Naar het overzicht
van stukken over ONDERWIJS





Het onderwijzend personeel in de koloniŽn van weldadigheid, gerangschikt per school, vanaf het begin in 1818 tot aan 1859

Het is een enorme klus, maar er begint enig licht aan het eind van de tunnel te komen, ondanks de mankementen in de administratie bij de Maatschappij van Weldadigheid en ondanks de onophoudelijke veranderingen van functies.

Het onderwijzend personeel vliegt om de paar jaar van hot naar her. Diverse onderwijzers noem ik meer dan ťťn keer en dan doe ik een verwijzing naar elders op de site alleen de eerste keer dat iemand voorkomt.  Dus als je iemand hebt gevonden zonder verwijzing even heen en weer scrollen tot je de link hebt gevonden.

De ondermeesters, soms hulponderwijzers genoemd, zijn niet compleet te krijgen omdat in de personeelsregisters regelmatig alleen staat 'wees' of 'kwekeling'. En het onderscheid in eerste ondermeester, tweede ondermeester enzovoort is te wisselvallig om bij te houden, dus ik noem ze gewoon allemaal ondermeester.

Genoemde data zijn soms de datum dat een besluit over de invulling van een functie genomen wordt en soms de datum dat iemand daadwerkelijk in een nieuwe functie begint. Alles onder voorbehoud dat de klerk het goed heeft genoteerd en als de notities elkaar tegenspreken (wat regelmatig voorkomt) heb ik dat genegeerd.



De hoofdschool van kolonie 1, Frederiksoord

De start van deze allereerste school van december 1818 tot december 1819 staat beschreven op deze pagina. Helemaal in het begin doet de onderwijzer van Vledder, Jan Hessels van Wolda, het naast zijn gewone werk, daarna wordt het uitbesteed.

Hoofdonderwijzer

● Het begin van de werkzaamheid van Hendrik Hendriks Middelboer is wat onzeker en zal 'ergens' in het najaar van 1820 zijn, maar het einde is duidelijk: hij overlijdt 28 mei 1822.

Jacob Remmelt Booij wordt 12 juni 1822 vanuit Willemsoord ingevlogen om dit gat te vullen. Maar ergens zomer 1824 moet hij alweer naar Wilhelminaoord omdat die hoofdonderwijzer naar Veenhuizen is overgeplaatst.

Jacob Kornelis Mulder begint zomer 1824 in de hoofdschool van Frederiksoord na als ondermeester in Wilhelminaoord te hebben gewerkt. Zijn werkzaamheid houdt op als hij 22 november 1830 met de Drentse Schutterij ten strijde trekt.

Johan Diederik Aukes neemt dan 'provisioneel' over en wordt daarna officieel aangesteld 27 augustus 1832 N46. Hij blijft dit werk doen tot aan 1859.

Ondermeester

Jan Hendrik Geraets, genoemd in de verslagen in 1822 tot hij zomer 1824 wordt overgeplaatst naar het eerste gesticht te Veenhuizen.
Stephanus Molewijk, genoemd in verslag 1825/1826. Tot hij tussen april en september 1826 een eigen bijschool krijgt.
Gerrit Muijen, genoemd in jaarverslag 1826/27.
G. Eckhart, mapje '1832' van personeelsregisters invnr 1007.
W. van Olst, mapje '1832' van personeelsregisters invnr 1007.
Jan Nobbe, genoemd september 1834, tot wordt geconstateerd dat 'er als Onderwijzer nooit iets van komen zal'.

Frederik Johannes Aukes, genoemd in verslag over 1836.
Martinus Johanes Aukes, genoemd in verslag over 1842 & verslag over 1844, vertrekt juni 1844.
● J.S. Molewijk, genoemd in verslag over 1844..



De hoofdschool van kolonie 2, Wilhelminaoord

De eerste bewoners van deze kolonie arriveren in de zomer van 1821. Wanneer de school precies start is nergens aangetekend, maar het zal zijn op 15 oktober als de eerste onderwijzer aankomt.

Hoofdonderwijzer

Harmen Albert Zwarts wordt op 15 oktober 1821 aangesteld en blijft tot hij zomer 1824 wordt overgeplaatst naar het eerste gesticht te Veenhuizen.

Jacob Remmelt Booij komt zomer 1824 vanuit Frederiksoord om dit gat te vullen tot 1 april 1828 als hij uit eigen beweging de koloniŽn verlaat.

Martinus Uhl begint 1 april 1828 als hij uit het tweede gesticht Veenhuizen komt en zal dit werk tot aan 1859 altijd blijven doen.

Ondermeester

● Jacob Kornelis Mulder, genoemd in de verslagen in 1822 tot hij zomer 1824 hoofdonderwijzer in Frederiksoord wordt.
Martinus Uhl vanaf onbekende datum tot hij najaar 1825 de bijschool Willemsoord-Steggerda gaat runnen.
● Dirk Johannes Smit,  genoemd in verslag 1825/1826, vanaf najaar 1825 tot ?? ook


 
Daniel Was wordt op enig tijdstip in 1833 of 1834 ondermeester als hij uit de bijschool te Doldersum komt tot hij daar op 1 mei 1836 weer naar toe teruggaat.
● Kolkers, genoemd in verslag over 1836.
H. May, genoemd in verslag over 1839 en in verslag over 1842, tot hij vertrekt naar Willemsoord waar hij ook ondermeester is.
Antonie Reinhart Uhl, genoemd in verslag over 1842, verslag over 1844 en schoolverslag 1848.
Udo Ellerbroek, genoemd in schoolverslag 1848.

De bijschool van kol 2 te Oostvierdeparten

Volgens het jaarverslag van 1 april 1825 tot 1 april 1826, zie hier, is deze school opgericht in de herfst van 1825. Volgens de site koloniehuizen is dit de locatie van de school. Datzelfde jaarverslag noemt een aantal van 100 kinderen en geeft als eerste die in deze school les geeft:

Hendrik de Nekker als hij herfst 1825 van de bijschool Willemsoord-Steggerda komt tot hij 14 april 1828 als hulponderwijzer naar Veenhuizen-1 gaat.

Stephanus Molewijk vanaf 14-04-1828 (denk ik) als hij uit de bijschool van Willemsoord-Steggerda komt? Tot hij wegens wangedrag op 8 juni 1832 als ondermeester wordt overgeplaatst naar de Ommerschans.

Hendrik de Nekker komt hier naar aanleiding van deze kwestie rond 8 juni 1832 vanuit de bijschool in Doldersum maar gaat al weer weg naar de nog grotere bijschool in Willemsoord-Steggerda op 3 september 1832.

Gerhardus ter Hoeven (N1026), genoemd september 1834, tot hij per 1 december 1835 wegens aanhoudende kritiek wordt gedegradeerd tot ondermeester op de hoofdschool van Willemsoord (ruil met Pieter van der Koogh).

Pieter van der Koogh van 1 december 1835 als hij uit de hoofdschool van Willemsoord komt tot 1 mei 1836 als hij 2de onderwijzer bij het eerste gesticht te Veenhuizen wordt.

Janus Meijer Drees komt per 1 mei 1836 uit de kleinere bijschool te Doldersum tot hij per 1 april 1838 begint als 2de onderwijzer bij het eerste gesticht te Veenhuizen.

Daniel Was komt 1 april 1838 uit de bijschool te Doldersum en blijft tot 1 augustus 1839 als hij 2de onderwijzer bij het derde gesticht te Veenhuizen wordt.

Akkerman Bak volgt Was op en komt van de bijschool te Doldersum

Klaas Teeuwis Albertsma


De bijschool van kol 2 te Doldersum

In Doldersum/Wateren zijn slechts een twintigtal hoeves gebouwd. Daarnaast staan er nog wat boerderijtjes van vroeger die nu door kolonisten bewoond worden. Dit is een klein schooltje en omdat het dicht bij het Instituut voor Landbouwkundige Opvoeding ligt zijn het meestal kwekelingen van dit instituut die hier les geven. Er is lang niet altijd bijgehouden wie er voor de klas staat.

Hendrik de Nekker wordt in het jaarverslag 1826/27 genoemd als degene die hier 's morgens les geeft voordat hij 's middags naar zijn bijschool in de Oostvierdeparten gaat.

Dirk Johannes Smith (staat op scan 78 van invnr 1354) aangesteld bij besluit van 11 september 1829 N6, tot hij 6 februari 1831 over gaat naar het eerste gesticht te Veenhuizen als 2de onderwijzer.

Hendrik de Nekker ruilt van functie met Smith. Hij wordt op 6 februari 1831 hiernaartoe overgeplaatst (gedegradeerd) vanuit het eerste gesticht te Veenhuizen tot hij op 8 juni 1832 overgaat naar de bijschool in de Oostvierdeparten.

Daniel Was wordt hier per 8 juni 1832 voor de klas gezet tot hij op enig tijdstip in 1833 of 1834 ondermeester in Wilhelminaoord wordt.

Janus Meijer Drees komt ergens 1833 of 1834 vanuit Veenhuizen, wat officieel wordt als hij 1 april 1835 ontslagen wordt als wees. Tot hij per 1 mei 1836 naar de grotere bijschool in de Oostvierdeparten gaat.

● Jacobus van Engelen (N225) wordt genoemd als onderwijzer hier in het jaarverslag over Wateren in 1835.

Daniel Was komt per 1 mei 1836 weer terug na een tijdje ondermeester bij de hoofdschool te zijn geweest tot hij 1 april 1838 naar de grotere bijschool te Oostvierdeparten gaat.

Volgens het verslag over 1839 zit hier Akkerman Bak nog tussen.

● Albert Teeuwis Albertsma komt per 1 april 1838 over van het eerste gesticht te Veenhuizen waar hij 1e ondermeester was.




De hoofdschool van kolonie 3, Willemsoord

De eerste bewoners van deze kolonie arriveren op 1 juni 1820. Daarna moet de bouw van de school, die de kolonie wordt geschonken door kroonprins Willem, de latere koning Willem II, nog beginnen. Het onderwijs zal ergens september 1820 van start gaan.

Hoofdonderwijzer

Jacob Remmelt Booij is de eerste die deze functie vervult. Hij begint 11 of 27 september 1820 en het houdt op als hij op 12 juni 1822 wordt overgeplaatst naar Frederiksoord waar de hoofdonderwijzer net is overleden.

Harmen Barend Otten van 24 juni 1822 tot zijn dood op 28 januari 1838.

Pieter van der Koogh van januari 1838 als hij tijdelijk waarneemt voor de zieke Otten, waarna hij op 1 april 1838 vast wordt aangesteld. Tot 6 januari 1841 als hij 'wegens ongesteldheid' naar de positie van 3de onderwijzer bij het eerste gesticht afdaalt.

Hendrik de Nekker vervangt 'tijdelijk' van 18 januari 1841 tot

Akkerman Bak van  

Janus Meijer Drees begint 16 januari 1857 en blijft dit werk doen tot aan 1859.

Ondermeester

Christiaan Auberlť vanaf het begin in 1820 tot hij eind februari 1822 voor zijn post bedankt en vertrekt.
Hendrik de Nekker volgt hem voorjaar 1822 op als ondermeester tot hij ongeveer december 1824 de nieuwe bijschool Willemsoord-Steggerda gaat runnen.
Pieter van der Koogh van eind 1824 tot september 1829 als hij wordt overgeplaatst naar het derde gesticht te Veenhuizen.
● ??
Pieter Johannes Hijgenaar van 22 april 1831 als hij uit het Instituut te Wateren komt tot hij wordt overgeplaatst naar het eerste gesticht te Veenhuizen op 17 april 1832.
J. Hanneman, genoemd september 1834, heeft dit gedaan tot hij in militaire dienst moet.
● Jan Fraterman, genoemd september 1834.
Pieter van der Koogh van 23 september 1834 als hij uit schutterlijke dienst komt tot 1 december 1835 als hij de bijschool aan de Oostvierdeparten gaat doen.
● Gerardus ter Hoeven vanaf 1 december 1835 als hem de bijschool in de Oostvierdeparten wordt afgenomen (ruil met Pieter van der Koogh).

Joeke van der Kooij, genoemd in verslag over 1842, wordt dan 'op voordeeliger voorwaarden ondermeester op het naburige Steenwijkerwold'.
H. May, genoemd in verslag over 1842 als opvolger van Van der Kooij, komt uit Wilhelminaoord waar hij ook ondermeester was.

F.W. Dirker, genoemd in verslag over 1844.
Antonie Grolle, genoemd bij voorjaarsbezoek 1856



De bijschool Willemsoord-Steggerda

Volgens dit plan gesticht eind 1824 in een ledigstaande koloniehoeve, maar ik weet niet welke hoeve. Het jaarverslag van 1 april 1825 tot 1 april 1826 noemt een aantal van 153 leerlingen. Het eerste plan geeft ook wie hier als eerste les geeft:

Hendrik de Nekker vanaf het begin tot hij najaar 1825 overgaat naar de bijschool van kol 2 in de Oostvierdeparten.

Martinus Uhl vanaf najaar 1825 als hij uit Wilhelminaoord komt waar hij ondermeester was tot 1 september 1826 als hij naar het tweede gesticht te Veenhuizen gaat.

Stephanus Molewijk, genoemd in jaarverslag 1826/27,

Jan Emanuel vanaf 20 september 1829 als hij van het eerste gesticht Veenhuizen komt tot 16 maart 1830 als hij in militaire dienst moet.

● ??

Hendrik de Nekker komt 3 september 1832 van de bijschool van kol 2 in Doldersum en blijft dan hier werken tot aan 1859.

De joodse bijschool Willemsoord-De Pol

Gesticht 1838. Eerste onderwijzer Nehemia Jacobson

Ondermeester:
Pothuis
(er stond er ook eentje genoemd in 1844 !)


De school van kindergesticht Veenhuizen-1

De eerste arbeidershuisgezinnen komen december 1823, zie hier, de eerste weeskinderen op 19 februari 1824, zie hier. De Maatschappij heeft bij de komst van de kinderen het onderwijs niet op orde en er komt kritiek vanuit de buitenwereld dat de kinderen niet naar school gaan, waarop in allerijl een schoolmeester wordt overgeplaatst. Het jaarverslag van 1 april 1825 tot 1 april 1826 spreekt van 1.360 leerlingen, waarvan 1.260 weeskinderen en 100 kinderen van arbeidersgezinnen.

Hoofdonderwijzer

Harmen Albert Zwarts begint zomer 1824 als hij uit Wilhelminaoord komt tot 24 februari 1831 als hem eervol ontslag verleend wordt.

Jan Hendrik Geraets van 1 mei 1831 als hij van het tweede gesticht komt waar hij ook hoofdonderwijzer was tot hij op 17 mei 1844 'opziener der scholen' wordt.

Sijbrandi Braak komt op 17 mei 1844 van het derde gesticht waar hij ook hoofdonderwijzer was en blijft hier hoofdonderwijzer tot aan 1859.

2de onderwijzer

Jan Hendrik Geraets vanaf het begin zomer 1824 als hij van Frederiksoord komt waar hij ondermeester was tot hij 6 april 1828 hoofdonderwijzer bij het tweede gesticht wordt.

● Hendrik de Nekker van 14 april 1828 als hij van de bijschool van kol 2 te Oostvierdeparten komt tot 6 februari 1831 als hij wordt teruggeplaatst naar de bijschool in Doldersum.

● Dirk Johannes Smit (geboren 26 november 1809) aangesteld bij besluit van 16 maart 1831 N5, overgenomen van kol 2 6 februari 1831, moet in militaire dienst 14 september 1831.

Jan Jeltes Witsiers van 1 oktober 1831 als hij van het derde gesticht komt tot hij de koloniŽn verlaat op 1 april 1836.

Pieter van der Koogh van 1 mei 1836 als hij van de bijschool van kolonie 2 te Oostvierdeparten komt tot januari 1838 als meester Otten te Willemsoord ziek is en hij op verzoek van Otten in Willemsoord gaat waarnemen.

Janus Meijer Drees begint per 1 april 1838 en het duurt tot 16 januari 1857 als hij hoofdonderwijzer te Willemsoord wordt.

Daniel Was komt in 1842 over van het derde gesticht. Blijkbaar zijn er dan TWEE 2de onderwijzers. Dat duurt tot zijn overlijden op 7 december 1846.

Otto van Muijlwijk vanaf 1 januari 1847 als hij van het derde gesticht komt. Hij blijft dit werk tot aan 1859 doen.

3de onderwijzer

Deze functie wordt ingesteld bij besluit van 27 augustus 1832, zie hier. Tot dan toe wordt er ook wel eens iemand 3de onderwijzer genoemd, maar is hij feitelijk (qua positie en bezoldiging) ondermeester.

Pieter Johannes Hijgenaar vanaf augustus 1832 als hij eerst ondermeester hier is en tot hij de benen neemt op 17 juni 1833.
Jacob IJzaaks Sasburg van ?? tot hij juni 1837 uit eigen wil de koloniŽn verlaat.

Pieter van der Koogh van 6 januari 1841 als hij wegens ongesteldheid uit Willemsoord komt tot hij op 26 maart 1842 ontslag neemt.
● W. Vrieze, genoemd in verslag over 1842 dat hij van ondermeester tot 3e onderwijzer werd, genoemd bij schoolbezoek juli 1844.
G. Kreuge, genoemd in verslag over 1842 dat hij van ondermeester tot 3e onderwijzer werd.

Ondermeesters

Jan Emanuel vanaf het begin in de zomer 1824 tot 20 september 1829 als hij bijschoolhouder in Willemsoord-Steggerda wordt.
Posthumus, genoemd in verslag 1825/1826.
Gerardus ter Hoeven, genoemd in jaarverslag 1826/27
Snijders, genoemd in jaarverslag 1826/27

● Pieter Johannes Hijgenaar vanaf april 1832 als hij uit Willemsoord komt tot hij augustus 1832 3de onderwijzer hier wordt.
● Reeman, genoemd in verslag over 1836, tot hij in 1836 in militaire dienst gaat.
● Labree, genoemd in verslag over 1836, tot hij in 1836 in militaire dienst gaat.
● Piekee, genoemd in verslag over 1836, tot hij in 1836 in militaire dienst gaat.

● Den Belder, genoemd bij schoolbezoek maart 1838.
● W. F. Dirker genoemd in verslag over 1839 als opvolger van Albert Albertsma.
● W. Vrieze, genoemd in verslag over 1842 dat hij van ondermeester tot 3e onderwijzer werd.
● G. Kreuger, genoemd in verslag over 1842 dat hij van ondermeester tot 3e onderwijzer werd.
W. Hameetman, genoemd bij voorjaarsbezoek 1856, vanaf mei 1855
● F. Visscher, genoemd bij voorjaarsbezoek 1856.
● D.J. Rensing, genoemd bij voorjaarsbezoek 1856.
Lambert Antonie Braak, genoemd bij voorjaarsbezoek 1856.
● J. Bon, genoemd bij voorjaarsbezoek 1856 (N2104).
● F. Engel, genoemd bij voorjaarsbezoek 1856 (D341).

De school van bedelaarsgesticht Veenhuizen-2

De eerste arbeidershuisgezinnen arriveren xxxx, het besluit dat bedelaars de zalen gaan bevolken wordt genomen op en op xx (de vrouwen) en xx (de mannen) komen de eerste bedelaars aan.

Hoofdonderwijzer

Albert Schuurman, hoofdonderwijzer van het derde gesticht, doet dit er in het begin bij.

Martinus Uhl vanaf 1 september 1826 als hij uit de bijschool Willemsoord-Steggerda komt tot hij 1 april 1828 hoofdonderwijzer wordt in Wilhelminaoord.

Jan Hendrik Geraets vanaf 6 april 1828 als hij van het eerste gesticht komt tot hij op 1 mei 1831 bij het eerste gesticht hoofdonderwijzer wordt.

Pieter van der Koogh vanaf 1 mei 1831 als hij van het derde gesticht komt tot augustus 1831 als hij in schutterlijke dienst moet.

Hendrik Jacob Flierman begint 29 september 1831 als hij komt uit Wateren waar hij onderinstituteur was. Hij blijft dit werk tot aan 1859 doen.

Ondermeester

Albertsma, genoemd bij schoolbezoek juli 1835.

Morrees, genoemd bij schoolbezoek maart 1838.
Jager, genoemd in verslag over 1842 als afgevoerd vanwege 'minder voldoenden'.
'zoon ambtenaar', genoemd in verslag over 1842.
'zoon ambtenaar', genoemd in verslag over 1842.
● Gerardus ter Hoeven, genoemd in verslag over 1842, bij schoolbezoek juli 1844, staat dan eerlang te vertrekken.
F. Heijvaart, aangesteld na schoolbezoek juli 1844, genoemd bij schoolbezoek maart 1838 en schoolbezoek november 1844.
Jacob Swier, genoemd bij voorjaarsbezoek 1856.


De school van het gesticht Veenhuizen-3

De eerste arbeidershuisgezinnen bevolken dit gesticht vanaf xxxx, zie deze pagina, de eerste weeskinderen komen vanaf 27 april 1825 aan, zie deze pagina. De start van de school kan gesteld worden op 15 augustus 1825. Het jaarverslag van 1 april 1825 tot 1 april 1826 spreekt van 680 leerlingen, waarvan 600 weeskinderen en 80 kinderen van arbeidersgezinnen.

Hoofdonderwijzer

Albert Schuurman van 15 augustus 1825 als hij uit Groningen komt tot 3 juli 1838 als hij ontslag neemt en elders onderwijzer wordt.

Sijbrandi Braak wordt op 16 juli 1838 bevorderd van 2de onderwijzer tot hoofdonderwijzer. Hij wordt overgeplaatst naar het eerste gesticht op 17 mei 1844,

Frederik Christiaan Haarman komt 1 juni 1844 uit Wateren waar hij onderdirecteur was en hij blijft hoofdonderwijzer tot aan 1859.

2de onderwijzer

Pieter van der Koogh van september 1829 als hij van Willemsoord komt tot 1 mei 1831 als hij hoofdonderwijzer wordt bij het tweede gesticht.

Jan Jeltes Witsiers van 1 mei 1831 tot hij 1 oktober 1831 overgaat naar het eerste gesticht.

Everhard Paulus van der Horst Hebert vanaf 9 oktober 1831 tot hij in militaire dienst moet op 27 maart 1832.

Sijbrandi Braak begint rond juli 1832 als hij eerst ondermeester is geweest. Tot hij op 16 juli 1838 hoofdonderwijzer van het derde gesticht wordt.

Daniel Was komt 1 augustus 1839 als hij uit de bijschool in de Oostvierdeparten komt, tot hij in 1842 naar het eerste gesticht gaat.

In 1842 worden bijna alle kinderen overgeplaatst naar het eerste gesticht en wordt Veenhuizen-3 een bedelaarsgesticht. Dan verdwijnt de functie van 2de onderwijzer bij het derde gesticht.

3de onderwijzer

Ondermeesters

Van Kampen, genoemd in verslag 1825/1826.
Leuvers, genoemd in verslag 1825/1826.
● Sijbrandi Braak, tot hij juli 1832 tweede onderwijzer in dit gesticht wordt.
Van Rijn, genoemd bij schoolbezoek juli 1835.
Pegman, genoemd bij schoolbezoek juli 1835.
Faber, genoemd bij schoolbezoek juli 1835, gaat in 1836 over tot voordeeliger betrekking buiten de Kolonien, maar wel in het onderwijs.
Van Emt, genoemd bij schoolbezoek juli 1835, gaat in 1836 over tot voordeeliger betrekking buiten de Kolonien, maar wel in het onderwijs.

Otto van Muijlwijk, vanaf 1840 of eerder, tot hij 1 januari 1847 2de onderwijzer bij het eerste gesticht wordt.
Sijbrandi Braak vanaf onbekende datum tot hij rond juli 1832 tweede onderwijzer wordt.
● H. van Lith, genoemd bij schoolbezoek 1838.
● W. Mulder, genoemd in verslag over 1842 als ' op betere conditiŽn, doch in gelijke betrekking, naar elders vertrokken'.
● W. van Lemel, genoemd in verslag over 1842 als ' op betere conditiŽn, doch in gelijke betrekking, naar elders vertrokken'.
● A. Ruijter, genoemd als aangesteld in verslag over 1842.
R. van den Berg, genoemd in verslag over 1844, tot hij mei 1844 in militaire dienst moet.
● R. Klaassen, genoemd bij voorjaarsbezoek 1856.
● H.F. Haarman, genoemd bij voorjaarsbezoek 1856.
● Pieter Lijndraijer, genoemd bij voorjaarsbezoek 1856.
● W, Haarman, genoemd bij voorjaarsbezoek 1856.

De school van bedelaarsgesticht Ommerschans

Haijo Hoogstra


Ondermeesters

● ??
Stephanus Molewijk, als hij per op 8 juni 1832 van de bijschool in de Oostvierdeparten komt, tot xxx als hij deserteert.
Emanuel Pokij,

● Douwe Petrus van Steenwijk, genoemd in verslag over 1839 en verslag over 1842 dan als al vier jaar ondermeester en in 1842 van kolonist naar ambtenaar.

Weststrate, genoemd bij schoolbezoek juli 1844 en in verslag over 1844, afgevoerd in 1844 als minder geschikt.
Jochem van den Broek, genoemd bij schoolbezoek juli 1844 en in verslag over 1844, afgevoerd in 1844 wegens drankmisbruik.
B.H. Lunenburg (in dit gesticht?), genoemd in schoolverslag 1848.
J. W. Ribbe (in dit gesticht?), genoemd in schoolverslag 1848.