Naar het overzicht
van de MUNT-pagina's





Op 11 oktober 1841 wordt besloten enkele munten uit de roulatie te nemen, maar het gebeurt pas juni 1842 (Veenhuizen) en augustus 1842 (Ommerschans)

Anno oktober 1841 bestaat het geldverkeer in de vrije koloniλn uit papieren winkelkaartjes, in de Ommerschans en Veenhuizen uit munten van de serie die op deze pagina staat. Nadat de penningmeester van de Maatschappij Jeremias Faber van Riemsdijk op inspectie in de koloniλn is geweest, wordt besloten sommige van die munten uit de roulatie te nemen.

Dit besluit draagt als titel 'Bepaling uit welke stukken de koloniale munt bij de gestichten zal bestaan', staat op de agenda als 11oktober 1841 N3 en bevindt zich in invnr 520 en invnr 979.

De Permanente Commissie op het verslag van haren dezen ondertekenend medelid betrekkelijk de jongste door ZWEdG gedane inspectie der koloniλn

Besluit:

1. De koloniale munt bij de Gestichten zal voortaan bestaan in stukken van ½, 1, 5, 10, 25 en 50 centen alsmede 100 centen of een gulden

2. De bij de gestichten in omloop zijnde stukken van ander bedrag zullen worden ingetrokken en aan de Permanente Commissie teruggezonden met de ƒ 150,= aan stukken van 20 centen, bij de Directie van de Ommerschans nog onuitgegeven voorhanden.

3. Bij de terugzending der buiten omloop gestelde stukken zal de Permanente Commissie een opgave tegemoet zien van de evenredigheid waarin men stukken van ander bedrag in de plaats verlangt.

Afschrift dezes etc.

CONCREET

De in omloop zijnde munten in de gestichten te Veenhuizen en Ommerschans zijn op het moment:

Waarde
Materiaal
100 cent
koper
50 cent
koper
25 cent
koper
20 cent, alleen OS
koper
15 cent
koper
10 cent
zink
5 cent
zink
2 cent, alleen OS
zink
1 cent
zink
½ cent zink

Concreet betekent het besluit dus dat op de Ommerschans de munten van 2 cent, 15 cent en 20 cent gaan verdwijnen en in Veenhuizen die van 15 cent. De directeur krijgt opdracht dit uit te voeren.

RAPPORTAGE

Op 22 oktober 1841 in een brief met nummer N2568, invnr 251 de scans 336-337, geeft de directeur eerst op hoeveel er van de desbetreffende munten in omloop zijn:

Ik heb de eer UwEdGeb op de Resolutie van den 11 dezer maand N3 te antwoorden, dat de koloniale munt bij de gestichten, in andere dan de daarbij aangenomen stukken, bestaat uit het navolgende:

Ommerschans
750 stukken van 20 cent
ƒ 150.---
750 stukken van 15 cent ƒ 112,50
500 stukken van 2 cent
ƒ   10.---
Zamen
ƒ 272.50

waarvan onlangs ook eerstgemelde, bij gebrek aan voldoende koloniale munt, hebben moeten worden in omloop gebragt, terwijl men eigenlijk nog wel ƒ 100.- daarboven rekent noodig te hebben, om behoorlijk in de behoefte te kunnen voorzien.

1e Gesticht Veenhuizen
1000 stukken van 15 cents ƒ 150.----

die mede niet wel eerder kan worden ingenomen, alvorens er andere in de plaats kan worden gegeven, ofschoon men, na de laatste ontvangst van koloniale munt, met een zelfde bedrag rekent het bestendig te zullen kunnen doen.

2e Gesticht Veenhuizen
2000 stukken van 15 cent
ƒ 300.---

waarboven nog wel zoo veel noodig is, om in eene behoorlijke circulatie te voorzien.

3e Gesticht Veenhuizen
1000 stukken van 15 cents ƒ 150.----

waar ook nog ƒ 250.- boven, ter voorziening in de behoefte, dringend verlangd wordt.

WAT ER NODIG IS

Vervolgens geeft de directeur op wat er ter vervanging van de in te nemen munten aan de diverse gestichten geleverd moet worden:

De evenredigheid, waarin de benoodigde sommen verzocht worden en noodig schijnen te wezen, is als volgt:

te Ommerschans
2000 ½ cents stukken
ƒ  10.--
1000 1 cents stukken
ƒ  10.--
 600 5 cents stukken
ƒ  30.--
 500 10 cents stukken ƒ  50.--
 400 25 cents stukken ƒ100.--
 200 50 cents stukken ƒ100.--
4700
ƒ300.--

1e Gesticht Veenhuizen
150 stukken ΰ ƒ 1.-- ƒ 150.--

2e Gesticht Veenhuizen
1000 stukken van ½ cent ƒ  5.--
1500 stukken van 1 cent ƒ 15.--
1000 stukken van 5 cent ƒ 50.--
 800 stukken van 10 cent ƒ 80.--
 400 stukken van 25 cent ƒ100.--
 400 stukken van 50 cent ƒ200.--
 150 stukken van 100 cent ƒ150.--
5250
ƒ600.--

3e Gesticht Veenhuizen
1000 stukken van ½ cent ƒ  5.--
1500 stukken van 1 cent ƒ 15.--
1000 stukken van 5 cent ƒ 50.--
 800 stukken van 10 cent ƒ 80.--
 200 stukken van 25 cent ƒ 50.--
 200 stukken van 50 cent ƒ100.--
 100 stukken van 100 cent ƒ100.--
4800
ƒ400.--

Ik heb mitsdien de eer UwEdGeb te verzoeken, die quantiteiten koloniale munt eerst te willen doen gereedmaken en zenden, om daarmee de afgeschafte stukken te kunnen inwisselen, zonder stremming of botsing, waaruit bedenkelijke verwarring zou kunnen ontstaan.

UwEdGeb beseffen ligtelijk, dat de toeneming der bevolking eene der oorzaken van de vermeerderde behoefte aan koloniale munt is, terwijl er, thans, nu het metaal is, nog meer dan vroeger, door veteranen en eenige anderen, van schijnt bewaard te worden.

De directeur der koloniλn
J van Konijnenburg

EXTRA MUNTEN

Hoewel het besluit als volgorde noemt eerst terugzenden en dan vervangen, voelt de directeur er dus blijkbaar niets voor om de munten van 2, 15 en 20 cent uit de roulatie te nemen zolang er niet voldoende alternatieve munten zijn. De koloniλn zijn toch al tamelijk krap van koloniale munt voorzien, zie ook deze pagina.

De permanente commissie gaat met hem mee en zet de firma G. van Maanen en Zoon aan het werk, zie diens rekening van november 1841 en februari 1842. Dan stuurt de permanente commissie 15 januari 1842 ƒ 1150.- koloniale munt voor Veenhuizen, en 16 maart 1842 ƒ 295.-- voor de Ommerschans, dus zo ongeveer de bedragen die de directeur had opgegeven. Maar daarna lijkt hij het te zijn vergeten.

HERINNERING

Op 17 mei 1842 noteert de permanente commissie: 'Den Directeur den inhoud herinnerd van artikel 2 en 3 van de resolutie van 11 October 1841 N3 betrekkelijk de inwisseling en terugzending der buiten omloop gestelde koloniale munt'.

Daarop reageert de directeur op 3 juni 1842 N1429, invnr 261 scan 578:

Ik heb de eer UwEdGeb op de missive van den 17 Mei jl N5 te antwoorden dat de bij resolutie van den 11 October 1841 N3 afgeschafte coloniale munt thans werkelijk buiten omloop gebragt is bij de Gestichten N2 en 3 te Veenhuizen en te Ommerschans met uitzondering van ƒ 130.-- 15 cents stukken, waarvoor men hier eerst nog onvermijdelijk noodig heeft andere stukken als:

van 1 cent
ƒ 20.--
van 5 cent
ƒ 50.--
van 10 cent
ƒ 60.--
Zamen ƒ 130.--

waarom ik dus de vrijheid neem UwEdGeb te verzoeken;
zijnde men met de inneming van de afgeschafte coloniale munt bij het 1e Gesticht nog bezig, doch het geen zonder meerdere nieuwe munt wel zal kunnen geschieden.

TENSLOTTE

Er wordt een bestelling bij Van Maanen geplaatst en op 20 juli 1842 zendt men de directeur 'eenige koloniale munt ten behoeve van de Ommerschans'. Waarna op 18 augustus 1842 de directeur schrijft, 'berigtende dat de inneming der afgekeurde metalen koloniale munt bij de gestichten geheel heeft plaatsgehad'.