitslaag, de verdere doorzetting van het ontwerp wenschen vertraagd te zien; - dan, zullen wij het lot van duizendtallen onzer medemenschen, wier treurige toestand eene spoedige hulp vordert, opofferen aan de grillige uitspraak van onkunde en vooroordeel?
Zullen wij niet liever, indien het gezond verstand na een onpartijdig onderzoek beslist, dat de reeds verkregene resultaten genoegzaam het wel gelukken waarborgen van eene onderneming, die uit haren aard niet te vroeg verwezenlijkt kan worden, hoe eerder zoo beter dezelve voortzetten?

En dan de eerste vraag:

pagina 24 Ten aanzien van het eersle punt, de kosten der onderneming, behoeven wij thans niet meer in het blinde rond te tasten.
Een aantal van 52 koloniale huisgezinnen, benevens die van vijf Onder-opzieners, zijn op de onbebouwde heide van Drenthe overgebragt.
Het getal der in Frederiks-oord zich thans gevestigd vindende Kolonisten bedraagt, buiten de zoo even gemelde Onderopzieners en verdere in dienst der Maatfchappij staanden, driehonderd drie en dertig perfonen.
De meeste werkzaamheden aldaar zijn voltooid.
Waar in het begin der maand September nog niets dan eene woeste, eenzame oppervlakte van veen- of heidegrond te zien was, daar ftaan thans vier reijen van woningen; daar wemelt het van arbeidende mannen, vrouwen en kinderen; daar liggen uitgestrekte velden omgeploegd, deels bezaaid en begroeid met welig wintergraan; kortom, men ziet hier het leven uit den dood verrezen.
De koloniale huisgezinnen zijn alle behoorlijk gehuisvest , gekleed, van brandftoffen en arbeidsgereedschappen voorzien.
Voor hunne voeding is gezorgd.
De adminiftrarWe inrigtingen en koloniale werkzaamheden hebben reeds een' geregelden loop.
Veel heeft hiertoe bijgedragen de gefchiktheid der opgezondene huisgezinnen; op eenige weinige na, min gelukkig door de SubkommisiŽn gekozen, bezitten zij alle de vereischte phyfieke en zedelijke hoedanigheden, die ons verzekeren, dat de genomene maatregelen toereiken, om den Kolonisten door eigen' arbeid een genoegzaam beftaan te verschaffen.

De administratie en regeling van werkzaamheden, volgens befluit der Permanente Kommisfie ingevoerd, hebben ten volle aan het doel beantwoord, en ten bewijze hiervan dient, dat het graan op den bemesten en bezaaiden heidegrond der Kolonie thans even scboon ftaat, als op de beste naburige bouwlanden.
Reeds waren er (in. den aanvang van December) 334 ponden vlas en 158 ponden wol gesponnen, en zelfs 80 ellen voerlaken geweven.
Het getal der spinners was tot 83 aangegroeid.
Aan een getal van 67 kinderen werd onderwijs gegeven.

pagina 26 Ook het School-onderwijs heeft reeds aangevangen, waartoe de Maatschappij uitmuntende talenten en het beste karakter in den School-onderwijzer te Vledder, J. H. VAN WOLDA, vereenigd vindt.

Enzovoort, enzovoort. Uitmondend in:

pagina 27 Het is derhalve proefondervindelijk bewezen, dat, volgens de aangenomen' beginfelen der Maatschappij, noodlijdende huisgezinnen te redden en op te beuren zijn uit derzelver ellende en diepe vernedering.
Reeds nu, zijn meer dan 300 menfchen daaraan onttrokken, wel gehuisvest, bij uitftek goed gekleed en gevoed, van al het noodige voorzien, en tot eenen ftaat gebragt, die hunne volle tevredenheid wegdraagt.
Ja, reeds toonen zij zich gevoelig en vatbaar voor die hoogere zedelijke opleiding, waarvoor 's menschen aanleg hem bestemt, en die wel door een' zamenloop van ongunstige omstandigheden kan worden onderdrukt, maar nimmer geheel wordt uitgewischt, en. welke aan de onderneming der Maatfchappij op den duur den besten uitslag verzekert.

pagina 35 Over de landarbeid:

Over het algemeen stellen wij ons de bezwaren van eenen arbeid, waarmede wij niet bekend zijn, al te groot voor. Meest alle veldarbeid vordert slechts da duurzame beweging van eenen matigen last met eene bepaalde snelheid. Hiertoe wordt eene harmonische beweging tusschen de onderscheidene deelen van het ligchaam, dat den arbeid verrigten zal, gevorderd, waartoe de hebbelijkheid of takt alleen door oefening te verkrijgen is.
Zelfs de kunst van gaan, dragen, zwemmen, in eene gekromde houding te arbeiden, enzv., hangt geheel hiervan af, gelijk ieder bij bevinding weet. Alleen in den beginne, eer deze harmonie tusschen de onderscheidene, tot zekeren arbeid te bewegene deelen, is daargesteld, wordt men door de ongelijkmatigheid dier beweging meer dan gewoon vermoeid; maar is de hebbelijkheid daartoe ťťnmaal verkregen, dan zijn de gewone soorten van arbeid (vooral bij eene genoegzaam krachtige voeding des ligchaams) niet bijzonder vermoeijende, en iemand, die b. v. tien uren daags, daaraan gewoon zijnde, den akker bebouwt, zal doorgaans minder vermoeid zijn, dan indien hij eenen togt van zoo vele uren te voet had afgelegd.
Om menschen tot den veldarbeid op te leiden, wordt er niets meer vereischt, dan eene oordeelkundige besturing der daartoe vereischte ligchaams-oefening, en ieder mensch, gezond van ligchaam en leden, kan in den tijd van ťťne maand de twee of drie hoofdsoorten van arbeid, tot den veldbouw noodzakelijk, volkomen leeren verrigten, gelijk de kolonisten in frederiks-oord zulks bewijzen.

pagina 37 Over arbeidslust en de (verplichte) vaccinatie tegen kinderpokken:

Met dat al is er geene familie in frederiks-oord, die niet behoorlijk arbeidt en gehoorzaamt; en hetgeen meer zegt, daar is er geene, die niet met haar lot tevreden is, noch die door gestrengheid tot den arbeid behoeft gebragt te worden.
Tot bewijs hiervan kan ik berigten, dat de Permanente Kommissie, om de Vaccine in de Kolonie aan te moedigen bij de zoodanigen, die daartegen vooroordeel koesterden, het toereikend geoordeeld heeft, den arbeid in de spinzalen en elders, met anderen vereenigd, aan eiken Kolonist te ontzeggen, die, de natuurlijke ziekte niet gehad hebbende, van dit middel geen gebruik verkoos te maken, welke maatregel volkomen aan het oogmerk heeft beantwoord; en dit bewijst, dat - niet te mogen arbeiden, aireede als eene straf beschouwd wordt.

Op pagina 48 geeft Johannes uitleg over het achtkantshuisje:
Ten aan≠zien van den vorm der koloniale woningen heeft men aanvan≠ke≠lijk ten voorbeeld genomen de gewone arbeiders-huis≠jes, be≠staande uit een vertrek van 15 voeten lang en breed, de haard genoemd; den zolder, voorzien van twee kamertjes, en achteraan een schuurtje.
Aan de Permanente Commissie echter, in het laatst van october, door den Heer Smachau≠sen van Borchette (bij Aken), toege≠zonden zijnde eene Verhandeling van den Heer G. Tappe, Architekt te Detmold-Lippe, over de beste wijze, om voor de mindere volksklasse geschikte huisjes te bouwen, heeft dit stuk aanleiding gegeven tot een nader onderzoek omtrent de methode van bouwen, daarbij voorgesla≠gen, en schoon dezelve niet volkomen op onze inrigting toepasselijk bevonden is, heeft men nogtans besloten tot eene naar dezelve gewij≠zigde proefne≠ming.
Het huisje, op deze wijze (achtkantig) gebouwd, voldoet gewis beter aan het oogmerk, doch kost tevens É100.00 meer dan de gewone, zijnde hetzelve aangenomen voor É590.00, daar de andere voor het vervolg, met bijlevering van al het benoodigde tot den bouw, voor É490.00 ieder zijn aangeboden.
Indien echter de steenen voor rekening der Maatschappij in Frederiksoord zelve gebakken kunnen worden, waartoe de gelegenheid gunstig schijnt, dan zal het verschil minder belangrijk zijn, daar aan het nieuwe model eene grootere hoeveelheid stenen en minder hout, en omgekeerd aan de gewone huisjes minder steenen en meer hout, verbruikt worden.
Voorzeker is het nieuw model duurzamer en gemakkelijker, bij eene toereikende inwendige ruimte, om den geheelen omslag der bouwerij te kunnen bevat≠ten.
Wij zullen, in het vervolg, zoo wel van dit als van het gewoon model der koloniale huisjes, eene afbeelding in dit tijdschrift mededeelen, waardoor de lezer volkomen zal worden in staat gesteld, om dit onderwerp te beoordeelen. In de veronderstelling, dat de steenen op den bodem van Frederiksoord zullen worden gefabriceerd worden, zal de nieuwe bouworde gewis de voorkeur boven alle andere verdienen."

pagina 51 de onderdirecteur (of 'Bouwmeester') gaat over de landbouw. Hij valt onder de directeur en daaronder zijn onder≠opzieners, 6 van de bekwaamste kolonisten.

pagina 66 OVER DE VERDERE UITBREIDING DER KOLONISATIE

Eerst over de vrije koloniŽn, en dan een opstapje richting bedelaarsgestichten:
 
Dan, niet tot deze weinige gezinnen alleen bepalen zich hare zorgen; elk ander onzer behoeftige Landgenooten, in staat om te arbeiden, al ware hij ook door ongelukken en eigen toedoen tot die diepte van ellende gezonken, dat hij zijn rampzalig aanwezen al bedelende bad moeten verlengen, is een voorwerp, dat op ons medelijden aanspraak heeft.
Alleen gebiedt de voorzigtigheid, geene bedelende vagebonden op te nemen, die, mijns inziens, aan het toezigt van den Staat behooren te worden overgelaten, dewijl anders, bij eene onbepaalde verzorging van die allen, ons land alligt met de behoeftigen van, een groot deel van Europa zou overstroomd worden.
Echter behoort aan zoodanige behoeftigen, die aan de Sub-KommissiŽn als plaatfelijke ingezetenen bekend zijn, zelfs al mogten zij gebedeld hebben, eene toevlugt verschaft te worden.
Wij mogen het ons nogtans niet ontveinzen, dat het moeijelijker wordt den mensch tot een zedelijk, braaf burger op te leiden, naarmate hij dieper gevallen is, en minder gezind om tot zijn eigen herstel mede te werken: want, hoewel het buiten bedenking is, dat iemand, verpligt om tusschen den arbeid en den hongerdood te kiezen, zeker tot den eersten besluiten zal, indien zulks van hem afhangt; en schoon het eene bewezene daadzaak is, dat bij een behoorlijk, oplettend toezigt, ieder mensch tot zijnen pligt kan gehouden worden; zijn echter de middelen tot dit laatste uit derzelver aard te moeijelijk, en op den duur te kostbaar, om in talrijke BurgermaatschappijŽn de plaats te vervangen dier groote zedelijke drijfveer, welke den beschaafden mensch tot een nuttig lid der zamenleving vormt, hoezeer zij in alle gevallen als de geschiktste, om hem daartoe te brengen, moeten worden aangemerkt, en ieder dus naar den graad zijner mindere beschaving langer en met meer strengheid daaraan moet onderworpen blijven, om hem tot een' verbeterden staat des levens te brengen.